De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft vandaag advies uitgebracht over het
initiatiefvoorstel van de MAN-PIN-fractie in de Staten tot wijziging van de Landsverordening Openbare Orde.
Het voorstel richt zich op het beperken van de verstrekking en aanbieding van kunststofproducten voor
eenmalig gebruik, vooral bij openbare evenementen en bij verkoop of verstrekking op of aan de openbare weg.
Met het initiatiefwetsvoorstel willen de indieners de vervuiling van de openbare ruimte terugdringen en de
verantwoordelijkheid voor afvalinzameling nadrukkelijker leggen bij vergunninghouders, organisatoren en
verstrekkers. Het voorstel raakt daarmee aan een vraagstuk dat in Curaçao zichtbaar is op straat, langs de
kust en bij publieke evenementen, maar dat tegelijkertijd onderdeel is van een bredere internationale discussie
over plastic afval, circulaire economie en de leefbaarheid van eilandsamenlevingen.
Het gaat om een aangepast initiatiefontwerp. Een eerdere versie werd in februari 2020 al aan de SER
voorgelegd, waarna de Raad in juli van dat jaar advies uitbracht. In de nieuwe adviesronde heeft de SER het
voorstel niet alleen benaderd als een milieumaatregel, maar ook als een sociaaleconomisch en bestuurlijk
uitvoeringsvraagstuk. De centrale vraag was niet uitsluitend of minder wegwerpplastic wenselijk is, maar vooral
onder welke voorwaarden een dergelijke maatregel in de praktijk effect kan hebben.
De SER heeft het initiatief beoordeeld vanuit verschillende invalshoeken. Daarbij is gekeken naar de mogelijke
bijdrage aan het verminderen van kunststof gerelateerd zwerfafval, maar ook naar de juridische afbakening van
de maatregel, de uitvoerbaarheid voor vergunningverleners en toezichthouders, de handhaafbaarheid in de
openbare ruimte en de gevolgen voor ondernemers en consumenten. Ook de beschikbaarheid en
betaalbaarheid van alternatieven, de positie van kleine ondernemers, de rol van publiekscommunicatie en de
noodzaak van duidelijke overgangstermijnen zijn in de beoordeling betrokken.
Volgens de SER laat het voorstel zien dat het probleem van plastic afval niet met één norm of verbod kan
worden opgelost. Een beperking op wegwerpartikelen kan alleen effectief zijn wanneer zij wordt ingebed in een
bredere aanpak waarin afvalpreventie, hergebruik, gedragsverandering, praktische handhaving en periodieke
evaluatie samenkomen. Juist in een kleine, toeristisch georiënteerde economie als Curaçao kunnen
milieukwaliteit, volksgezondheid, straatbeeld en economische aantrekkelijkheid niet los van elkaar worden
gezien.
Het tripartiete adviesorgaan heeft daarom vooral gekeken naar de voorwaarden waaronder het initiatief
uitvoerbaar, controleerbaar en maatschappelijk werkbaar kan zijn. Daarbij gaat het onder meer om heldere
definities, duidelijke verantwoordelijkheden voor vergunninghouders en verstrekkers, realistische
handhavingscapaciteit, tijdige communicatie aan ondernemers en consumenten, en voldoende ruimte voor
aanpassing binnen sectoren die direct met het publiek werken.
Het advies van de SER plaatst het initiatiefvoorstel daarmee in een bredere beleidscontext. Plasticreductie is
niet alleen een kwestie van verbieden, maar ook van organiseren: wie zamelt in, wie houdt toezicht, welke
alternatieven zijn beschikbaar, hoe worden ondernemers voorbereid en hoe wordt gemeten of de maatregel
daadwerkelijk leidt tot minder zwerfafval. Die vragen zijn bepalend voor de vraag of het voorstel in de praktijk
kan bijdragen aan een schonere, gezondere en economisch aantrekkelijke leefomgeving.
