Een minister moet verantwoording afleggen: transparantie is geen optie, maar een wettelijke verplichting
ORANJESTAD – Tijdens de IPKO-bijeenkomsten die eind februari plaatsvonden, kwam één onderwerp duidelijk naar voren binnen de Nederlandse delegatie: de reis met een privéjet van minister Gerlien Croes. In gesprekken met twee voormalige rechters, die een scherpe visie hebben op deze kwestie, werd benadrukt dat er twee kritieke punten zijn die minister Croes niet langer kan negeren: absolute transparantie en de strikte regels met betrekking tot geschenken voor een bestuurder in functie.
Een Belediging voor Onze Grondwet en het Recht van het Parlement
Het is een nationale schande dat een parlementariër een LOB-verzoek (Wet Openbaarheid van Bestuur) moet indienen om informatie te verkrijgen die eigenlijk al openbaar en toegankelijk hoort te zijn. In een gezonde democratie en in de rest van het Koninkrijk is het normaal dat een minister verantwoording aflegt over zijn of haar reizen en uitgaven zonder daar obstakels omheen te creëren.
Artikel III.16 van onze Grondwet geeft een parlementariër het fundamentele recht om informatie te ontvangen. Vragen zoals “Hoeveel heeft de jet gekost?” en “Wie heeft het betaald?” zijn eenvoudig, direct en fundamenteel. Als minister Croes publiekelijk verklaart dat zij zelf voor deze dienstreis heeft betaald, dan heeft zij de morele en wettelijke verplichting om het betalingsbewijs te tonen. Transparantie wordt niet met woorden bewezen, maar met documenten.
De Integriteitswet: Een Geschenk of een Overtreding?
Als de minister niet kan aantonen dat zij de reis zelf heeft betaald, wordt de situatie juridisch precair.
Volgens de Integriteitswet zou zo’n reis worden beschouwd als een “geschenk.” Artikel 13 van deze wet schrijft voor dat elk geschenk binnen een redelijke termijn moet worden gemeld. Die termijn is inmiddels verstreken.
Daarnaast bepaalt de Integriteitswet dat de minister-president het Parlement moet informeren wanneer een bestuurder geschenken ontvangt. Dit gaat niet om het “vervolgen” van een minister, zoals minister Gerlien Croes beweert. Het gaat erom dat de wet wordt nageleefd die wij zelf in het parlement hebben aangenomen. Een wet is een wet, en een minister hoort daarin het voorbeeld te geven.
De Gedragscode: De Limiet van 250 Florin
Een ander punt waar de minister juridisch in conflict lijkt te zijn, is de Gedragscode die geldt voor ministers. Artikel 5 stelt duidelijk dat een minister en zijn of haar partner alle geschenken moeten registreren, of het nu gaat om geld, diensten of bijvoorbeeld een vlucht met een privéjet.
- De gouden regel: Als een geschenk meer waard is dan 250 florin, heeft de minister de wettelijke plicht om het te weigeren.
Een vlucht met een privéjet kost duizenden florins. Juridisch gezien kan deze dus niet eens worden geregistreerd omdat deze de toegestane limiet overschrijdt. Als de minister deze reis als geschenk heeft aanvaard, heeft zij in strijd met de Gedragscode gehandeld. Als zij de reis zelf heeft betaald, waarom dan de aarzeling om de bankoverschrijving te tonen?
Conclusie: Tussen Integriteit en de Waarheid
Minister Gerlien Croes ondermijnt een grondwettelijk recht door geen informatie te verstrekken. Binnen het Koninkrijk is dit onaanvaardbaar. Wanneer een minister verklaart dat zij zelf heeft betaald, zet zij haar eigen integriteit op het spel.
Als zij geen bewijs van betaling overlegt, geeft zij feitelijk toe dat zij de Integriteitswet en de Gedragscode niet heeft nageleefd.
“Minister Gerlien Croes, als parlementariër vervolg ik u niet en vraag ik geen gunst. Ik eis simpelweg dat de wet wordt gerespecteerd. Het volk verdient transparantie, geen excuses,” besloot Vrolijk.
