Het openbaar ministerie zal in de komende dagen de dagvaardingen versturen in de zaak Kwihi. Door het gerecht is reeds een datum vastgesteld voor de regiezitting.
In deze zaak worden zes personen verdacht, onder wie C.V.J.R., voormalig minister van Transport, Communicatie en Primaire Sector. De verdenkingen hebben betrekking op verduistering, oplichting, witwassen, belastingfraude en misbruik van functie, gepleegd tussen november 2017 tot oktober 2021.
Het publiek kreeg voor het eerst kennis van de zaak in februari 2023, toen op verschillende adressen zoekingen plaatsvonden en gegevensdragers en administratie in beslag werden genomen. Het openbaar ministerie maakte toen bekend dat het onderzoek onder meer was gericht op de ex-minister.
In het Wetboek van Strafvordering is bepaald dat het openbaar ministerie een gezagsdrager, zoals een minister, pas mag vervolgen voor het plegen van een ambtsdelict nadat het Hof daarvoor machtiging heeft verleend. Deze waarborg is vastgelegd in artikel 476 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, dat in april 2024 in werking is getreden. Met deze bepaling heeft de wetgever willen voorkomen dat het strafrecht kan worden gebruikt als mogelijk politiek machtsinstrument.
Op 25 augustus jongstleden heeft het Hof de vordering ex art. 476 Sv van het openbaar ministerie behandeld om de ex‑minister te mogen vervolgen. Het Hof heeft die vordering toegewezen, waardoor het openbaar ministerie bevoegd is de vervolging voort te zetten.
