De rechter in Eerste Aanleg heeft uitspraak gedaan. De rechter veroordeelt twee verdachten in het “Jasmine” onderzoek. Bijna 239.000 gulden die binnenkwam via overheidsprojecten die op frauduleuze wijze zijn gegund aan het bedrijf van de oud-kabinetschef van VROMI, Marisha Richardson, en haar partner, Jeffrey Bremer, werd vervolgens contant opgenomen of doorgesluisd naar een derde. Een nieuw vonnis in het “Jasmine” corruptieonderzoek laat zo zien hoe de aanbestedingsfraude op Sint Maarten een financiële kant had: nadat het geld op de bedrijfsrekening binnenkwam, werd het omgezet en verdeeld. Vonnis in de strafzaken tegen M.R. en J.E.B., de laatste verdachten in het onderzoek bekend als “Jasmine”. Beide verdachten zijn veroordeeld voor medeplegen van fraude en witwassen (money laundering). M.R. is tevens veroordeeld voor misbruik van positie/ambt. M.R., ambtenaar, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Ook is haar het recht ontnomen om als ambtenaar te fungeren voor een periode van vijf jaar. J.E.B. is veroordeeld tot 240 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, met een proeftijd van twee jaar. De rechter legde lagere straffen op dan door het Openbaar Ministerie werd geëist, mede omdat het juridische proces langer duurde dan de vastgestelde redelijke termijn.
Onregelmatigheden in Overheidsprojecten De zaken gingen over onregelmatigheden bij de gunning en uitvoering van verschillende overheidsprojecten na orkaan Irma. Destijds was M.R. kabinetschef bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur (VROMI). Zij had tevens een belang van 50% in het bedrijf waaraan de projecten werden gegund. J.E.B. had de andere helft van de aandelen in hetzelfde bedrijf. De projecten betrof:
• Prins Bernhardbrug
• Reparatie van bermbeveiliging en geleiderails langs de kant van de weg
• Een basketbalveld
• Noodreparaties aan de Keys-brug in Sucker Garden
Vervalsing en Valse Procedure De rechter constateerde dat de verdachten, samen met anderen, een vals beeld creëerden van competitieve aanbestedingsprocedures. Dit omvatte het gebruik van vervalste offertes om het te laten lijken dat meerdere bedrijven een bod hadden uitgebracht. Hierna werden de projecten gegund aan het bedrijf dat M.R. en J.E.B. samen bezaten. De zaken tegen M.R. en J.E.B. maakten deel uit van het bredere “Jasmine” onderzoek naar onregelmatigheden rondom de vergunningverlening en overheidsinkopen. Op 26 maart 2026 deed de rechter reeds uitspraak tegen drie andere verdachten in dezelfde zaak. Het “Jasmine” onderzoek is uitgevoerd door de Landsrecherche van Sint Maarten (LrSXM) en het Recherche Samenwerkingsteam (RST), onder leiding van het Openbaar Ministerie.
Wat kan de zaak “Jasmine” betekenen voor politici en ambtenaren op Aruba om als voorbeeld te nemen om rekening mee te houden?
