De integriteit van medewerkers binnen het justitieel apparaat is een belangrijke voorwaarde voor vertrouwen in de rechtsstaat. Justitiepersoneel heeft toegang tot gevoelige informatie, heeft vaak verstrekkende bevoegdheden en werkt in functies waar betrouwbaarheid essentieel is. Om die reden is een zorgvuldige, tijdige en volledige screening van groot belang.
De Raad voor de Rechtshandhaving heeft onderzoek gedaan naar de screening van justitiepersoneel in Caribisch Nederland. Het onderzoek richtte zich op het Openbaar Ministerie BES, het Korps Politie Caribisch Nederland, de Justitiële Inrichting Caribisch Nederland, de Raad voor de Kinderbescherming Caribisch Nederland en de Reclassering Caribisch Nederland.
De Raad concludeert dat de huidige screening van justitiepersoneel bij de onderzochte organisaties in Caribisch Nederland tekortschiet en aanzienlijke integriteitsrisico’s met zich meebrengt. Het huidige juridische en organisatorische kader voor screening voldoet niet langer aan de eisen die justitieorganisaties mogen en moeten stellen aan een zorgvuldige, tijdige en volledige beoordeling van de betrouwbaarheid van huidige en toekomstige medewerkers. Hierdoor kunnen integriteitsrisico’s niet volledig worden vastgesteld, ook niet op periodieke basis. Dit leidt tot onaanvaardbare kwetsbaarheden die het functioneren en de geloofwaardigheid van justitieorganisaties in Caribisch Nederland onder druk zetten.
Het komt ook voor dat medewerkers aan het werk gaan voordat het screeningstraject volledig is afgerond. Hierdoor kunnen personen zonder volledige screening toegang krijgen tot vertrouwelijke informatie.
De Raad merkt verder op dat bestaande wettelijke mogelijkheden onvoldoende worden benut. Zo worden politiegegevens in de praktijk niet betrokken bij de beoordeling van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), terwijl dit onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk is. Daarnaast kent Caribisch Nederland geen variant van de VOG op basis van politiegegevens, terwijl een dergelijke strengere vorm van screening in Europees Nederland voor bepaalde functies binnen justitieorganisaties al sinds 2022 geldt.
Wat betreft het Korps Politie Caribisch Nederland constateert de Raad dat de ministeriële regeling die de betrouwbaarheidsonderzoeken — een strengere vorm van screening specifiek voor de politie — verder had moeten uitwerken, nog steeds ontbreekt. De Raad kwalificeert dit als nalatigheid van de minister van Justitie en Veiligheid, die tevens beheerder is van het korps. Hierdoor is er nog steeds geen uitgewerkt en wettelijk geborgd kader beschikbaar voor de screening van politiepersoneel. Als gevolg daarvan heeft het merendeel van de politieagenten deze vorm van screening nog niet ondergaan.
Volgens de Raad voor de Rechtshandhaving ontbreekt het ook aan centrale regie. De betrokken organisaties onderschrijven het belang hiervan en erkennen de huidige beperkingen van screening in Caribisch Nederland, maar in de praktijk is onvoldoende duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. De Raad roept de minister van Justitie en Veiligheid daarom op om centrale regie te nemen en duidelijke en bindende afspraken te maken met alle betrokken partijen.
Mede gezien de conclusies en de geïdentificeerde risico’s zal de Raad de opvolging van de aanbevelingen nauwgezet volgen en zich op de hoogte houden van de voortgang.
Het inspectierapport is te lezen op de website van de Raad voor de Rechtshandhaving: https://www.raadrh.com/reports-bes
