De rechtbank heeft vanochtend de strafzaak die het Openbaar Ministerie is gestart tegen de man E. (29) niet inhoudelijk behandeld. Dit gebeurde nadat de officier van justitie had verzocht de zaak aan te houden in afwachting van verder onderzoek in Nederland.
De man E. wordt ervan beschuldigd één vrouw te hebben verkracht en twee vrouwen te hebben gechanteerd. De rechter besloot de zaak uit te stellen, omdat het onderzoek in Nederland van groot belang is.
VERKRACHTING VAN ÉÉN VROUW EN CHANTAGE VAN TWEE VROUWEN
In de rechtszaal was één van de slachtoffers van chantage aanwezig, mevrouw T., die werd vergezeld door haar familie en haar advocaat, mr. Gravenstijn. Ook waren de ouders van de verdachte E. aanwezig.
De rechter verklaarde dat de zaak vorig jaar is begonnen en dat er twee aanklachten tegen E. lopen. De eerste aanklacht betreft de vermeende verkrachting van mevrouw S. in Curaçao in 2014. De tweede aanklacht betreft de vermeende chantage van mevrouw B. en mevrouw T. tussen 1 januari 2015 en 2023, door middel van bedreigingen om handelingen te verrichten of informatie over hen openbaar te maken. Daarnaast is er een beschuldiging dat E. in januari 2023 mevrouw T. in Nederland heeft gehackt.
De rechter gaf verder aan dat recent een verklaring van het slachtoffer, mevrouw S., is verkregen. Er is tevens een psychiatrisch rapport over E. opgesteld. Mevrouw T. heeft een civiele schadeclaim ingediend. Mevrouw S. heeft, nadat zij hoorde dat E. in Aruba was aangehouden, aangifte tegen hem gedaan.
De rechter lichtte toe dat zich een nieuwe ontwikkeling in de zaak heeft voorgedaan, waarbij de officier van justitie onlangs per e-mail aan zowel de rechter als aan de advocaat van E., mr. Illes, heeft verzocht de zaak aan te houden voor nader onderzoek. Advocaat mr. Illes verzette zich hiertegen.
OFFICIER VAN JUSTITIE VERZOEKT NADERE ONDERZOEKEN
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat twee officieren van justitie met deze zaak zijn belast. Eén van hen verklaarde dat de reden voor het verzoek tot uitstel is dat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) een stemonderzoek uitvoert op telefoongesprekken om vast te stellen of het daadwerkelijk de verdachte E. betreft. E. ontkent de telefoongesprekken te hebben gepleegd. Volgens het NFI zal het onderzoek ongeveer vier weken duren.
De officier van justitie gaf aan dat de resultaten van het NFI-onderzoek belangrijk zijn voor zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging. Op de vraag van de rechter wanneer de zaak opnieuw kan worden behandeld, stelde de officier eind februari 2026 voor. De rechter merkte op dat eind februari 2026 al een grote zaak gepland staat en dat advocaat mr. Illes daar eveneens bij betrokken is. De rechter stelde vervolgens maart voor. De officier stelde 20 maart 2026 om 08.30 uur voor.
Advocaat mr. Illes verzocht dat, indien de zaak wordt aangehouden, E. onder specifieke voorwaarden in vrijheid wordt gesteld zodat hij door een psychiater kan worden behandeld. Volgens de advocaat kampt E. met mentale problemen die behandeling vereisen.
De officier van justitie verzette zich tegen invrijheidstelling en benadrukte dat het om een zeer ernstige zaak gaat met zwaarwegende gronden. Hij stelde dat het uitstel binnen een redelijke termijn van twee maanden valt.
ZAAK AANGEHOUDEN
De rechter gaf aan dat hij het onderzoek goedkeurt, aangezien het van belang is vast te stellen of E. daadwerkelijk degene was die telefonisch sprak, gezien de ernst van de uitingen.
De rechter wees het verzoek van advocaat mr. Illes af. Naar het oordeel van de rechter gaat het om zeer ernstige beschuldigingen: verkrachting en chantage van twee vrouwen. De rechter benadrukte dat E. eerder in vrijheid was gesteld, maar toen opnieuw een strafbaar feit had gepleegd. Vastgesteld werd dat de zaak op 20 maart 2026 inhoudelijk zal worden behandeld.
