Er staat geschreven in Genesis 1:27 dat God de mens schiep naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.
Wanneer mensen kwaadspreken over anderen, lasteren, spotten, belachelijk maken, roddelen en anderen vernederen, onteren zij God, Die de mens naar Zijn eigen beeld heeft geschapen.
In 1 Johannes 4:20-21 staat geschreven: Als iemand zegt: “Ik heb God lief,” en hij haat zijn broeder, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, hoe kan hij God liefhebben, Die hij niet gezien heeft? En dit gebod hebben wij van Hem, dat wie God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben.
Daarom vraagt het woord van God in Jakobus 3:8-12 met klem onze aandacht voor de manier waarop wij over onze naaste spreken:
Maar de tong kan geen mens temmen; zij is een rusteloos kwaad, vol dodelijk venijn. Door haar loven wij God en de Vader, y door haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn. Uit dezelfde mond komen zegen en vervloeking voort. Dit moet, mijn broeders, niet zo zijn.
Onder invloed van trots en partijdigheid spreken we vaak kwaad over anderen, omdat we de één meer waarderen dan de ander. Vaak begrijpen we niet dat degene die roddels overbrengt het niet goed met ons voorheeft, omdat het ons tot boosheid, zonde en het toewensen van kwaad aan onze naaste aanzet.
Daarom zegt de Schrift in Jakobus 4:6: God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.
Spreek geen kwaad van elkaar, broeders. (Jakobus 4:11).
Efeziërs 4:29 vermeldt: Laat er geen vuile taal uit uw mond komen, maar wel iets wat goed is tot opbouw waar dat nodig is, opdat het genade geeft aan hen die het horen.
Wanneer wij onze naaste disrespecteren of vervolgen, bevinden wij ons op de weg van dwaling, want God schept daarin geen behagen.
Het is goed om rekening te houden met wat geschreven staat in 2 Timotheüs 3:1-9 en te weten dat wij in zware tijden leven. Dit zien we terug in de verandering van het karakter en het gedrag van mensen; dit alles is geschreven om te voorkomen dat wij worden meegesleept door het systeem van de wereld.
Moraal en respect bevinden zich in een diep verval, omdat velen de woorden zijn vergeten waarmee we zijn opgegroeid, zoals goedemorgen, goedemiddag, goedenavond, pardon, en bovenal “tot morgen, zo God het wil”. De blik van de mens is gericht op geld en materiële zaken, zonder respect voor ouders, meer liefhebbers van genot dan liefhebbers van God.
Mensen verwaarlozen hun kinderen om zogenaamd van het leven te genieten in alcohol, drugs en feestgedrag, onder een duivels mom genaamd “Gosa Bida” (Geniet van het leven). Zo vervallen zij in overspel en allerlei zedeloosheid, waarbij alles er mooi uitziet zonder dat men de verwoesting opmerkt die langzaam hun huis binnendringt.
Maar herinner u wat het woord van God zegt in 1 Johannes 1:9, want wij hebben allen de mogelijkheid om tot inkeer te komen en de zaken met God recht te zetten.
Gods woord zegt in Romeinen 2:11: Want er is geen aanzien des persoons bij God. Laat de duivel u dus niet misleiden en blijf niet in de duisternis.
Bedenk dat het woord van God zegt in Hebreeën 12:14: Jaag de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien.
Met vriendelijke groet,
Pastor Marcel Balootje.
