Op 27 oktober 2025 hebben 13 vakbonden hun officiële standpunt over de Rijkswet HOFA gepresenteerd.
Na dit grondig te hebben bestudeerd, verklaar ik dat ik de vakbonden volledig steun in hun duidelijke positie en de argumenten die zij hebben aangedragen.
Volgens mij behoren de vakbonden tot de belangrijkste maatschappelijke partners.
Zij vertegenwoordigen onze werknemers in de private sector, onze ambtenaren en onze gemeenschap als geheel.
Zij zijn een onmisbare sociale partner en hebben een goed onderbouwd standpunt en een duidelijke oproep aan de regering en het parlement gepresenteerd.
Tijdens de openbare vergadering heb ik benadrukt dat de regering van Aruba doofstom is voor de stem van onze vakbonden.
Dat is een rechtstreekse belediging van een pijler van onze sociale democratie!
Wat zegt dit tegen de werknemers die door deze vakbonden worden vertegenwoordigd?
Dat hun zorgen niet belangrijk zijn? Dat hun vertegenwoordigers geen waarde hebben?
De realiteit is dat de regering, twee weken nadat de brief van de vakbonden werd ontvangen, nog niet de moeite heeft genomen om hen uit te nodigen voor een gesprek.
En wat moeten we denken van minister Gerlien Croes, die volgens de vakbonden tijdens een eerdere bijeenkomst over een ander onderwerp haar woede uitte over de brief die de vakbonden hadden gestuurd over de Rijkswet HOFA, en hen zelfs aanraadde om hun standpunt te “rectificeren”?
Is dit de manier waarop men met vakbonden omgaat?
Hun intelligentie in twijfel trekken, terwijl men niet eens de beleefdheid toont om een dialoog aan te gaan waarin argumenten worden besproken en men via overleg tot een ander inzicht probeert te komen?
Ik veroordeel het feit dat de regering de vakbonden niet serieus neemt!
Laat mij dit heel duidelijk zeggen: geen enkele wet die zo’n diepgaand effect heeft op ons land mag worden doorgevoerd zonder de steun en inbreng van onze sociale partners, ondernemersverenigingen en zeker niet zonder parlementaire consensus, zoals ook wordt aanbevolen door de Raad van State en het IPKO-platform.
Het volk verwacht dat wij te allen tijde klaarstaan om hen te verdedigen en te vertegenwoordigen — en dat vraagt soms moed.
Een moed die de MEP heeft getoond op dit onderwerp,
een moed die de PPA eveneens heeft getoond,
een moed die De Meza van de AVP heeft laten zien,
een moed die de vakbonden hebben getoond door hun standpunt op 27 oktober 2025 te presenteren,
en een moed die meer dan 10.000 burgers hebben getoond door hun handtekening te zetten tegen de Rijkswet HOFA.
Helaas blijft de regering doof en blind, en zet zij het proces voort alsof er niets aan de hand is.
Mijn standpunt is helder:
Ik ben tegen de Rijkswet HOFA en veroordeel het proces dat de AVP–Futuro-regering heeft ingeslagen.
Maar tegelijkertijd koester ik de hoop dat we nog een andere weg kunnen vinden.
Als parlementslid reageer ik positief op de oproep van de vakbonden aan de regering en het parlement om verenigd te spreken met één stem — een stem voor gelijke behandeling, vertrouwen en respect voor de rechten van het Arubaanse volk.
Ik ben het met de vakbonden eens dat zolang onze lokale instituties functioneren en de cijfers naleving aantonen, er geen juridische of economische noodzaak bestaat voor een ingrijpende Rijkswet.
Laten we samenwerken om een beter akkoord voor Aruba te bereiken — via modernisering van onze eigen Landsverordening financieel toezicht (LAft) of bijvoorbeeld een onderlinge regeling.
Laten we kiezen voor de juiste weg: voor Aruba’s autonomie en zelfbeschikking.
En bovenal, laten we werken aan het afschaffen van toezicht, want wij kunnen het zelf.
Press release: MEP
