Het debat rondom de dienstreis van de minister heeft veel aandacht getrokken nadat de LAR-commissie advies heeft uitgebracht over de verzoeken inzake de reis van minister Gerlien Croes. Het proces, dat formeel begon op 10 juli, bracht duidelijkheid over de plicht van een minister om verantwoording af te leggen aan het Parlement.
Volgens MEP-fractieleider Evelyn Wever-Croes was het advies van de LAR helder en krachtig, en gaf het aan dat de bezwaren geuit door collega Tjon en ikzelf gegrond en fundamenteel van aard waren. De commissie adviseerde de minister om antwoord te geven op de gestelde vragen. Het centrale punt van deze ontwikkeling is dat een minister verantwoording moet afleggen, een principe dat geldt voor elk lid van het bestuur, zonder uitzondering. Dit valt des te meer op omdat de minister tot ieders verbazing bij verschillende gelegenheden verklaarde geen verantwoording af te leggen aan een commissie of aan een specifieke parlementariër, wat nu wordt tegengesproken door het LAR-advies.
Ondanks dat het advies met de pers werd gedeeld voor openbare publicatie, bracht de reactie van de minister op de beslissing van 28 augustus een tegenstrijdigheid aan het licht. De minister verklaarde de bezwaren ongegrond en handhaafde haar oorspronkelijke besluit, waarmee zij het oorspronkelijke verzoek van de parlementariërs afwees. Desondanks koos de minister ervoor om een deel van de vragen toch te beantwoorden, hoewel het verzoek niet werd ingewilligd.
Van de zeven ingediende vragen werd er slechts één volledig beantwoord, één andere gedeeltelijk, terwijl de overige vragen onbeantwoord bleven. Dit gebrek aan volledige beantwoording wordt gezien als een factor die serieuzere informatie verschaft, met nog ernstigere consequenties van dien voor de betrokken bewindsman/-vrouw.
