Staatssecretaris belast met Koninkrijksrelaties, Eric van der Burg, heeft een duidelijke toelichting gegeven op het doel achter de Rijkswet Aruba financieel toezicht (HOFA), waarbij hij benadrukte dat deze kwestie niets te maken heeft met partijpolitiek. Van der Burg onderstreepte dat de wet louter tot doel heeft Aruba dezelfde voorwaarden en regels te geven die Curaçao en Sint Maarten al geformaliseerd hebben binnen het Koninkrijk.
Tijdens zijn verklaringen koos de Nederlandse bewindspersoon ervoor om een standpunt van absolute politieke neutraliteit in te nemen ten opzichte van het Arubaanse electorale landschap. Van der Burg benadrukte dat hij geen mening heeft over welke politieke partijen aan het roer staan in het land. “Ik blijf neutraal en ik respecteer de beslissing van de Arubaanse kiezer,” verklaarde de Staatssecretaris. Hij legde uit dat zijn hoofdtaak is om te onderhandelen en samen te werken met de regering die op dat moment aan de macht is, ongeacht de politieke kleur.
Een historisch verschil sinds 1986
Ingaand op de historische context memoreerde Van der Burg dat Aruba een andere staatsrechtelijke situatie heeft in vergelijking met Curaçao en Sint Maarten, vanwege het behalen van haar Status Aparte 40 jaar geleden. Aruba verkreeg haar status als autonoom land binnen het Koninkrijk als eerste, lang voor de opheffing van de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 (10-10-10).
Om deze reden maakte Aruba in 2010 geen deel uit van hetzelfde kader toen er nieuwe financiële regelingen werden getroffen voor Curaçao en Sint Maarten. Het ontbreken van een soortgelijke regeling in de afgelopen jaren heeft geleid tot een constitutionele onbalans in het structurele financieel toezicht.
“Zusters” in het Koninkrijk
De huidige Rijkswet, bekend als HOFA, is rechtstreeks uitonderhandeld door de huidige Gevolmachtigde Minister van Aruba in Nederland. Volgens Van der Burg is het hoofddoel van dit wetgevingstraject om Aruba in een positie van juridische en financiële gelijkheid met de anderen te brengen.
De bewindsman illustreerde deze relatie door Aruba, Curaçao en Sint Maarten te omschrijven als “zusters” binnen het Koninkrijk, wat inhoudt dat zij op dezelfde evenwichtige manier behandeld moeten worden. Kortom, de wet komt er volgens Van der Burg niet om eenzijdige maatregelen op te leggen, maar om ervoor te zorgen dat Aruba geniet van dezelfde voorwaarden en regels die de andere zusterlanden al sinds het jaar 2010 hebben vastgelegd.

