Op 10 november aanstaande vindt het mondeling pleidooi bij de Hoge Raad der Nederlanden plaats naar aanleiding van het cassatieberoep dat het Land Aruba heeft ingesteld tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 6 december 2022. In dat vonnis stelde het Gemeenschappelijk Hof vast dat in de wetgeving van Aruba het huwelijk gereserveerd is voor personen van verschillend geslacht. Volgens het Gemeenschappelijk Hof volgt enerzijds uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat dit geen schending is van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM ), maar anderzijds ook dat dit wel in strijd is met het algemene verbod op discriminatie uit de Staatsregeling van Aruba.
Op basis hiervan komt het Hof tot de formulering van een zodanige wijziging in de wetgeving dat in Aruba een huwelijk niet alleen kan worden aangegaan door twee personen van verschillend geslacht maar ook door twee personen van gelijk geslacht.
De regering van Aruba is van oordeel dat dit vonnis niet verenigbaar is met het staatsrechtelijk beginsel van de scheiding der machten, omdat het hof in feite op de stoel van de wetgever is gaan zitten.
