Statenlid Eduard Pieters (PPA) heeft kritiek geuit op de vergelijking tussen de Rijkswet HOFA en een Onderling Regeling die werd gebruikt door Eric van der Burg, Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Pieters waarschuwt het Arubaanse volk dat dit een ondermijning is van onze autonomie. Voor Eduard Pieters is deze zaak niet zomaar iets juridisch, maar een kwestie van nationale waardigheid. Volgens Pieters is deze vergelijking niet alleen juridisch onjuist, maar ook gevaarlijk.
Nederland wil iets anders verkopen Pieters zei dat een Onderling Regeling op basis van artikel 38 van ons Statuut voor het Koninkrijk een bestuurlijke afspraak is tussen de partners binnen het Koninkrijk om elkaar op vrijwillige basis te helpen, terwijl de Rijkswet HOFA de constitutionele relatie tussen Aruba en Nederland ingrijpend verandert en directe gevolgen heeft voor onze autonomie. “Het is niet hetzelfde. De regering vraagt om vertrouwen, maar geeft geen transparantie!”, aldus Pieters.
De Onderling Regeling zonder een Rijkswet-basis heeft gewerkt Pieters vervolgde dat Aruba na COVID-19 een akkoord sloot met Nederland om Aruba te helpen bij de uitvoering van plannen om het bestuursapparaat te versterken. De Onderling Regeling resulteerde in landspakketten die dit jaar zijn geëvalueerd. “Uit de evaluatie kon worden geconcludeerd dat de samenwerking tussen de twee landen in het Koninkrijk goed is verlopen. Er is veel bereikt op basis van wederzijds respect, hoewel er nog wel wat werk te verrichten is als je nagaat dat het om complexe taken gaat”, legde Eduard Pieters uit. Bovendien is geconstateerd dat Aruba zijn verantwoordelijkheid serieus heeft genomen en het proces eigen heeft gemaakt (ownership).
“Als de vorige regering en de huidige regering zich houden aan de geldende regels en wetten met betrekking tot de begroting van het land Aruba, is de evaluatie van de samenwerking tussen Aruba en Nederland goed verlopen. We kennen een overschot, onze schuld in verhouding tot ons bbp (debt-to-GDP) blijft met grote stappen dalen en onze economie is stabiel. Onze ratings voor financiering zijn beter en we houden ons aan de LAft; zelfs Nederlands Staatssecretaris Van der Burg zei dat het heel goed gaat met Aruba en in bepaalde zin zelfs beter dan met Nederland. Waarom de aanhoudende aandrang om te blijven onderhandelen over een Rijkswet HOFA? Waarom kunnen we geen Onderling Regeling sluiten om te werken aan onze Begrotingskamer en kan Nederland ons helpen om tegen een lage rente geld te lenen op de internationale markt, dat Aruba aan Nederland zal terugbetalen?”, zo vroeg Pieters zich af.
Het Parlement weet nog steeds niet wat er wordt onderhandeld Meer nog dan de inhoud van de mogelijke “nieuwe” Rijkswet HOFA, sprak Pieters zijn bezorgdheid uit dat het Parlement nog steeds niet precies weet wat er wordt onderhandeld. Volgens Pieters beweegt de regering zich met spoed door een constitutioneel traject, terwijl de wettelijke vertegenwoordiger van het volk nog altijd geen duidelijkheid heeft gekregen over de wijzigingen die de lokale wetten en de constitutionele positie van Aruba kunnen raken. “We weten nog niet wat er verandert.” Voor Pieters is dit onaanvaardbaar. “Je kunt het Parlement niet vragen om te vertrouwen op een proces dat het Parlement zelf niet kent.”
Autonomie is geen onderwerp om in stilte over te onderhandelen Pieters herinnerde eraan dat de PPA de autoriteit heeft om dezelfde positie te behouden door NEE te zeggen tegen HOFA en NEE tegen LWHO. “Wij hebben al meer dan twintig jaar niet in de regering of in de staten gezeten. Wij hebben NIET een bestuurlijk akkoord getekend waarin artikel 38 dat onze Grondwet ondermijnt, onder druk van Nederland werd gecreëerd, en wij hebben evenmin de Rijkswet HOFA getekend om die met dezelfde Nederlandse druk en druk van de FUTURO-partij (anders is er geen AVP-FUTURO Regering) naar de Rijksministerraad te sturen.”
Volgens Pieters zal de PPA nooit een proces accepteren dat onze Status Aparte, die onze Grondwet heeft gevormd, verzwakt, noch ons Statuut voor het Koninkrijk en in het bijzonder de autonomie van Aruba. “Wij als Statenleden hebben een eed afgelegd om onze Grondwet, onze wetten en onze autonomie te beschermen. Mijn constitutionele plicht is om dit te beschermen.”
