Lokaal/ArubaDutch

Gelden voor ministers en leden van de Staten andere regels in het strafrecht?

Ministerio Publico Di Aruba 2

Het Openbaar Ministerie geeft regelmatig uitleg over het strafrecht en de manier waarop een strafproces verloopt. Een vraag die daarbij vaak wordt gesteld, is of voor ministers en leden van de Staten dezelfde regels gelden als voor andere burgers wanneer zij worden verdacht van een strafbaar feit.

Het uitgangspunt is eenvoudig: niemand staat boven de wet, ook een minister of lid van de Staten niet. Een ander belangrijk uitgangspunt is dat iedereen recht heeft op bescherming van zijn vrijheid en privacy. De overheid kan daarom niet zomaar een onderzoek starten. Er moeten duidelijke regels zijn voor wanneer de politie een opsporingsonderzoek mag beginnen en welke middelen daarbij mogen worden gebruikt. Deze regels staan in het Wetboek van Strafvordering.

 

Wanneer begint een onderzoek?

Een opsporingsonderzoek begint wanneer er een vermoeden bestaat dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd. Dat geldt voor iedere verdachte, of het nu gaat om een gewone burger of een minister of lid van de Staten. Tijdens een opsporingsonderzoek verzamelen de politie of de Landsrecherche informatie, worden mensen gehoord en naar bewijs gezocht. Dit moet altijd volgens de regels van de wet gaan. Zonder een vermoeden van een strafbaar feit mag geen opsporingsonderzoek worden gestart.

 

Het doel van het opsporingsonderzoek is om de waarheid te achterhalen en te bepalen of er genoeg bewijs is om de zaak aan de rechter voor te leggen. Zo wordt ervoor gezorgd dat strafzaken eerlijk en zorgvuldig worden behandeld.

 

Wie houdt toezicht?

Het Openbaar Ministerie geeft leiding aan het onderzoek, houdt toezicht op de voortgang en beslist over de stappen die genomen moeten worden. Voor sommige ingrijpende maatregelen, zoals het afluisteren van gesprekken of het doorzoeken van een woning, is eerst toestemming van een rechter-commissaris vereist. De rechter-commissaris controleert of deze maatregelen rechtmatig worden ingezet.

 

Tijdens het onderzoek bepaalt de officier van justitie welke maatregelen nodig zijn. De rechter beoordeelt vervolgens of die maatregelen mogen worden toegepast. Wanneer iemand wordt aangehouden en in voorlopige hechtenis wordt geplaatst, beslist de rechter of daarvoor wel voldoende gronden bestaan. Ook gedurende de detentie wordt steeds getoetst of voortzetting daarvan gerechtvaardigd is.

 

Gelden voor gezagsdragers bijzondere regels?

Bovenstaande geldt voor alle burgers, dus ook voor ministers en leden van de Staten. Voor ministers en leden van de Staten geldt daarnaast een bijzondere regeling. Artikel 476 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt sinds 1 april 2024 dat het Openbaar Ministerie een minister of lid van de Staten niet zonder meer kan vervolgen voor een ambtsdelict. Voordat het Openbaar Ministerie een dagvaarding kan uitbrengen wegens een ambtsdelict -een strafbaar feit dat verband houdt met de uitoefening van zijn of haar functie- moet het Gemeenschappelijk Hof van Justitie daartoe toestemming verlenen. Deze extra waarborg in artikel 476 is om te voorkomen dat het strafrecht als politiek machtsinstrument wordt gebruikt.

 

Voor iedereen, ook voor ministers en leden van de Staten, geldt dat een zaak door een hogere rechter kan worden beoordeeld. Als iemand het niet eens is met een beslissing in eerste aanleg, kan diegene in hoger beroep bij het Hof en vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad.

 

Verschil met Nederland

In Nederland geldt voor gezagsdragers een andere regeling. Zij kunnen voor ambtsdelicten enkel en alleen worden berecht door de Hoge Raad. Tegen een dergelijke beslissing is er in Nederland geen hoger beroep mogelijk.

 

Juist daarom verscheen in Nederland het rapport “Niet boven maar in de wet” (Rapport 20210712 digitale versie DEF). In dat rapport wordt geadviseerd de wettelijke regeling voor de opsporing, vervolging en berechting van ambtsdelicten te wijzigen. Het advies is om ook voor gezagsdragers de gewone strafrechtelijke procedure te volgen, zodat hoger beroep en cassatie mogelijk zijn.

Het Arubaanse artikel 476 sluit aan bij die gedachte. Ook in Aruba geldt in beginsel de gewone strafrechtelijke procedure, met de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie. Daarnaast heeft de Arubaanse wetgever een extra waarborg opgenomen, namelijk dat voor het dagvaarden van een minister of lid van de Staten wegens een ambtsdelict voorafgaand een machtiging van het Hof is vereist.

Related posts

Voorzitter van het Parlement van Curaçao aanwezig in de VS om historisch moment mee te maken Het nationale voetbalelftal van Curaçao te steunen op het WK 2026

EA News Author

Minister Gerlien Croes Tussen Populisme en een Onzekere Politieke Toekomst voor Aruba

EA News Author

Ministerie van Justitie Geeft Toelichting op Beweringen Rondom Voedselvoorziening in Point Blanche Gevangenis

EA News Author

Leave a Comment

Whatsapp Message