In een vonnis van 12 december 2025 heeft de Hoge Raad van Nederland het cassatieberoep van Jairo Alejandro Ortega Carvajal tegen Management (GAZM) en andere betrokken bedrijven afgewezen. Met deze beslissing zet de hoogste rechterlijke instantie een definitief punt achter een juridisch conflict dat meer dan acht jaar heeft geduurd.
Achtergrond van de zaak
De zaak ontstond uit een commerciële overeenkomst tussen Ortega Carvajal en een groep lokale bedrijven verbonden aan GAZM voor de ontwikkeling van een appartementencomplex van 14 eenheden in Aruba. Volgens de gerechtelijke stukken hebben de lokale bedrijven aan de contractuele eisen voldaan en de benodigde documenten ondertekend voor de start van het project.
Ortega Carvajal ,Dit leidde tot een geschil over welke partij het wettelijke recht had om ontbinding van de overeenkomst te vorderen.
Beslissingen in eerdere instanties
In eerste aanleg en later in hoger beroep oordeelde het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dat Ortega Carvajal zijn hoofdbetalingsverplichting had geschonden en dat de lokale bedrijven op basis hiervan recht hadden op ontbinding van de overeenkomst. Het hof stelde vast dat Ortega Carvajal sinds oktober 2018 het contract niet nakwam.
Het hof wees ook het verzoek van Ortega om een schadevergoeding van circa 1,8 miljoen gulden af, die hij claimde als investering in het project. Volgens het vonnis waren er onvoldoende bewijzen om deze claim te ondersteunen, en uitte het hof twijfels over de omvang van de opgevoerde kosten.
Daarnaast bepaalde het hof dat Ortega Carvajal de advocaatkosten van de tegenpartij moest betalen, geschat op ongeveer 60.000 gulden.
Uitspraak van de Hoge Raad
Na het ongunstige oordeel van het hof op 30 juli 2024, diende Ortega Carvajal een cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad stelde echter vast dat de aangevoerde gronden niet voldoende waren om het vonnis van het hof te vernietigen.
Het hoogste gerechtshof gaf aan dat uitgebreide motivering niet noodzakelijk was, conform artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie. Op basis hiervan besloot de Hoge Raad:
• Het cassatieberoep te verwerpen;
• Ortega Carvajal te veroordelen tot betaling van de kosten van het cassatieproces.
De kosten werden vastgesteld op €8.206 voor proceskosten en €2.200 voor advocaatkosten, ten gunste van GAZM e.a.
Gevolgen van de uitspraak
Met de uitspraak van de Hoge Raad is het cassatieberoep definitief afgewezen. Ortega Carvajal moet meer dan €10.000 aan proceskosten betalen, naast de financiële verplichtingen die al in eerdere uitspraken waren vastgesteld.
Deze uitspraak markeert het einde van een langdurig civiel proces met meerdere rechtsinstanties en aanzienlijke financiële gevolgen voor de betrokken partijen.
Momenteel staat Alejandro Ortega Carvajal een schadevergoeding van circa 3 miljoen gulden te wachten, die hij aan de benadeelde bedrijven zal moeten betalen.
