De rechter heeft vanochtend de verzoeken van M.D.M. om het openbaar ministerie te gebieden hem in detail te informeren over de aard en oorzaak van de beschuldigingen tegen hem, inclusief de concrete beschuldigingen waarop het vermeende strafbare handelen is gebaseerd, én om uiterlijk 23 augustus 2025 een vervolgbeslissing te nemen in zijn zaak, wederom afgewezen.
M.D.M. had nagenoeg dezelfde verzoeken reeds op 15 juli 2025 ingediend, waarna de rechter deze op 17 juli 2025 heeft afgewezen. Vervolgens is hij tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan. Dat beroep is op 8 augustus 2025 door het Hof niet-ontvankelijk verklaard, omdat de advocaten het beroep te laat hadden ingediend. Daarmee is de beslissing van het Gerecht van 17 juli 2025 onherroepelijk geworden.
De rechter is van oordeel dat, door nu dezelfde verzoeken opnieuw aan het Gerecht voor te leggen, aan deze verzoeken elke redelijke grond ontbreekt. De wet bepaalt in dat geval dat de rechter het verzoek zonder nader onderzoek (op een zitting) afwijst.
