Het debat rondom de Rijkswet Financieel Toezicht Aruba (HOFA) blijft voor controverse zorgen, waarbij voorstanders een centrale rol spelen op het gebied van begrotingsvoordelen en financieel beheer. Bij het analyseren van de belangrijkste argumenten die in de publieke sfeer worden verkondigd, wordt echter duidelijk dat de realiteit volledig afwijkt van het officiële discours. Het is passend om stil te staan bij drie fundamentele pijlers die het pro-HOFA-standpunt ondersteunen en deze te confronteren met de institutionele en financiële waarheid van ons land.
De valse belofte van externe controle Het eerste argument dat frequent weerklinkt, is dat de aanwezigheid van de HOFA een garantie is voor “meer controle” op Aruba, wat suggereert dat bestuur zonder extern toezicht ontdaan is van waakzaamheid. Volgens parlementariër Xiomara Maduro negeert dit argument de constitutionele realiteit en de democratische infrastructuur die het land reeds bezit. Op Aruba bestaat de controleketen uit lokaal gevestigde instanties: het Parlement als opperste toezichthoudend orgaan, de Algemene Rekenkamer, de Centrale Accountantsdienst (CAD), de Raad van Ministers, de Raad van Advies en de Ombudsman.
Het versterken van het financieel beheer vereist geen externe oplegging, maar interne investeringen in de onafhankelijkheid en operationele capaciteit van deze instanties. Wanneer de lokale controle faalt, is de oplossing in een volwassen democratie niet het prijsgeven van soevereiniteit, maar het verschaffen van de ruimte, het budget en de wettelijke bevoegdheid aan nationale instituties om hun werk zonder inmenging uit te oefenen.
Investeringen en de realiteit van financiering Het tweede argument dat wordt geuit, is dat de HOFA een voorwaarde is zonder welke Aruba geen geld kan aantrekken voor investeringen. Deze stelling creëert een valse tegenstelling tussen rigoureus extern toezicht en economische ontwikkeling. Overheidsinvesteringen en kapitaalprojecten zijn niet afhankelijk van het bestaan van een Rijkswet, maar van een duurzaam fiscaal beleid, commerciële geloofwaardigheid en een solide uitvoeringscapaciteit.
Internationale en lokale financiering zijn gebaseerd op de kredietwaardigheid van Land Aruba, begrotingsdiscipline en het vertrouwen van investeerders in de stabiliteit van onze economie. Een land kan gezonde overheidsfinanciën behouden en kapitaal aantrekken zonder te buigen voor een toezichtsstructuur die de bestuurlijke autonomie en de beslissingsbevoegdheid van de volksvertegenwoordigers aan banden legt.
De mythe van dure schuld op de internationale markt Het derde punt raakt de kapitaalmarkt, waar wordt beweerd dat lenen op de internationale markt uitsluitend dient om buitenlandse banken te verrijken, in vergelijking met de vermeende goedkopere opties die de HOFA onder Koninkrijksvoorwaarden zou kunnen faciliteren om zo Arubas dure schuld weg te werken. De realiteit toont aan dat de kapitaalmarkt de deur opent naar transparante concurrentie, waar rentetarieven worden gedicteerd door wereldwijde marktomstandigheden en het risicoprofiel van het land.
Het accepteren van rigide financiële voorwaarden onder Koninkrijkstoezicht garandeert niet automatisch een goedkopere financiële uitweg wanneer transactiekosten, het verlies aan beslissingsautonomie en de sociale impact in de balans worden meegewogen. De oplossing voor de nationale schuld ligt niet in het overdragen van de begrotingsautoriteit, maar in een prudent beheer van de lopende uitgaven en het stimuleren van duurzame economische groei door onze eigen landgenoten.
