PPA-fractievoorzitter Eduard Pieters bekritiseert ten scherpste het uitblijven van duidelijkheid vanuit Nederland over de continuïteit van het Landspakket voor Aruba en andere eilanden binnen het Koninkrijk, nadat de Nederlandse Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties er niet in slaagde om de Tweede Kamer een concreet antwoord te geven over wat er gebeurt nadat de huidige periode afloopt.
Voor Pieters is de situatie onduidelijk. De Nederlandse Ministerraad heeft interesse getoond om op dit pad door te gaan. Aruba heeft uitgesproken door te willen gaan met het hervormingsproces, terwijl er aanzienlijke tijd, energie en politieke inspanning wordt gestoken in een ander traject, de Rijkswet HOFA.
“Voor een Rijkswet HOFA hebben ze wel alle tijd. Maar voor een instrument van samenwerking waar we gezamenlijk aan werken, is er geen duidelijkheid over de continuïteit?”
De Tweede Kamer verdient een antwoord Pieters reageerde naar aanleiding van een debat in de Tweede Kamer over Koninkrijksrelaties, waarin een Nederlands parlementslid vragen stelde over de toekomst van het Landspakket. Volgens Pieters gaf de Staatssecretaris geen concreet antwoord. Voor de PPA-fractievoorzitter moet een bewindsman die verantwoording schuldig is aan het Parlement relevante vragen kunnen beantwoorden. Als de informatie op dat moment niet beschikbaar is, kan hij aangeven dat hij dit zal opzoeken en met een antwoord zal terugkomen. Echter, simpelweg onzekerheid laten bestaan rondom een proces dat al maanden loopt, is niet voldoende.
Aruba wil doorgaan met hervormingen Pieters herinnerde eraan dat het Landspakket is gebaseerd op samenwerking tussen de landen binnen het Koninkrijk en dat Aruba dit traject is ingegaan om aan de hervormingen te werken. Hij benadrukt een belangrijk punt: hervorming moet niet worden geïnterpreteerd als iets dat Nederland unilateraal aan Aruba oplegt.
Volgens Pieters dragen zowel de vorige als de huidige regering van Aruba de verantwoordelijkheid om te bepalen welke hervormingen Aruba zelf noodzakelijk acht voor zijn ontwikkeling.
“Dat betekent niet dat Nederland de les moet komen lezen en ons alles moet vertellen wat we moeten doen. Aruba moet zelf bepalen waar we willen hervormen.”
Precies daarom ziet Pieters de waarde in van een samenwerkingsmodel waarin landen samenwerken, in plaats van een optie te implementeren waarbij de autoriteit eenzijdig verschuift.
Positieve evaluatie, maar onzekere toekomst Volgens Pieters loopt het huidige traject ten einde en is er een evaluatie van de samenwerking gemaakt. Hij wees erop dat de aanwijzingen uit de evaluatie voor Aruba positief waren en dat Aruba interesse heeft getoond om door te gaan met het Landspakket.
Na de investering van tijd, energie en geld wil Pieters weten waarom er geen duidelijke richting is over wat er volgt. Daarom roept hij ook de leden van de Tweede Kamer op om pal te staan en duidelijkheid te eisen van de Nederlandse Regering over de toekomst van de samenwerking met Aruba.
Twee verschillende manieren om Aruba te behandelen Voor Pieters ontstaat hier een belangrijk politiek contrast. Aan de ene kant is er het Landspakket: een instrument gebaseerd op samenwerking waarin Aruba kan doorwerken aan hervormingen die het zelf noodzakelijk acht en op een effectieve manier zijn verantwoordelijkheid kan dragen.
Aan de andere kant is er de Rijkswet HOFA, waarvan Pieters stelt dat het voorgestelde toezichtsmodel direct raakt aan onze autonomie en de constitutionele positie van Aruba. En juist voor dat laatste traject wordt alle tijd en energie gevonden. Het contrast is het probleem.
Als Nederland werkelijk geïnteresseerd is in duurzame hervormingen op Aruba, vindt Pieters dat de prioriteit moet liggen bij het versterken van de samenwerking die werkt, in plaats van er meer onzekerheid omheen te creëren. Voor PPA moeten Koninkrijksrelaties gebaseerd zijn op wederzijds respect, duidelijkheid en samenwerking tussen de landen.
“Het kan niet zo zijn dat er urgentie is om meer controle over Aruba uit te oefenen, maar dat er voor het voortzetten van een samenwerking die beide landen kan ten goede komen geen enkel duidelijk antwoord is,” zo besloot Eduard Pieters zijn betoog.
