Vier jaar na het Landspakket staat Aruba opnieuw op een kruispunt. De vraag of Aruba de Rijkswet HOFA moet aanvaarden, confronteert het land met dezelfde machtsdynamiek die tijdens de pandemie zichtbaar werd: Nederland dat zijn financiële hulp koppelt aan bestuurlijke voorwaarden. Evelyn Wever-Croes voert thans het verzet aan tegen het bloot toegeven aan Nederlandse eisen, terwijl haar politieke rivalen — Mike Eman, Gerlien Croes en Geoffrey Wever — hun steun aan de HOFA rechtvaardigen met het argument dat Aruba met het bestuurlijk akkoord van 2024 haar handelingsvrijheid toch al heeft prijsgegeven en aldus geen enkele verantwoordelijkheid wensen te dragen voor hun eigen keuze om achter de HOFA te staan.
Onder het motto “never let a good crisis go to waste” greep Nederland de COVID19-pandemie aan om zijn greepop de Arubaanse autonomie uit te breiden. Daartoezette Nederland zijn financiële macht in. Door voorwaarden te verbinden aan de broodnodige financiële steun, dwong het Aruba tot het overdragen van autonome bevoegdheden op macro-economisch en bestuurlijk niveau. Met deze bevoegdheden kon Nederland directer aansturen op hervormingen in de kern van het Arubaanse landsbestuur (financiën, justitie, het ambtelijk apparaat, zorg en onderwijs). Nederland wildede immanente,defacto dreiging van een faillissement omzetten in een juridische legitimatie: formeel zou deze operatie moeten gaan berusten op een consensus-rijkswet (dus vrijwillig), om materieel een sterke toezicht- en sturingsdimensie vanuit Nederland te bewerkstelligen. Op 13 november 2020 ondertekende de Arubaanse minister-president Evelyn Wever-Croes onder druk deze hervormingsplannen in de vorm van het Landspakket.
Het Landspakket was in eerste instantie een bestuurlijk akkoord, een belangrijke politieke intentieverklaring, maar niet juridisch afdwingbaar. Daarmee ontstond een nieuwe werkelijkheid: Aruba had ingestemd met een pakket hervormingsverplichtingen dat diep in haar autonomie ingreep.Te midden van die spanning stond één persoon: Evelyn Wever-Croes, de Arubaanse minister-president die haar handtekening had gezet. Wat betekende die handtekening? Was dit een concessie om het land overeind te houden, of een kader waarbinnen zij strategisch ruimte zou kunnen terugwinnen? Ook ik vroeg me dat destijds af. Vanuit mijn positie binnen de AVP zag ik haar besluit als capitulatie en als een pijnlijk moment waarop politieke realiteit zwaarder woog dan de idealen van de Arubaanse autonomie en dat heb ik destijds ook met felle woorden laten blijken.
Het verloop van de onderhandelingen met Nederland gedurende de pandemie zegt veel over Evelyns intenties, maar ook over haar diplomatiek-bestuurlijke vaardigheid. Al in een vroeg stadium na het uitbreken van de pandemie legde Nederland de voorwaarden aan Aruba voor. Staatssecretaris Knops (BZK) stuurde op 10 juli 2020 een brief aan de Tweede Kamer over de besluitvorming van de Rijksministerraad diezelfde dag inzake de financiële steun aan Aruba, met als bijlage onder meer een ontwerp-rijkswet waarin Nederland voorstelde een nieuwe entiteit in te stellen: de Caribische Hervormingsentiteit (CHE). Deze entiteit zou bij rijkswet worden geregeld, en in het conceptwetsvoorstel werden aan de CHE vergaande bevoegdheden toegekend. De beoogde rijkswet maakte het mogelijk dat de CHE, met instemming van de Rijksministerraad en na advies van het College financieel toezicht (Cft), verscherpt toezicht kon instellen op (een deel van) de Arubaanse uitgaven. Artikel 34 van het conceptvoorstel bepaalde bovendien dat het Cft in geval van verscherpt toezicht goedkeuring kon onthouden aan uitgaven die in strijd waren met het recht of het algemene financiële belang. Evelyn bleef zich coöperatief opstellen, maar wist tegelijk zowel coalitie- als oppositiepartijen te mobiliseren tegen de CHE — ook al werd zijzelf daarbij op de thuisfront fel bekritiseerd. Hierdoor kon de regering van Aruba enerzijds welwillendheid tonen richting Nederland, maar anderzijds verzet uiten tegen een opzet van de CHE die werd gezien als een te vergaande inbreuk op de autonomie en die bovendien sociale onrust veroorzaakte. Die combinatie van formele medewerking en politiek verzet typeert haar benadering van de onderhandelingen: ze erkende de realiteit van afhankelijkheid, maar gebruikte de politieke weerstand om haar onderhandelingspositie binnen het Koninkrijk te versterken.
Als gevolg van dit verzet bond Nederland in en werd het CHE-concept verlaten en vervangen door het voorstel voor een Rijkswet Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO). Het Rijkswetsvoorstel voor de instelling van het COHO werd ingediend door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en op 10 november 2020 bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ingediend.Deze COHO vormde onderdeel van het bestuurlijk akkoord dat Evelyn op 13 november 2020 ondertekende. Nederland presenteerde het nieuwe orgaan als evenwichtiger, maar tussen de regels door lag dezelfde logica verscholen: meer controle, minder autonomie.Nederland schiep hierin geen formele beslissingsmacht, maar een structuur die door haar centrale rol in agendering, financiering en rapportage feitelijke invloed uitoefende op tempo, inhoud en richting van hervormingen. Bovendien bleef Nederland financiële hulp inzetten als sturingsmechanisme: de geldstroom loopt via Nederland;instemming van BZK is vereist voor projecten en plannen van aanpak en zonder Nederlandse goedkeuring geen financiering. Kortom, Arubazou dus formeel zijn autonomie behouden, maar materieel zou er een conditioneel regime ontstaan: Nederlandse bestuursinvloed als voorwaarde voor liquiditeit.
Ironisch genoeg kwam de juridische bijval voor Evelyn uit het hart van het Nederlandse staatsbestel.De Afdeling advisering van de Raad van State uitte op 3 maart 2021 ernstige bezwaren tegen de voorgestelde opzet van het COHO. De Afdeling benadrukte met klem dat de verantwoordelijkheid voor het interne bestuur en daarmee voor de noodzakelijke hervormingen op de eerste plaats bij de Caribische landen zelf ligt. De Raad vreesde dat een te grote rol voor het COHO het eigenaarschap (ownership) en de betrokkenheid (commitment) van Arubadreigde te fnuiken, wat vanuit praktisch oogpunt cruciaal is voor het bereiken van duurzame resultaten. Daarom achtte de Afdeling het, gelet op eerdere problemen met de implementatiekracht, niet zinvol dat het COHO zelf (mede) verantwoordelijk zou worden voor de opstelling en uitvoering van de plannen van aanpak. Deze verantwoordelijkheid moet, in lijn met het principe van eigen verantwoordelijkheid, bij de landen zelf blijven liggen.
Binnen deze context lukte het Evelyn om met Nederland een pragmatische oplossingte bereiken d. Op 4 april 2023 is een Onderlinge regeling tot stand gekomen op basis van artikel 38, eerste lid, van het Statuut, waarin de samenwerking binnen het Koninkrijk vastgelegd werd ter uitvoering van de bedoelde hervormingen en voorziet in de instelling van een Tijdelijke Werkorganisatie (TWO). De TWO ondersteunt en monitort de uitvoering van de landspakketten en vervult aldus een meer coördinerende rol, terwijlzij formeel fungeert als opvolger van het niet-gerealiseerde COHO.Deze Onderlinge regeling markeert de overgang van een unilateraal voorgestelde structuur naar een gezamenlijk overeengekomen samenwerkingsmodel binnen de grenzen van het Koninkrijk.
Thans, vier jaar na de pandemie, lijkt weinig veranderd. Nederland biedt geld, maar vraagt gezag. Het verschil is dat de Arubaanse regering haar autonomie ditmaal niet verdedigt, juist omdat zij financiële steun nodig heeft. De rijkswet HOFA toont dat het spel van crisis en controle nog steeds wordt gespeeld, in andere woorden en met andere spelers.
Wat was Evelyns strategie destijds? Was haar doel te temperen, te vertragen of te herdefiniëren?Gezien het voorgaande was haar doel drieërlei:
1. Temperen:strategisch laveren tussen erkenning van de Arubaanse kwetsbaarheid en bescherming van haar autonomie. Zij onderkende de noodzaak van hervormingen — niet omdat Nederland dat eiste, maar omdat de realiteit daarom vroeg.
2. Vertragen:zij weigerde daarbij echter de autonomie prijs te geven. Door de CHE te blokkeren en de COHO te verzwakken, wist zij een TWO af te dwingen: een samenwerkingsorgaan in plaats van een controle-instrument.
3. Herdefiniëren:hervormingen ja, maar op Arubaanse voorwaarden en binnen Arubaanse verantwoordelijkheid. Dat is haar verdienste.
Onder het huidige bewind lijkt dat vermogen verdwenen, en is Aruba overgeleverd aan de grillen van Nederland. Kabinet AVP-Futuro neemt geen verantwoordelijkheid, maar schuift die af op voormalig premier Evelyn Wever-Croes en de ambtenaren die haar destijds ondersteunden. Daarmee proberen Mike Eman, Gerlien Croes en Geoffrey Wever hun eigen passiviteit te maskeren en bieden zij geen enkele weerstand tegen de verdere beknotting van de Arubaanse autonomie door Nederland. In plaats van leiderschap te tonen en een eigen bestuurlijke koers te varen, richten zij hun energie op public relations: Mike Eman maakt schone schijn met demissionair premier van Nederland, Dick Schoof, die enkel nog op de Nederlandse winkel mag passen; Gerlien Croesmaakt grote heisa omtrent het benoemen van een GevMin in Den Haag en wil zelf steeds in de Haagse schijnwerpers staan; en Geoffrey Wever hangt er maar een beetje bij en probeert professioneel te lijken. Zo verdwijnt niet alleen de autonomie uit het staatsrecht, maar ook de politieke moraal.
Geschreven door Ryçond Santos do Nascimento
