Het debat over de Rijkswet Aruba financieel toezicht (HOFA) is in het Parlement een kritieke fase ingegaan. Parlementslid Endy Croes heeft scherpe kritiek geuit op de voorwaarden die Nederland stelt voor de herfinanciering van de COVID-19-schuld. Hij wijst erop dat het werkelijke financiële voordeel veel kleiner is dan aanvankelijk was toegezegd.
Het belangrijkste twistpunt is de zogenaamde ‘rentebesparing’ die de regering aanvoert als argument om deze Rijkswet te ondertekenen. Volgens Croes stroken de feitelijke cijfers niet met de verwachtingen die in de samenleving zijn gewekt.
Van 800 miljoen naar slechts 8 miljoen Een van de meest opvallende onthullingen in deze discussie is het verschil in de berekeningen van de besparingen:
- De Belofte: Aanvankelijk werd gesproken over een enorme besparing van 800 miljoen florin aan rente.
- De Realiteit: Recentere en gedetailleerde berekeningen geven aan dat de werkelijke besparing rond de 8 miljoen florin per jaar ligt op de specifieke lening voor de pandemische crisis.
“De fundamentele vraag is of dit bedrag van 8 miljoen per jaar het inleveren van onze financiële autonomie aan Nederland rechtvaardigt,” aldus het parlementslid. Hij gaf aan dat de juridische prijs die Aruba betaalt vele malen hoger is dan het monetaire voordeel.
Alarma over ongrondwettelijkheid De zorgen zijn niet alleen financieel, maar ook juridisch en constitutioneel van aard. Endy Croes herinnerde eraan dat er duidelijke signalen zijn van zowel lokale vakbonden als hoogleraren en experts in Nederland dat de Rijkswet HOFA in strijd kan zijn met de Staatsregeling van Aruba.
Daarnaast luidde het parlementslid de noodklok over de impact die deze wet kan hebben op de overheids-NV’s. Het Nederlandse toezicht zou zich niet beperken tot de begroting van de centrale overheid, maar zou ook de beheersautonomie van onze eigen nationale instituten kunnen aantasten.
Een oproep om het proces te stoppen Tijdens de vergaderingen in het Parlement werd een dringend beroep gedaan op de coalitiepartijen om zich te beraadslagen en de wet niet in haar huidige vorm te ondertekenen. Het belangrijkste argument hiervoor is de onomkeerbaarheid van het besluit: “Zodra het is ondertekend en een Rijkswet wordt, zal het voor Aruba zeer moeilijk, zo niet onmogelijk zijn om in de toekomst onder dat toezicht uit te komen.”
De discussie rondom HOFA blijft een van de meest precaire besluitvormingsprocessen voor de Status Aparte van Aruba, waarbij de balans tussen tijdelijke financiële verlichting en nationale soevereiniteit onder ongekende druk staat.
