Aruba staat voor een belangrijk besluit: HOFA accepteren, ja of nee? Velen zien dit als een felle strijd tussen Aruba en Nederland—een strijd die we “autonomie vs. financieel toezicht” kunnen noemen. De discussie draait om het dilemma of we onze autonomie, waar we met onze Status Aparte zo hard voor hebben gevochten, aan het verliezen zijn. Anderen zeggen dat HOFA een financiële verlichting is. Wat is het nu: een bedreiging of een ‘blessing in disguise’? Als we eerlijk zijn, is de vraag nog fundamenteler: wat hebben we de afgelopen 40 jaar met onze autonomie gedaan? Of om het op zijn Nederlands te zeggen: zijn onze instituties sterk genoeg om ons te dragen?
Jarenlang is de relatie tussen Aruba en Nederland getekend door wederzijds wantrouwen. Aruba probeert constant haar autonomie te behouden; Nederland zoekt financiële stabiliteit om garanties te kunnen bieden voordat Aruba geld kan lenen op de internationale markt. Voordat er getekend wordt, vraagt Nederland hoe het met onze financiën staat. En jaar in, jaar uit, is de situatie niet fraai. Telkens wanneer we er niet in slagen onze financiën met discipline te beheren, reageert Nederland met meer toezicht. Dit heeft geleid tot een patroon waarin Aruba wanhopig en fel reageert, zeker na het hoogtepunt in 2014-2015. Aan de ene kant is het begrijpelijk dat het schandaal rond de hongerstaking van de toenmalige minister-president bedoeld was om onze autonomie te verdedigen. Maar door geen financiële transparantie te tonen en afspraken niet na te komen, raakte Nederland zeer verbolgen en is de relatie vanaf dat moment officieel verslechterd. Vanuit het oogpunt van autonomie begrijp ik waarom de regering zo’n drastisch besluit nam, maar dit heeft er wel toe geleid dat we al meer dan 10 jaar in een vicieuze cirkel zitten.
Deze cirkel vormt de kern van de huidige discussie. Veel professionals en academici voor mij—waaronder wijlen oud-minister dr. Mito Croes—hebben vaak hetzelfde gezegd: de regering voert “goede politiek” (de kiezer tevreden houden), maar bestuurt zeer slecht (“bad governance”). Het is nu ook begrijpelijk waarom Nederland meer structuur is gaan eisen. Aruba reageert met: “Dat kan niet, onze autonomie!” Nederland kijkt opnieuw, maar er verandert niets (“geen vlieg die beweegt”) in de financiële situatie. Nederland blijft hameren op meer structuur; Aruba reageert op haar beurt weer fel. We zitten in een emotioneel en mentaal uitputtende cirkel, bijna in een “lockdown” die we zelf hebben gecreëerd.
Het gevolg? Een structureel probleem dat de druk verhoogt. De oorzaak van al onze autonomieproblemen is niet Nederland; het is ons systeem van één enkele partij die over alles de scepter zwaait: de zogenaamde “partitocratie”. Het parlement wordt slechts een verlengstuk en een “stempelmachine”. Dit leidt tot een totaal gebrek aan controle op de regering. Zelfs de parlementsvoorzitter bezwijkt onder druk en roept vaak geen vergaderingen bijeen om belangrijke onderwerpen te bespreken die kritisch kunnen zijn voor de regering. Dat ministers strafrechtelijk worden vervolgd, is geen bewijs dat het parlement goed werkt of dat het parlement niet corrupt is in dit systeem; het is simpelweg een politiek spel van de oppositie om, zodra zij aan de macht komen, concurrenten uit te schakelen via gevestigde mechanismen. Want anders zouden we moeilijk tot een andere conclusie kunnen komen dan dat er veel meer ministers en hoge functionarissen vast hadden moeten zitten. Let wel, ik ben niet tegen een specifieke politieke partij, maar tegen het systeem zelf.
Ik geef Aruba ook niet alleen de schuld. Het fenomeen van totale dominantie door één politieke partij zodra deze aan de macht komt, is zeer gebruikelijk in kleine landen. In de praktijk betekent dit echter dat er geen trias politica is en geen degelijk toezicht om de regering en corruptie te beteugelen. Instituties zijn vaak niet onafhankelijk genoeg en ervaren druk, waardoor zij niet naar behoren kunnen optreden tegen bewindslieden en de regerende partij. Auteurs, experts en gewone burgers hebben dit vaak erkend. In het volgende artikel zal ik ook uitleggen dat Aruba daarbovenop kampt met “mentale slavernij”, wat de pijnlijke situatie waarin we ons bevinden zeker niet helpt.
Dit structurele probleem, met al zijn oorzaken en gevolgen, laat zien waarom HOFA op tafel ligt. In het volgende artikel zal ik verder uitweiden over HOFA: als Aruba HOFA niet tekent, wat dan?
Jayburtt J. Dijkhoff, PhD Expert in Gezondheidsrecht, Kwaliteit van Zorg en Sociale Reflectie
