Minister van Toerisme, Economische Zaken, Vervoer en Telecommunicatie Grisha Heyliger-Marten heeft dinsdag overlegd met Bureau Telecommunicatie en Post (BTP) om de invoering van het nieuwe toezichtkader voor nutsbedrijf GEBE te evalueren en de status vast te stellen van BTP’s beoordeling van de laatste brandstofclausule-aanpassing.
BTP liet de minister weten dat GEBE het merendeel van de informatie heeft verstrekt die was gevraagd in de brief van 13 juli. Delen van de documentatie waren echter onduidelijk en behoeven verdere onderbouwing voordat BTP haar beoordeling kan afronden.
BTP heeft GEBE tot 27 juli de tijd gegeven om de aanvullende informatie aan te leveren. GEBE heeft aangegeven de deadline te willen halen.
Tijdens de vergadering werd eveneens bevestigd dat BTP de onderbouwende informatie die nodig is om de laatste aanpassing van de brandstofclausule naar XCG 0,49 te valideren, niet vooraf had ontvangen. De procedures voor voorintekening en validatie in het nieuw opgezette toezichtkader waren destijds nog operationeel gemaakt aan het worden.
Onder het proces dat nu wordt ingevoerd, wordt van GEBE verwacht dat zij de relevante berekeningen en onderbouwende informatie aanlevert voordat een voorgestelde wijziging van de brandstofclausule voor de volgende factureringscyclus definitief wordt gemaakt. Hierdoor kan BTP de berekening vooraf aan een regulatoir toezicht onderwerpen.
“Het activeren van BTP als supervisor was de eerste stap. De verantwoordelijkheid van de overheid is nu om ervoor te zorgen dat de bevoegdheid die bij landsbesluit is gecreëerd effectief wordt gebruikt en dat het publiek geverifieerde antwoorden krijgt”, aldus Heyliger-Marten.
“De laatste aanpassing is niet vooraf door BTP gevalideerd. Dat is een leemte die moet worden aangepakt. Het nieuwe proces moet waarborgen dat toekomstige berekeningen BTP bereiken met voldoende tijd en onderbouwende documentatie voor een gedegen onderzoek.”
BTP waarschuwde dat het onderzoeken van de volgende brandstofclausuleberekening op zichzelf geen goedkeuring inhoudt van de bestaande brandstofclausulemethode of de bredere elektriciteitstariefstructuur. Beide vereisen een grondigere technische, financiële en regulatoire beoordeling.
De eerste fase van het werk van BTP omvat het toezichtkader en de methodologie voor de brandstofclausule. De tweede fase zal de volledige tariefstructuur van GEBE onderzoeken, inclusief consumentencategorieën en bepalingen voor sociale tarieven, en aanbevelingen ondersteunen voor een wettelijk nationaal tariefbesluit.
De derde fase zal ingaan op de wetgeving die nodig is voor een breder regulatoir gezag en voortgezet toezicht op de overige concessieverplichtingen van GEBE, waaronder de eisen op het gebied van duurzame energie.
Heyliger-Marten gaf aan dat het nieuwe kader een duidelijke verantwoordingsketen vastlegt. GEBE is verplicht om volledige en onderbouwde informatie aan te leveren, BTP moet de berekeningen en methodologie aan een technisch, financieel en regulatoir toezicht onderwerpen, en TEATT moet de bevindingen van BTP overwegen en eventuele noodzakelijke maatregelen nemen in het algemeen belang.
“Samenwerking is noodzakelijk, maar het vervangt de verantwoordingsplicht niet. BTP kan haar beoordeling pas afronden wanneer degevraagde onderbouwing is ontvangen en onderzocht. Ik verwacht dat de deadline van 27 juli wordt gehaald en dat het publiek wordt geïnformeerd over wat de bewijzen ondersteunen”, aldus de minister.
TEATT zal na 27 juli een verdere update verstrekken, zodra BTP de aanvullende documentatie heeft beoordeeld en heeft geadviseerd of deze voldoende is om tot een conclusie te komen over de laatste aanpassing van de brandstofclausule.
