De Rijkswet HOFA is niet simpelweg een akkoord zodat Aruba een lagere rente krijgt of zijn financiën op orde brengt. Volgens PPA-fractievoorzitter Eduard Pieters raakt het debat iets veel fundamentelers: de autonome positie van Aruba binnen het Koninkrijk der Nederlanden en het gezag van het Parlement van Aruba volgens onze Grondwet.
Pieters wijdde een belangrijk deel van de persconferentie van de PPA aan het uitleggen waarom de PPA tegen de Rijkswet is en dat dit niet kan worden voorgesteld alsof de PPA tegen toezicht, financiële discipline of samenwerking met Nederland is. “Wij zijn niet tegen toezicht. Wij zijn niet tegen renteverlaging. Wij zijn niet tegen het op orde brengen van onze financiën.” De vraag is volgens Pieters of de gekozen constructie ons Statuut, onze Grondwet en de autonomie van Aruba respecteert.
Artikel 3: de financiën van Aruba zijn geen Koninkrijksaangelegenheid Pieters ging terug naar de grondwettelijke basis van het Koninkrijk. Hij wees op Artikel 3 van het Statuut, dat bepaalt welke aangelegenheden de verantwoordelijkheid van het Koninkrijk zijn, waaronder defensie, buitenlandse betrekkingen en de nationaliteit van het Koninkrijk der Nederlanden. Zijn politieke punt is dat het interne financiële beheer van Aruba niet wordt genoemd als een Koninkrijksaangelegenheid. Voor Pieters is dat cruciaal. Aruba heeft gevochten voor en vrijelijk zijn positie als autonoom land binnen het Koninkrijk aanvaard. Samenwerking heeft zijn plaats, maar het gezag van Aruba dat NIET is overgedragen aan het Koninkrijk kan niet zomaar worden toegevoegd via een financiële constructie middels een Rijkswet.
Artikel 38: samenwerking moet werkelijk vrij zijn Pieters wees vervolgens op Artikel 38 van het Statuut, dat de mogelijkheid biedt voor landen binnen het Koninkrijk om via onderling overleg samen te werken. De sleutelwoorden zijn volgens Pieters vrijwillig en samenwerking. Pieters betoogt dat samenwerking haar vrijwillige karakter verliest als een land in economische crisis alleen toegang krijgt tot financiering op voorwaarde dat het een ingrijpende wijziging van zijn lokale wetten en het Statuut accepteert. Hij plaatste de context in de COVID-periode, toen de economie van Aruba een buitengewone klap te verduren kreeg. “Je ligt op je knieën, je economie is ingestort, je hebt geld nodig. En dan zeggen ze: ik leen aan je, maar je moet accepteren dat je je waardigheid opgeeft en je Grondwet breekt. Is dat ‘vrije samenwerking’?” Voor Pieters is dat de vraag die de Regering niet kan ontwijken.
Als je de relatie wilt veranderen, heeft het Statuut een procedure Pieters wees tevens op Artikel 55 van het Statuut, dat de procedure regelt voor wijziging van het Statuut. Zijn argument is simpel: als Aruba een fundamenteel deel van zijn autonome gezag verankerd in onze Grondwet en ons Statuut wil overdragen of wijzigen, kan dat niet indirect. Er is een lange en rigoureuze procedure voor als men een wijziging wil aanbrengen. Wil men een wijziging aanbrengen, gebruik dan die procedure. Voor Pieters is dit precies de reden waarom het debat rondom HOFA niet kan worden gereduceerd tot “Nederland biedt een lagere rente.” De vraag is wat Aruba structureel in de plaats daarvan accepteert.
Voorbij het Parlement gegaan Maar Pieters’ kritiek richt zich niet alleen tot Nederland. Hij stelt de huidige Regering van Aruba direct verantwoordelijk. Volgens Pieters heeft de huidige Regering het Rijkswetvoorstel goedgekeurd en het proces doorgestuurd naar Koninkrijksniveau, zonder de zaak tijdig voor te leggen aan onze Raad van Advies en allereerst aan het Parlement van Aruba voor een substantieel debat. Pieters acht dit bijzonder zorgwekkend omdat sommige van dezelfde politici die vandaag de dag minister zijn, eerder de afspraken steunden die tijdens een IPKO werden gemaakt, namelijk dat onder meer elke Rijkswet van consensus de steun van het Parlement moet krijgen voordat deze naar de Rijksministerraad gaat. “Nu ze minister zijn, zijn ze vergeten wat ze zelf hebben afgesproken.”
Zodra het voorstel zich in het wetgevende proces van het Koninkrijk bevindt, zo merkt Pieters op, wordt de directe invloed van het Parlement van Aruba aanzienlijk beperkt. Precis om die reden ging hij in april 2026 naar Nederland om daar met de politieke fracties te spreken en de grondwettelijke, statutaire en ontwikkelingszorgen van Aruba binnen het Koninkrijk der Nederlanden toe te lichten.
Geen gevecht tegen Nederland Pieters wijst tevens elke poging van de hand om zijn standpunt als anti-Nederland voor te stellen. Aruba maakt deel uit van het Koninkrijk op basis van gelijkwaardigheid, equiteit en samenwerking. Juist daarom moet de relatie tussen de landen het juridisch kader respecteren dat zij zelf zijn overeengekomen.
Voor de PPA is de lijn helder: Toezicht ja. Samenwerking ja. Financiële discipline ja. Maar ga niet voorbij aan het Statuut, de Grondwet, het Parlement en de autonomie om dat te bereiken.
Omdat, zo stelt Pieters, de beslissing die vandaag wordt genomen niet alleen voor de huidige Regering geldt. Het kan bepalen hoeveel gezag Aruba morgen zal bezitten. Willen wij dit als nalatenschap achterlaten voor onze kinderen? Hoe duurzaam is dit? De beslissing van de AVP-FUTURO Regering schaadt de Grondwet van Aruba waar zo hard voor is gevochten en wij kunnen die niet prijsgeven voor onze toekomstige generaties.
“Dit is niet slechts een kwestie van financiën. Het is een fundamentele kwestie van onze autonomie en de Regering kan dat niet overdragen zonder de stem van het volk, via diens Parlement, aangezien het Parlement het eerste woord heeft.”
