In een lopend onderzoek van het Korps Politie Aruba zijn sinds vorige week donderdag elf personen
aangehouden op verdenking van bedreigingen en/of opruiing op Facebook. Deze bedreigingen en
opruiende taal waren tegen de politie gericht.
Het openbaar ministerie realiseert zich dat het schietincident dat op 9 februari 2025 plaatshad, waarbij
een jonge man om het leven kwam, tot hevige beroering in de samenleving heeft geleid. Dit mag echter
niet leiden tot het plegen van strafbare feiten.
Vrijheid van meningsuiting is een van de beginselen van de rechtsstaat. Meningen die door anderen als
kwetsend zouden kunnen worden ervaren, zijn toegestaan. De vrijheid van meningsuiting is echter niet
onbeperkt en wordt begrensd onder andere het wetboek van strafrecht: de vrijheid van meningsuiting
stopt waar het strafrecht begint.
Het plegen van strafbare feiten valt dus nadrukkelijk niet onder de vrijheid van meningsuiting. Het uiten
van bedreigingen is een strafbaar feit. Het opjutten van anderen zodat zij stafbare feiten gaan plegen –
opruiing – is ook een strafbaar feit. Het plaatsen van bedreigende of opruiende teksten op social media
zoals Facebook is dan ook strafbaar. De personen die nu zijn aangehouden worden verdacht van het
plegen van deze feiten, waarbij de dreigende teksten zijn gericht op de politie. Dit kan op geen enkele
manier worden getolereerd.
Het onderzoek naar het schietincident van 9 februari 2025 door de Landsrecherche is nog steeds in volle
gang. De politieagenten zijn als verdachten in dat onderzoek aangemerkt. Agenten die in diensttijd
gebruik maken van het van dienstwege verstrekte dienstwapen worden in beginsel niet aangehouden
vooruitlopend op de eindresultaten van het onderzoek dat door de Landsrecherche wordt verricht,
omdat zij onder voorwaarden volgens de wet gebruik mogen maken van het dienstwapen. Het
onderzoek zal moeten uitwijzen of aan die voorwaarden is voldaan. Daar ligt ook het onderscheid met
burgers.
