De Sociaal-Economische Raad (SER) van Curaçao was op 10 en 11 april
vertegenwoordigd in Santo Domingo, waar de Dominicaanse Consejo Económico y Social (CES) een
tweedaagse workshop hield voor nieuwe raadsleden in het Crowne Plaza Hotel. SER-directeur/algemeen
secretaris Raúl Henríquez was door CES-voorzitter Rafael Toribio uitgenodigd om aan de bijeenkomst
deel te nemen en in het internationale deel van het programma te spreken over AICESIS, de wereldwijde
vereniging van sociaaleconomische raden en soortgelijke instellingen. In die bijdrage plaatste hij
nadrukkelijk ook de rol van Caribische en Latijns-Amerikaanse raden binnen dat internationale netwerk.
Op het programma stonden naast zijn bijdrage ook presentaties uit Guatemala en Spanje, in een sessie
over de manier waarop nationale SER’en zich via internationale netwerken tot elkaar verhouden.
Henríquez koos in Santo Domingo voor een boodschap die ook voor Curaçao direct relevant is. “Een
SER is in 2026 geen accessoire van het democratisch systeem; het is een stuk stabiliteit”, hield hij zijn
gehoor voor. In dezelfde lijn waarschuwde hij dat kleine, open en insulaire economieën extra kwetsbaar
zijn voor geopolitieke spanningen, duurdere energie, verstoorde aanvoerketens en afnemend vertrouwen.
Juist dan, betoogde hij, hangt goed beleid niet alleen af van de inhoud van maatregelen, maar ook van de
legitimiteit van de manier waarop zij tot stand komen.
Voor Curaçao zat de belangrijkste les mogelijk in de slotbeschouwing van CES-voorzitter Toribio. Daar
verschoof het accent van opleiding naar institutionele slagkracht: een SER moet niet alleen overleg
organiseren, maar ook zijn invloed vergroten, afspraken systematisch volgen en zichtbaar maken wie
nakomt en wie achterblijft. Dat debat over gezag, doorwerking en kwaliteit raakt ook Curaçao. De kracht
van een sociaaleconomische adviesraad zit immers niet alleen in juridische status, maar ook in de
kwaliteit van zijn analyses, de interne samenhang van zijn geledingen en het vermogen om
maatschappelijke en politieke druk op te bouwen. De opzet van de workshop sloot daar naadloos op aan,
met sessies over het wettelijk kader van de Dominicaanse SER, beleidsbeïnvloeding, ethiek van
representatie en de invoering van een nieuw systeem van kwaliteitszorg.
Dat juist Curaçao voor dit internationale onderdeel werd gevraagd, past in een bredere ontwikkeling. De
Dominicaanse CES profileert zich officieel als constitutioneel orgaan van sociaal overleg. AICESIS
omschrijft haar eigen opdracht als het bevorderen van dialoog en het uitwisselen van ervaringen en
goede praktijken tussen sociaaleconomische raden en soortgelijke instellingen. Tegen die achtergrond
was de bijeenkomst in de Dominicaanse Republiek meer dan een buitenlandse plichtpleging: zij
benadrukte hoe belangrijk vergelijkend institutioneel leren is in een regio waar legitimiteit,
uitvoeringskracht en sociale vrede steeds vaker onder druk staan.
Voor de SER van Curaçao betekende de uitnodiging daarmee niet alleen internationale zichtbaarheid,
maar ook een gelegenheid om de eigen institutionele rol scherper te ijken. “Er is geen rechtvaardige
transitie zonder serieus sociaal overleg”, zei Henríquez. “En er is geen duurzame sociale vrede zonder
instellingen die verschillen kunnen ordenen en omzetten in werkbare afspraken.”

