Voor het Gerecht in Eerste Aanleg is de strafzaak behandeld die het Openbaar Ministerie (OM) heeft aangespannen tegen de 29-jarige A.R., die wordt beschuldigd van poging tot moord en zware mishandeling.
De officier van justitie benadrukte dat A.R. slechts twee weken op proefverlof was uit de KIA-gevangenis, na een eerdere veroordeling van 10 jaar voor een soortgelijk delict, toen hij opnieuw de fout in ging. Gelet op rapportages van een psychiater en een psycholoog, waaruit blijkt dat de verdachte lijdt aan paranoïde wanen, eiste de officier 6 jaar gevangenisstraf en een maatregel voor verplichte behandeling (tbs).
De feiten vonden plaats op 12 augustus 2025. De verdachte zou het slachtoffer, v.d.B., meerdere malen met een mes hebben gestoken.
BEKENTENIS VAN DE VERDACHTE A.R. heeft bekend dat hij v.d.B. heeft gestoken, maar voerde aan dat hij zich bedreigd voelde. Volgens de verdachte reed het slachtoffer al drie dagen langs zijn huis en dreigde hem dood te schieten. Uit het politiedossier blijkt echter dat A.R. uit een riooltruck sprong om v.d.B. aan te vallen, terwijl deze laatste rustig stond te praten met een vrouw in een auto. Hoewel A.R. beweerde dat het slachtoffer naar een wapen greep, stelde de rechter vast dat v.d.B. een ontbloot bovenlichaam had en zichtbaar ongewapend was.
Op beveiligingsbeelden was te zien hoe A.R. agressief op het slachtoffer afstapte en hem acht keer stak, onder andere in het hoofd en de schouder. Hierdoor liep het slachtoffer een geperforeerde en ingeklapte long op.
ERNSTIGE PSYCHISCHE PROBLEMATIEK Deskundigen omschrijven A.R. als verminderd toerekeningsvatbaar vanwege zijn paranoïde stoornis. Hij voelt zich snel bedreigd en kan de gevolgen van zijn daden niet volledig overzien. Daarnaast is er sprake van middelengebruik; de verdachte gaf toe na zijn vrijlating weer marihuana te hebben gebruikt. De kans op recidive wordt door de experts als zeer hoog ingeschat. Zij adviseren een gedwongen behandeling, mogelijk in Nederland, aangezien de behandelmogelijkheden op Aruba beperkt zijn.
EIS EN VERDEDIGING De officier van justitie stelde dat er sprake was van voorbedachten rade, aangezien A.R. dreigberichten had gestuurd waarin hij aangaf dat het slachtoffer “niet zou ontsnappen.” De eis luidt 6 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf met de voorwaarde van een verplichte behandeling (tbs).
De advocaat, mr. D. Croes, voerde aan dat de psychische gesteldheid van zijn cliënt de doorslaggevende factor was en dat A.R. de aanval staakte zodra hij het jonge kind van het slachtoffer zag. De rechter doet op 12 juni 2026 uitspraak.
