De Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties heeft publiekelijk verklaard dat Aruba sinds 10-10-10 “geen Status Aparte meer heeft” en dat we daarom onder de Rijkswet HOFA hetzelfde behandeld moeten worden als Curaçao en Sint Maarten.
Dit is constitutioneel onjuist
De Status Aparte van Aruba werd in 1986 bevochten. Het gaf Aruba zijn directe autonome positie binnen het Koninkrijk, 24 jaar voordat de anderen iets vergelijkbaars kregen. Dat Curaçao en Sint Maarten in 2010 een vergelijkbare status hebben verkregen, betekent niet dat Aruba iets heeft verloren. Het betekent dat de anderen hebben bereikt wat Aruba al had.
Wat de staatssecretaris voorstelt is dit: wel dezelfde verplichtingen, maar niet dezelfde voordelen. HOFA eist van Aruba dezelfde beperkingen als van de anderen, maar zonder de schuldsanering, zonder de economische steun die zij wel hebben ontvangen. Aruba moet dezelfde lasten dragen, maar zonder dezelfde steun. Er moet aan dezelfde regels worden voldaan, maar zonder dezelfde beloning. En als er iets misgaat, draagt Aruba dezelfde gevolgen, zonder dat het hetzelfde uitgangspunt heeft gekregen. Deze schoen past ons niet alle drie even goed. Een voet dwingen in een schoen die niet zijn maat is, is geen discipline, dat is schade toebrengen!
Het lokale financiële toezicht van Aruba functioneert. De LAft is sinds 2015 van kracht. Er is geen enkele geldige reden om dit te verheffen tot een Rijkswet.
De verklaringen van de staatssecretaris zijn het levende bewijs van het zwakke argument dat wordt gebruikt om te proberen te rechtvaardigen wat constitutioneel niet te rechtvaardigen valt.
“Ik ben altijd tegen een Rijkswet Financieel Toezicht geweest en dat blijf ik ook,” sloot Tromp-Lee af.
HOFA kan niet!
