Na het Tripartiet overleg op Curaçao ziet de PPA vooruitgang op het dossier ‘geschillenregeling’: “Wanneer Aruba een conflict heeft met het Koninkrijk, kan het niet zo zijn dat het grootste land automatisch het laatste woord heeft.”
Wat gebeurt er als Aruba en het Koninkrijk der Nederlanden het niet met elkaar eens zijn? Wie heeft dan het laatste woord: het recht of de partij met de meeste macht?
Deze vraag vormde een van de belangrijke onderwerpen tijdens het recente Tripartiet overleg op Curaçao, waar de Parlementen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten bijeenkwamen om gemeenschappelijke onderwerpen te bespreken y elkaar te versterken.
Voor parlementslid Eduard Pieters (PPA) is een van de belangrijkste vorderingen gemaakt op een dossier dat al meer dan 15 jaar lang op de agenda staat: de geschillenregeling. Dit is een mechanisme om geschillen binnen het Koninkrijk te behandelen wanneer politieke dialoog niet tot een oplossing leidt.
Aruba moet ook haar recht kunnen verdedigen
Een conflict binnen het Koninkrijk kan betrekking hebben op de interpretatie van het Statuut, de autonomie of de grenzen van de bevoegdheden tussen het Koninkrijk en een land. Sinds 2010 voorziet artikel 12a van het Statuut in een regeling bij Rijkswet om bepaalde geschillen te behandelen. In de loop der jaren is er echter geen model gevonden dat aanvaardbaar was voor alle landen binnen het Koninkrijk. Volgens Pieters raakt dit aan de essentie van gelijkwaardigheid binnen het Koninkrijk.
Wanneer Aruba, of een ander land binnen het Koninkrijk, een conflict heeft met de Rijksministerraad, mag het resultaat niet simpelweg afhangen van het feit dat Nederland groter is omdat het met 18 ministers vertegenwoordigd is in de Rijksministerraad. De vraag moet zijn: wie heeft er volgens het Statuut gelijk?
Drie landen, een sterkere positie
Een eerder voorstel kon niet rekenen op een positief advies van onder meer de Raad van State. Vervolgens zijn de drie Caribische landen samen blijven werken aan een alternatief. Voor Pieters zijn dat juist de politieke lessen: Aruba, Curaçao en Sint Maarten staan sterker wanneer zij niet elk constitutioneel probleem afzonderlijk te lijf gaan, maar kennis delen en samen hun gemeenschappelijke belangen verdedigen.
Niet alleen politici hebben hieraan bijgedragen; ook de juridische professionals van de drie landen hebben aan het technische werk deelgenomen, waarbij de opmerkingen van de Raad van State in het proces zijn verwerkt. Volgens Pieters is tijdens het Tripartiet overleg op Curaçao een definitieve versie gepresenteerd, die nu haar democratische traject moet vervolgen.
Een oordeel moet gewicht hebben
Het huidige voorstel voorziet in een belangrijke rol voor de Raad van State van het Koninkrijk wanneer een geschil niet politiek opgelost kan worden. Maar volgens Pieters heeft een geschillenregeling alleen zin als het resultaat ook daadwerkelijk consequenties heeft.
Je kunt geen mechanisme in het leven roepen om te bepalen wie er gelijk heeft, om vervolgens toe te laten dat de machtigste partij dat oordeel simpelweg negeert. Dat is precies waarom het debat veel groter is dan alleen een juridische procedure: het gaat om de machtsbalans binnen het Koninkrijk.
Meer dan 15 jaar: nu moet het Parlement in beweging komen
Pieters benadrukt dat de geschillenregeling nog geen van kracht zijnde wet is. Het democratische en wetgevende proces moet doorgaan en de Parlementen moeten het behaalde resultaat behandelen.
Maar na meer dan 15 jaar is er volgens Pieters eindelijk perspectief op vooruitgang. Voor de PPA heeft het Tripartiet overleg op Curaçao bovendien aangetoond dat samenwerking tussen de drie Caribische landen concrete resultaten kan opleveren.
De geschillenregeling is geen instrument dat Aruba voortdurend wil gebruiken; idealiter lossen de landen hun verschillen op via dialoog, aangezien de autonomie niet op de proef wordt gesteld wanneer iedereen het met elkaar eens is. De echte test komt wanneer Aruba “nee” zegt en de Rijksministerraad “ja”. Op die dag moet Aruba niet afhankelijk zijn van politieke gunsten of van wie de meeste macht heeft.
“In een Koninkrijk van vier landen moet het recht zwaarder wegen dan macht. Dat is de bescherming die Aruba, Curaçao en Sint Maarten moeten hebben,” sloot Eduard Pieters af.

