In een kritische analyse over de financiële positie en de autonomie van Aruba heeft parlementslid Dangui Oduber sterke argumenten naar voren gebracht tegen de oplegging van een financiële Rijkswet. Baserend op verklaringen van de fractieleider van de POR-partij op Curaçao, dhr. Quincy Girigori, benadrukt Oduber dat de gevolgen voor Curaçao onder een vergelijkbaar beleid desastreus zijn geweest.
Volgens parlementslid Dangui Oduber betekent de realiteit op Curaçao — waar men sinds 2010 onder een financiële Rijkswet leeft — dat alle begrotingsbeslissingen in Den Haag worden genomen door Nederlandse politici die de lokale realiteit niet kennen. Deze situatie zorgt ervoor dat elk initiatief of elke gebeurtenis op Curaçao door een proces van vragen en antwoorden in de Tweede Kamer moet, wat volgens Oduber schandelijk is voor een autonoom land.
Oduber zet vraagtekens bij de tegenstrijdigheden van sommige politici op Aruba. Aan de ene kant argumenteren figuren zoals dhr. Mike Eman, Geoffrey Wever en Gerlien Croes dat de Rijkswet positief is omdat deze meer controle brengt. Aan de andere kant belooft minister Geoffrey Wever dat dezelfde wet juist meer beslissingsvrijheid zal brengen. Voor Oduber blijft de vraag: wat is het nu echt, meer controle of meer vrijheid?
Het parlementslid onderstreept dat het argument van “meer controle” manipulatie is om het volk verkeerd te informeren. Aruba staat immers al sinds 2014 onder financieel toezicht via de Landsverordening Aruba financieel toezicht (LAft), waarbij Nederlandse experts deel uitmaken van de commissie die toezicht houdt op de begroting, uitgaven en investeringen.
Eén van de sterkste punten die naar voren worden gebracht, is dat de financiële situatie van Aruba solide resultaten laat zien zonder dat er een Rijkswet nodig is. Oduber geeft aan dat Aruba in de begrotingen van 2025, 2026 en 2027 op eigen kracht en met eigen besluitvorming een overschot van 700 miljoen florin bereikt.
Bovendien laat een vergelijking van macro-economische gegevens zien dat de schuld-tot-bbp-ratio (de nationale schuld ten opzichte van het Bruto Binnenlands Product) van Aruba lager is dan die van Curaçao. Dit bewijst dat hoewel Curaçao sinds 2010 een financiële Rijkswet heeft en Aruba niet, het beleid en de financiële situatie van Aruba momenteel beter zijn.
Tot slot doet Oduber een kritische oproep om na te denken over de waarde van onze autonomie. Hij vraagt zich af waarom vrijheid moet worden opgegeven en autonomie moet worden verkocht voor een “zak geld”, terwijl het land blijk geeft van eigen financiële daadkracht.
De regering AVP–FUTURO toont aan dat zij Aruba niet na aan het hart heeft liggen, aangezien te zien is dat hetzelfde Rijkswet-model op Curaçao een negatieve impact heeft en Aruba dit kan voorkomen, maar men Aruba toch in de Rijkswet-formule wil drukken. Willen de politici van AVP–FUTURO werkelijk een betere toekomst voor Aruba?
