Tijdens het Tripartiet overleg van de Parlementen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dat op 15 oktober plaatsvond op Curaçao, vroeg parlementslid Shailiny Tromp-Lee aandacht voor het feit dat de drie Caribische landen nog steeds geen formeel antwoord hebben ontvangen op de gezamenlijke resolutie van hun parlementaire delegaties over het standpunt van het Koninkrijk der Nederlanden inzake een VN-resolutie over de slavernij.
Zorgen over gebrek aan consultatie
Deze gezamenlijke resolutie, goedgekeurd tijdens het Tripartiet overleg in Den Haag in juni 2026, spreekt de bezorgdheid uit van de drie delegaties over het besluit van het Koninkrijk der Nederlanden om zich te onthouden van stemming over de VN-resolutie van 25 maart 2026, waarin slavernij en de trans-Atlantische mensenhandel worden erkend als een van de ernstigste misdrijven tegen de menselijkheid.
Volgens de gezamenlijke resolutie van de Caribische landen zijn Aruba, Curaçao en Sint Maarten niet vooraf geraadpleegd, ondanks het grote historische, sociale en morele belang dat dit onderwerp voor de drie naties heeft.
Na de goedkeuring in juni werd de resolutie ingediend bij het IPKO-presidium met het verzoek aan de collega’s van de Eerste en Tweede Kamer om het document door te sturen naar de Rijksregering. Er werd verzocht om een schriftelijk en gemotiveerd antwoord van de Rijksregering, samen met een concreet voorstel om de consultatieprocedures binnen een termijn van drie maanden te verbeteren.
Formele herinnering aan de Rijksregering
Tijdens de vergadering in oktober wees parlementslid Tromp-Lee er op dat de termijn van drie maanden al was verstreken zonder dat de gevraagde reactie was ontvangen. Om deze reden stelde zij voor om een formele herinnering te sturen en de Rijksregering een aanvullende termijn van één maand te geven om te reageren. Het voorstel van Tromp-Lee werd goedgekeurd en de herinnering zal naar Nederland worden gestuurd.
Structurele rol bij internationale besluitvorming
Voor Tromp-Lee gaat deze kwestie verder dan alleen het ontvangen van een antwoord: “We moeten garanderen dat een dergelijke situatie zich niet herhaalt. Aruba, Curaçao en Sint Maarten moeten tijdig worden geraadpleegd en een daadwerkelijke rol spelen bij de voorbereiding van internationale besluiten die onze geschiedenis, onze identiteit en onze samenleving raken.”
De resolutie vraagt om een structurele rol voor de drie landen bij de totstandkoming van Koninkrijksstandpunten op het gebied van mensenrechten, historische verantwoordelijkheid en andere internationale besluiten die impact op hen kunnen hebben.
Tromp-Lee hoopt dat de Rijksministerraad nu wel de gevraagde reactie zal geven en dat deze situatie zal leiden tot duidelijkere en effectievere consultatieprocedures, zodat Aruba, Curaçao en Sint Maarten niet worden uitgesloten van besluiten die hen aangaan.
