Terwijl het debat rondom de Rijkswet Aruba Financieel Toezicht (HOFA) voortduurt, komt een cruciaal punt naar voren dat het beleid van de coalitie AVP-FUTURO onder een kritisch vergrootglas plaatst: het “niet-bindende” karakter van het Bestuursakkoord. Analisten vragen zich af waarom Minister Gerlien Croes en de leiding van de coalitie ervoor hebben gekozen te capituleren voor Nederland, terwijl zij juridisch de ruimte hadden om over een betere deal te onderhandelen.
De mythe van de “strakke lijn” De kern van de polemiek ligt in het gebrek aan politiek inzicht tijdens de onderhandelingen met Den Haag. Een Bestuursakkoord is naar zijn juridische aard geen wettelijke verplichting die de handen van volgende regeringen onherroepelijk bindt. Dit betekent dat de huidige coalitie, onder leiding van Mike Eman, Gerlien Croes en Geoffrey Wever, de juridische instrumenten in handen had om de voorwaarden te heronderhandelen voordat de financiële autonomie van ons land werd overgedragen.
In plaats van deze ruimte te benutten om voet bij stuk te houden voor Aruba, worden de verantwoordelijke ministers ervan beschuldigd “naïef” te hebben gehandeld. Door eisen te accepteren zonder de nodige juridische strijd, hebben zij een document dat niet dwingend was, veranderd in een knellend juk dat de nationale autonomie verstikt.
Kans versus Capitulatie Deskundigen op dit gebied luiden de noodklok over het feit dat Aruba juridisch niet aan de huidige voorwaarden gebonden was, mits er de politieke wil was geweest om met de wijsheid van een “politieke volwassene” te onderhandelen. De vraag blijft hangen: Waarom is er gekozen voor de makkelijke weg?
- Gebrek aan visie: Zijn de “schoenen van het gezag” simpelweg te groot voor Minister Gerlien Croes?
- Financieel belang: Lijkt het erop dat autonomie op de lange termijn is opgeofferd voor een direct financieel gewin? Velen beschouwen dit als een diplomatieke blunder van historische omvang.
Een ministerie zonder wettelijke basis De situatie wordt nog precairder wanneer de legitimiteit van de verantwoordelijke bewindspersoon in twijfel wordt getrokken. Minister Gerlien Croes treedt op als “Minister van Koninkrijksrelaties”, een functie die juridisch niet bestaat in de Landsverordening instelling ministeries (LIM), welke nog niet door de Gouverneur is ondertekend.
Dit gebrek aan transparantie roept ernstige twijfels op: Hoe kan een bewindspersoon in een juridisch aanvechtbare positie onderhandelen over de toekomst van onze autonomie? In het Parlement wordt er al openlijk gesproken over een “pathologische leugenaar” die in een “fantasiewereld” leeft, ver verwijderd van de constitutionele realiteit van Aruba.
Conclusie: De erfenis van AVP-FUTURO Zonder een dringende rectificatie zal dit hoofdstuk de geschiedenis van de coalitie AVP-FUTURO bezegelen als de regering die het gezag over Aruba aan Nederland heeft overgedragen. Het gebruik van het “Bestuursakkoord” als excuus om niet te vechten voor een betere behandeling, wordt gezien als het definitieve bewijs dat deze regering heeft gefaald in haar plicht om het Arubaanse volk te beschermen, door te kiezen voor een goede verstandhouding met Nederland in plaats van op te komen voor onze eigen rechten.
