Volgens de Directie Arbeid en Onderzoek (DAO) verdient ongeveer 20.526 werknemers in de private sector (43%) minder dan het bestaansminimum (Afl. 2.683). Deze cijfers schetsen echter geen volledig beeld, omdat fooien niet worden meegerekend. In 2019 bevestigde AHATA dat veel medewerkers in de hotellerie en horeca aanzienlijke inkomsten uit fooien ontvangen. Een werknemer met een basissalaris van Afl. 2.000 per maand en Afl. 1.000 aan fooien neemt maandelijks Afl. 3.000 mee naar huis, ruim boven het bestaansminimum. DAO-cijfers tonen aan dat circa 30% van degenen die minder dan Afl. 2.500 per maand verdienen, werkzaam is in de sector food and beverage of hotel and accommodation. Telt men de krachten mee die via uitzendbureaus in deze sectoren werken, dan gaat het om zo’n 5.500 tot 6.000 werknemers (28%) van wie het inkomen op papier onder het bestaansminimum valt, terwijl de werkelijkheid anders is.
Wat gaat de verhoging kosten?
Het huidige minimumloon bedraagt Afl. 2.007,05 per maand. Om het bestaansminimum (Afl. 2.683) te bereiken, is een stijging van Afl. 675,95 nodig. Voor werkgevers bedragen e bijkomende kosten ongeveer Afl. 844,94 per werknemer, inclusief 25% aan werkgeverslasten (AOV/AWW/AZV/ZV/OV). Een werknemer die exact het minimumloon verdient, gaat er op jaarbasis Afl. 8.111,40 op vooruit, terwijl een werkgever circa Afl. 10.139,- extra per jaar betaalt voor deze werknemer. Uiteraard verdient niet iedereen onder deze 20.526 werknemers precies het minimumloon, maar bij een geschatte gemiddelde stijging van Afl. 400,- per maand bedragen de extra kosten voor de private sector Afl. 98,5 miljoen aan loonkosten en Afl. 123,2 miljoen inclusief werkgeverslasten. Is er in de begroting van 2027 ruimte om adequate compensatie te bieden?
Een voorstel van een parlementslid om het minimumloon in drie jaarlijkse fasen met Afl. 1,33 per uur te verhogen, leidt tot een cumulatieve jaarlijkse kostenpost van ongeveer Afl. 71 miljoen in 2027, Afl. 142 miljoen in 2028 en Afl. 213 miljoen in 2029, aannemende dat alle 20.526 werknemers de volledige stijging ontvangen.
Hoe is de overheid van plan bedrijven te compenseren? Zal deze compensatie tijdelijk of permanent zijn? Waar komt het geld vandaan? Het verlagen van de winstbelasting is onvoldoende. Er ligt een voorstel om de winstbelasting te verlagen, maar dit helpt uitsluitend winstgevende ondernemingen. Bedrijven zonder winst (zoals veel startups) of met zeer kleine marges zien nauwelijks verlichting, terwijl hun loonkosten drastisch stijgen.
Neem een bedrijf met Afl. 1 miljoen winst en 30 werknemers die elk Afl. 230 extra per maand ontvangen. Een verlaging van de winstbelasting met 1% tot 1,5% levert een besparing op van Afl. 10.000 tot 15.000 per jaar, terwijl e loonsverhoging circa Afl. 103.000 kost. Meer dan 85% van de extra kosten blijft ongecompenseerd en zal waarschijnlijk worden doorbereken aan de consument.
Toen Bonaire het minimumloon tussen 2023 en 2024 verhoogde met $514 (een stijging van 41,6%), verlaagde de overheid de sociale werkgeverspremies van 13,4% naar 10,3% (een reductie van 23,1%). Een algemene verlaging zoals op Bonaire komt alle bedrijven ten goede, niet alleen ondernemingen die direct te maken krijgen met hogere loonkosten. Met het oog op het stijgende aantal gepensioneerden: kunnen de SVb en het AZV een substantiële daling van hun inkomsten wel opvangen?
Overheidsfinanciën onder druk
De vraag hoe bedrijven gecompenseerd moeten worden voor een structurele stijging van e loonkosten doet zich voor in een periode van geopolitieke onrust, stijgende rentestanden en reeds bestaande structurele fiscale verplichtingen van de regering-AVP-Futuro. De reparatietoeslag voor gepensioneerden, verhogingen in de bijstand, uitbreiding van voorzieningen voor mensen met een beperking en loonaanpassingen in het onderwijs hebben in 2026 al een fiscale impact van zo’n Afl. 147 miljoen veroorzaakt, die tegen 2030 zal oplopen tot Afl. 180 miljoen (inclusief inkomstenverliezen).
Nu moet de overheid ook permanente compensatie voor het bedrijfsleven inpassen, waardoor de structurele fiscale stijging in slechts twee bestuursjaren boven de Afl. 200 miljoen uitkomt. De overheid dient een financieel plan met stresstesten te presenteren, zodat de bevolking in tijden van minder welvaart niet opnieuw wordt geconfronteerd cu een vloedgolf aan bezuinigingsmaatregelen.
Waar blijft de hervorming van het overheidsapparaat?
In 2026 bedragen de geraamde overheidsinkomsten zo’n Afl. 1.945 miljoen — en nog is het niet toereikend? Het ‘Toerisme 3.0’-concept stelt een stijging van 125% voor op de heffingen bij binnenkomst, door een resilience fee van $25 toe te voegen bovenop de sustainability fee van $20. De problemen rond het Arubaanse rioolwater en de afvalstort (dump) zijn echter nog net zo ver verwijderd van een oplossing als voorheen. Men wil ook de room tax en de toeristenbelasting voor cruiseschepen verhogen, maar de overheid hervormen zodat zij aan haar basistaken kan voldoen: helemaal niets! De staat van onze wegen, de schoolinfrastructuur en de gezondheidszorg — zelfs wanneer de overheid over bijna Afl. 2 miljard aan inkomsten beschikt — wijst op structurele tekortkomingen in het overheidsapparaat die geen enkele politicus lijkt te willen aanpakken.
Waar blijft het plan om e overheidsuitgaven te verlagen, het administratieve apparaat te vereenvoudigen en de efficiëntie te vergroten? Waarom wordt er niet gekeken naar het verlagen van de BBO, het afschaffen van de BBO aan de grens of het herzien van invoerrechten om de koopkracht te verbeteren? Niet elke belastingverlaging kan worden gefinancierd, maar accepteren dat hogere uitgaven en extra belastingen de enige oplossing zijn, is evenmin acceptabel. Met bijna twee miljard florin aan jaarlijkse inkomsten moet de overheid eerst bewijzen haar middelen doeltreffend te kunnen beheren voordat zij om meer vraagt.
Tijd om op de handrem te trappen
Niemand betwist dat werknemers een beter salaris verdienen, of dat Aruba moet investeren in moderne scholen en een behoorlijke infrastructuur. Dit moet echter wel op een duurzame manier worden gefinancierd. Verhoging van het minimumloon, compensatie voor het bedrijfsleven, verhoging van sociale uitkeringen en nieuwe belastingen voor bezoekers zijn geen opzichzelfstaande besluiten, maar onderdelen van dezelfde fiscale werkelijkheid. Het probleem is niet slechts hoeveel geld de overheid binnenkrijgt, maar hoe zij dat geld beheert. Het is tijd om op de handrem te trappen y stil te staan bij de koers die we varen, voordat e verplichtingen van vandaag de toekomst van morgen in gevaar brengen.
