Vanaf 1 augustus 2026 profiteren consumenten op Aruba van een belangrijke nieuwe bescherming: een maximumpercentage van 25% op consumentenkrediet verstrekt vanaf 1 augustus 2026. Hiermee bestaat er voor het eerst een wettelijke grens aan de rente en kosten die in rekening kunnen worden gebracht over krediet; geldkrediet, goederenkrediet of bij het verpanden van artikelen.
Deze regelgeving wordt geïntroduceerd door de inwerkingtreding van artikel 5 van de Landsverordening Regeling Consumentenkrediet (LCK). Dit artikel vormt de wettelijke basis om de kosten van krediet te reguleren en situaties te voorkomen waarin consumenten worden geconfronteerd met buitensporige financiële lasten.
Vóór deze regelgeving kende Aruba geen wettelijke limiet op de kosten van consumentenkrediet. De inwerkingtreding hiervan markeert een belangrijke mijlpaal in een proces dat begon tijdens het vorige kabinet, toen minister Geoffrey Wever minister van Economische Zaken was. Tijdens die periode werden de voorbereidingen, onderzoeken en dialogen met stakeholders gestart. Nu, na het voorbereidende werk, treedt de regelgeving definitief in werking en wordt het aanzien van de consument op Aruba realiteit.
Het gestipuleerde maximumrentepercentage van 25% op consumentenkrediet is het centrale element van de eerste implementatiefase van de LCK. Met deze wettelijke limiet stelt de overheid duidelijk vast hoe hoog de rente en kredietkosten mogen oplopen, wat de consument meer zekerheid en bescherming biedt op de financiële markt.
“Met de introductie van het maximum van 25% stellen wij een duidelijke grens om de consument te beschermen. Dit is een historische stap in het versterken van de consumentenrechten op Aruba. Het is tevens een belangrijke mijlpaal in een proces dat wij zijn gestart tijdens het vorige kabinet en dat nu definitief in werking treedt ten behoeve van alle consumenten,” aldus de minister van Financiën, Economische Zaken en Primaire Sector, de heer Geoffrey Wever.
De ministeriële regeling op basis van artikel 5 stelt tevens regels vast voor te late betalingen (vertragingsvergoeding), vervroegde aflossing van leningen (vervroegde aflossing) en buitengerechtelijke incassokosten.
Volgens minister Wever creëert de introductie van de 25%-maximumgrens een betere balans tussen consumentenbescherming en de beschikbaarheid van krediet.
“Wij erkennen dat veel gezinnen en individuen afhankelijk zijn van toegang tot krediet. Om die reden willen wij de toegang tot financiering niet beperken, maar we willen wel vermijden dat consumenten buitensporige kosten betalen. Het maximum van 25% creëert de balans tussen bescherming en toegang.”
Minister Wever benadrukte dat de inwerkingtreding van artikel 5 niet betekent dat de gehele Landsverordening Regeling Consumentenkrediet (LCK) onmiddellijk in werking treedt. De overige belangrijke componenten van de wet zullen in een latere fase worden geïmplementeerd.
Overige componenten van de LCK die later worden geïmplementeerd zijn onder meer ruimere informatieverplichtingen voor kredietverstrekkers, normen voor verantwoorde kredietverstrekking, de invoering van een kredietregister, en instrumenten voor toezicht en handhaving.
“Wij beginnen met de component die de meest directe impact heeft op de consument: de maximumnorm van 25% op de kosten van krediet. Er wordt gestart met deze limiet voor de periode van 1 augustus 2026 tot eind december 2027. Daarna zullen de andere belangrijke componenten die deel uitmaken van de LCK volgen,” aldus minister Wever.
“Wij hebben ervoor gekozen om deze regelgeving zorgvuldig te implementeren om een balans te bewaren tussen consumentenbescherming en marktstabiliteit. Wij willen de consument beschermen en erkennen tegelijkertijd het belang van de bedrijven die krediet aanbieden aan vele gezinnen en individuen. Om die reden zullen wij de impact van de regelgeving blijven monitoren en de effecten zorgvuldig evalueren.”
Voor dit moment heeft de introductie van het wettelijke maximum van 25% voornamelijk een civielrechtelijk effect. Dit betekent dat consumenten zich kunnen beroepen op de nieuwe wettelijke norm voor de rechter wanneer een kredietverstrekker zich niet houdt aan de vastgestelde limiet. Met de geleidelijke implementatie van de overige bepalingen van de LCK, inclusief toezicht, zullen de bevoegde autoriteiten in staat zijn toe te zien op de naleving van de wet en, waar nodig, direct op te treden tegen overtredingen.
Met de introductie van het wettelijke maximum van 25% biedt het Kabinet AVP-Futuro de consument een concrete en onmiddellijke bescherming en stimuleert het een ‘level playing field’ in dit marktsegment, terwijl Aruba doorgaat met de geleidelijke implementatie van de overige belangrijke componenten van de Landsverordening Regeling Consumentenkrediet. Minister Geoffrey Wever bedankt de Centrale Bank van Aruba en de Directie Wetgeving en Juridische Zaken voor het verrichte werk.
