Een van de centrale thema’s die recentelijk naar voren is gekomen in het kader van de herdenking van de afschaffing van de slavernij, is het belang van het behoud van de levende geschiedenis en de culturele identiteit door de generaties heen. Jason Fullink, voormalig voorzitter van het slavernijplatform op Curaçao, deelde een diepgaande reflectie over hoe de structuur van onze gemeenschappen radicaal is veranderd met de komst van moderne technologie en hoe dit onze sociale verbinding beïnvloedt.
Volgens Fullinck speelde de buurt, voordat technologie het dagelijks leven domineerde, een cruciale rol in de vorming van de mens. “Voordat de technologie haar intrede deed, was je buurt heel belangrijk. De buurt en/of het buurtcentrum was de school die de gemeenschap vormde,” legde Fullinck uit. Hij herinnerde zich hoe het gemeenschapsleven zich afspeelde tijdens de bijeenkomsten van het oogstfeest, de buurtcentra, de kerk, de tambú-evenementen, het honkbalveld en de keuken thuis. Dit waren allemaal plekken waar de gemeenschap samenkwam en waar de cultuur van de ene generatie op de andere werd overgedragen.
De oud-voorzitter onderstreepte de waarde van buurtcentra als het ontmoetingspunt waar de verschillende generaties elkaar tegenkwamen en met elkaar omgingen. Hij uitte echter zijn zorgen over de huidige realiteit:
“Helaas wordt dat stap voor stap minder omdat er technologie is. En technologie zorgt ervoor dat je dat contact met elkaar van generatie op generatie verliest.”
Voor Fullinck is dit directe contact uiterst belangrijk voor het overleven van de identiteit en de cultuur van een volk.
Vrijheid, verzet en de kracht van de tambú In zijn toespraak verwees Fullink ook naar de betekenis van de dag van de emancipatie en de afschaffing van de slavernij. Hij legde uit dat hoewel de afschaffing de fysieke ketenen brak, de vrijheid die het volk terugkreeg veel verder ging dan louter het stoppen met dwangarbeid. Het omvatte het recht van de gemeenschap om te kunnen leven, spreken en hun cultuur over te dragen met waardigheid en zonder beperkingen.
Als voorbeeld van dit verzet noemde hij het instrument de tambú:
“We spreken over hoe de tambú heeft overleefd, omdat velen toch samenkwamen om de tambú in stand te houden. Want de kracht die de tambú bezit, was iets wat zij als gevaarlijk beschouwden. Omdat ze het niet konden begrijpen en niet konden controleren, moesten ze het verbieden.”
Hoewel er pogingen waren om deze culturele uiting te onderdrukken, heeft de tambú het toch overleefd. Fullinck dringt erop aan dat wanneer we over vrijheid spreken, we niet stil kunnen blijven zitten, omdat een vrij mens altijd in beweging is en vecht om zijn erfgoed te behouden.
Van “slaaf” naar “overlevende en rebel” Een belangrijk punt dat Fullink naar voren bracht, is de manier waarop taal wordt gebruikt om de periode van slavernij te beschrijven. Hij was het eens met de opvatting dat de terminologie moet veranderen. In plaats van te spreken over “slavenbloed”, moet men spreken over “bloed van een persoon, bloed van een overlevende”.
“Slaaf was waar ze doorheen zijn gegaan, maar wat ze zijn, zijn overlevenden (survivors), wat ze zijn, zijn rebellen,” verklaarde Fullinck stellig.
Hij legde uit dat deze mensen in opstand kwamen en een situatie overleefden die normaal gesproken was ontworpen om hen te vernietigen.
Tot slot plaatste Fullinck vraagtekens bij de officiële cijfers van de slavenhandel. Hij legde uit dat de cijfers die we structureel kennen alleen de cijfers zijn die ‘geregistreerd’ zijn. Er was echter een grote mate van piraterij waarbij verschillende naties naar de kust van Afrika gingen om mensen te stelen. Omdat deze handel niet door overheden werd gesanctioneerd en zich afspeelde op een illegale markt, zijn veel van die werkelijke cijfers nooit in de officiële registers terechtgekomen.
“Het feit dat deze mensen door alles heen zijn gegaan waar ze in 300 jaar strijd doorheen zijn gegaan, en dat ze er toch in zijn geslaagd om iets van hun wortels te laten overleven, dat is het erfgoed waarvan wij moeten zorgen dat het blijft bestaan,” concludeerde Fullinck.
