Het debat rondom het financieel beheer en de druk om extern toezicht in te voeren, brengt de fundamentele vraag over de toekomst van onze autonomie opnieuw op tafel. Het argument dat een ander land moet binnenkomen en directe controle over Aruba moet uitoefenen, negeert niet alleen de constitutionele realiteit van ons land, maar ook de administratieve uitdagingen waarmee de toezichthoudende landen zelf in eigen huis worden geconfronteerd. Dat een land de teugels van zijn lot overdraagt aan vreemde autoriteit druist in tegen elk principe van een functionerend democratisch systeem.
Wanneer wij kijken naar de realiteit van landen die pretenderen advies te geven of toezicht op te leggen, wordt duidelijk dat geen enkel land immuun is voor interne crises of bestuurlijke problemen. Middelen inzetten en buitenstaanders hier op Aruba controle laten uitoefenen lost de kern van geen enkel financieel vraagstuk op; integendeel, het verzwakt de laag van lokale verantwoordelijkheid die de last van het bestuur moet dragen. Goed bestuur vereist dat de beslissingsbevoegdheid en de controle thuis blijven, verankerd in de democratische organen die verantwoording schuldig waren en blijven aan de bevolking van Aruba.
In een democratie kan de oplossing nooit zijn om een ander land ons administratieve of financiële lot te laten controleren. Wanneer je de controle uit handen geeft aan een ander, leg je de inrichting van je eigen lot in de handen van anderen die niet dezelfde betrokkenheid of verbinding hebben met de dagelijkse realiteit van onze gemeenschap. De verantwoordelijkheid om onze financiën op orde te krijgen ligt bij onze eigen instituties en bij onze eigen landgenoten. Versterking van ons land vraagt om sterke, onafhankelijke lokale instituties die de volledige verantwoordelijkheid kunnen dragen zonder verlies van onze soevereiniteit.
