Terwijl de werkbezoeken van Staatssecretaris Eric van der Burg op het Binnenhof in Den Haag worden gepresenteerd als een inspanning om de banden binnen het Koninkrijk te versterken, is het sentiment op de eilanden volkomen anders. Achter de façade van een ‘gelijkwaardig partnerschap’ toont de politieke realiteit op Bonaire en Aruba een zorgwekkend patroon van eenzijdige wetgeving, structurele financiële druk en een systematische minachting voor het lokale democratische mandaat.
Zowel in Kralendijk als in Oranjestad voelen de gemeenschappen en hun vertegenwoordigers dat cruciale beslissingen worden gedicteerd vanuit een juridische afstand van duizenden kilometers. Wat volgens het Statuut een Koninkrijk had moeten zijn dat gebaseerd is op wederzijds respect en autonomie, toont steeds vaker het gezicht van een bestuur waarin Den Haag zijn wil oplegt met de portemonnee in de hand.
Bonaire: De Illusie van gelijkheid en een openbaar Lichaam dat geen gemeente is zoals wordt gepropageerd, maar een door Den Haag bestuurd territorium zonder rechten
De situatie op Bonaire stoelt op een democratische wond die nooit is geheeld. In 2010 stemde een overweldigende meerderheid van maar liefst 88%, en in 2015 66% van de Bonaireanen tijdens twee referenda tegen de huidige status van ‘openbaar lichaam’. Ondanks deze democratische afwijzingen koos Nederland ervoor de uitslagen terzijde te schuiven en de structurele integratie door te drukken, tegen de stem en de wens van het volk in. Deze minachting voor de volkssoevereiniteit blijft een smet op de relatie met Den Haag. Ondertussen spreekt men over samenwerken en gelijkwaardigheid, maar de praktijk is anders. Bonaire vecht tot op de dag van vandaag, en inmiddels heeft de kritiek een internationaal niveau bereikt.
De Verenigde Naties (VN) hebben ernstige zorgen geuit over de ongelijke behandeling die de burgers van Bonaire krijgen in vergelijking met de inwoners van Europees Nederland. Of het nu gaat om de definitie van het sociaal minimum, de gezondheidszorg of de infrastructuur; de realiteit is dat een burger in Kralendijk niet dezelfde fundamentele rechten heeft als een burger in Almere of Eindhoven, of in heel Nederland zoals alle Nederlanders.
Hier rijst de structurele vraag: Wat is Bonaire nu werkelijk voor Nederland? In de praktijk behandelt het ministerie in Den Haag het eiland als een Nederlandse gemeente wanneer er verplichtingen moeten worden opgelegd, maar weigert het de constitutionele rechten te verlenen die daarmee gepaard gaan. De huidige herziening van de wetten WolBES en FinBES is het meest recente voorbeeld: deze wetten worden ervaren als een eenzijdig dictaat waarover de Tweede Kamer beslist, terwijl de lokale politici en de bevolking geen reële stem hadden in de definitie van het uiteindelijke besluit. Dezelfde praktijk toont exact hetzelfde jasje als de Rijkswet HOfA die er voor Aruba aankomt.
Dit contrast tussen de harde bestuurspraktijk en de mooie woorden over gelijkheid wakkert serieuze speculaties aan rond de historische excuses voor het slavernijverleden. Velen op het eiland vragen zich af of die excuses wel oprecht waren, of dat ze louter politiek theater waren om het morele imago van Nederland op te poetsen, terwijl de koloniale reflexen binnen de huidige bestuursstructuur intact blijven.
Aruba: De strijd om autonomie en het omzeilen van het Parlement
Ondertussen zijn op Aruba de constitutionele spanningen tot het kookpunt gestegen rondom de Rijkswet Aruba Financieel Toezicht (HOfA). Dit geschil werpt een structureel rood licht op de trias politica van het eiland. Terwijl de uitvoerende macht de Regering van Aruba gevormd door de coalitie AVP-FUTURO achter gesloten deuren haar medewerking heeft verleend, heeft de wetgevende macht van het Parlement van Aruba tot op de dag van vandaag geen vergadering gehouden of oproep gekregen om de wet te behandelen voordat de Regering deze naar Nederland brengt. Parlementariërs weigeren pertinent om consensus te verlenen.
De essentie zelf van een Rijkswet vereist wettelijke consensus tussen de landen. De HOfA mist deze consensus in het Parlement en gaat rechtstreeks in tegen de afspraken die zijn gemaakt in het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO). Als Nederland ervoor kiest om deze wet formeel door te drukken via de Raad van State en de Tweede Kamer, wetende dat de hoogste stem van het Arubaanse volk “Nee” heeft gezegd, dan wordt de geloofwaardigheid van overlegorganen zoals het IPKO gereduceerd tot een simpele praatclub zonder enige vorm van macht.
Den Haag eist voortdurend ‘good governance’ (goed bestuur) van de eilanden, maar tegelijkertijd tolereert en profiteert het ervan dat de regering van Aruba buiten haar eigen parlement om handelt om deals te sluiten, gezien de laatste bewegingen die hebben plaatsgevonden. Een dergelijk optreden van een Nederlandse minister-president richting de Tweede Kamer zou in Nederland een onmiddellijke constitutionele crisis betekenen. Waarom is wat in Den Haag ondenkbaar is, wel toegestaan op Aruba wanneer het de Nederlandse agenda uitkomt?
De ‘controlestrategie’ die op Bonaire is gebruikt, is nu gestoken in een Arubaans jasje. Er hangt een groot mysterie rond deze onderhandelingen, en de speculatie gaat rond dat de toekomstige bestemming van de vitale terreinen van de raffinaderij (Lago/Valero) een rol speelt in de strategische druk die Nederland uitoefent. Wanneer Nederland de financiële steun en de gunstige herfinancieringsvoorwaarden koppelt aan de voorwaarde dat Aruba een deel van haar budgettaire soevereiniteit moet inleveren, dan is dit geen hulp tussen partners, maar een financieel dictaat dat misbruik maakt van de kwetsbare positie van het eiland.
Het omzeilen van de parlementaire democratie komt naar voren in het feit dat de corresponderende lokale wet, de Landsverordening (LWHO), niet is goedgekeurd of besproken door de Staten van Aruba. De openbare vergadering over dit onderwerp wordt in Oranjestad op verdachte wijze vermeden, ondanks verzoeken en rappels (herinneringen) die door de parlementariërs sinds de maand maart zijn gestuurd. Hoe is het mogelijk dat het wetgevingsproces in de Tweede Kamer in Den Haag op volle toeren draait, terwijl lokaal het democratische debat niet eens is toegestaan?
Een Constitutioneel Kruispunt
De aanhoudende druk vanuit Den Haag voedt een diep wantrouwen en een groeiend verzet op de eilanden, waardoor het fundament van wederzijds vertrouwen wordt vernietigd. Wetgeving met zo’n grote impact als de HOfA of de herziening van de WolBES kan niet effectief zijn als deze van bovenaf wordt opgelegd. Zelfs binnen de eigen regeringscoalitie op Aruba is het verzet zichtbaar, wat de vraag oproept hoe Nederland denkt deze wetten succesvol te implementeren als het draagvlak aan alle kanten afbrokkelt.
De ultieme beproeving voor de democratie binnen het Koninkrijk ligt besloten in één enkele vraag: Als het volk en zijn wettelijke vertegenwoordigers officieel “NEE” zeggen tegen de voorwaarden van Den Haag, is de Nederlandse regering dan bereid om die democratische wil te respecteren en van koers te veranderen? Of bestaat het woord autonomie binnen het Koninkrijk der Nederlanden alleen op papier, zolang de eilanden hun hoofd blijven buigen en “Ja” zeggen tegen alles wat Den Haag dicteert?
In dit geval, als de HOfA-wet wordt aangenomen, wordt Aruba hetzelfde als Bonaire: Nederland beslist en Aruba moet implementeren. Als Aruba eigen ideeën heeft, kunnen die alleen worden uitgevoerd als Nederland dat wil, niet omdat Aruba het goed vindt voor haar eigen economie. Artikel 38 in de HOfA-wet zegt alles, samen met de exitbepaling die een uitweg illustreert, maar in de realiteit is de deur naar die uitgang onbereikbaar.
