NederlandDutch

Beoordeling en Advies over de Nieuwe Rijkswet Duurzame Financiën Aruba

Raad Van State

Bij Kabinetsmissive van 25 maart 2026, no.2026000648, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende regels met betrekking tot het bereiken van houdbare overheidsfinanciën door het land Aruba (Rijkswet houdbare overheidsfinanciën Aruba(opent in nieuw venster) (verwijst naar een andere website)), met memorie van toelichting.

Op 4 juni 2024 hebben Aruba en Nederland het Bestuurlijk Akkoord Aruba-Nederland rijkswet houdbare overheidsfinanciën gesloten. In het bestuurlijk akkoord hebben Aruba en Nederland afgesproken om het bestaande tijdelijke financiële toezicht op Aruba te herzien. De bestaande landsverordening wordt vervangen door een combinatie van een consensusrijkswet en een nieuwe landsverordening. Het doel blijft hetzelfde: toewerken naar het bereiken en behouden van houdbare overheidsfinanciën van Aruba. Het uitgangspunt hierbij is dat financieel toezicht door het Koninkrijk op Aruba van tijdelijke aard is.

Het voorliggende voorstel is de uitwerking van dit akkoord. Het voorstel regelt de normen voor het bereiken en behouden van houdbare overheidsfinanciën door Aruba. Daarnaast regelt het voorstel het tijdelijke financieel toezicht vanuit de raad van ministers van het Koninkrijk (de rijksministerraad). De Arubaanse Landsverordening waarborging houdbare overheidsfinanciën (Lwho) bevat uitwerkende bepalingen, waaronder kwantificering van de normen voor de schuldquote, het primair saldo en de omvang van de risicoreserve.

Wijziging kwantificering normen in Landsverordening waarborging houdbare overheidsfinanciën
De rijkswet regelt dat de regering van Aruba geen ontwerp voor een landsverordening tot wijziging of intrekking van de Lwho aan de Staten aanbiedt, noch een ontwerp voor een zodanige landsverordening bekrachtigt, zonder de voorafgaande instemming van de rijksministerraad. Gelet op de verbinding tussen de voorgestelde rijkswet en de landsverordening onderschrijft de Afdeling het belang hiervan. De Afdeling adviseert echter, met het oog op de autonomie van Aruba de in het wetsvoorstel vereiste instemming voor wijzigingen van de landsverordening toe te spitsen op de bepalingen in de landsverordening die zien op daarin geregelde kwantificering van de normen uit de rijkswet.

Collectieve sector
Het voorstel regelt dat de begrotingsnormen de eerste drie begrotingsjaren alleen voor het land Aruba, zonder de publiek-private samenwerkingen, gaan gelden. Vanaf het vierde begrotingsjaar zullen de begrotingsnormen weer van toepassing worden op de gehele collectieve sector.

De Afdeling adviseert om in de toelichting te verduidelijken welke projecten onder de aanduiding ‘publiek-private samenwerking’ vallen en wat de geschatte globale financiële omvang van deze contractuele verplichting is in termen van procentpunten van de totale schuldquote.

Status beoordeling CAft
Het voorstel regelt dat het CAft jaarlijks beoordeelt in hoeverre het land Aruba aan de normen uit het toetsingskader bij de rijkswet heeft voldaan. De rijksministerraad besluit vervolgens of Aruba toegang krijgt tot de leenfaciliteit en het lichte toezicht. De Afdeling adviseert om in de toelichting eenduidig tot uitdrukking te brengen dat indien uit het advies van het CAft volgt dat Aruba voldoet aan de toepasselijke normen uit het toetsingskader, toegang wordt verleend tot de leenfaciliteit, licht toezicht wordt toegepast, respectievelijk Aruba een verzoek tot intrekking van de rijkswet kan doen.

Ten slotte adviseert de Afdeling om in de toelichting te verduidelijken welke buitenlandse leningen van Aruba in aanmerking kunnen komen voor herfinanciering op grond van het voorstel. De Afdeling adviseert ook om de voorgestelde regeling inzake duurzame toegankelijkheid en beheer van documenten door het CAft te verduidelijken.

In verband met het voorgaande is aanpassing van de toelichting, en zo nodig van het voorstel, wenselijk.

1. Inleiding

a. Achtergrond en aanleiding
Gezonde overheidsfinanciën vormen een belangrijke basis voor duurzame economische ontwikkeling van het land Aruba en de welvaart van zijn inwoners. Volgens de toelichting zijn houdbare financiën voor Aruba nog nadrukkelijker van belang vanwege onder meer de relatief bescheiden groeiverwachtingen, de vergrijzende bevolking en toenemende klimaatrisico’s. De economie van Aruba is ook kwetsbaar omdat deze zeer gericht is op toerisme. Als een land zijn financiën op orde heeft, is het veel beter in staat om deze grote opgaven en ook externe economische schokken op te vangen. Schuldhoudbaarheid staat om die reden wereldwijd centraal in de benadering van de overheidsfinanciën van het IMF, de Wereldbank en ook van de Europese Unie, aldus de toelichting.

De openbare financiën van Aruba behoren tot de aangelegenheden die dit land zelf behartigt. (zie noot 1) Over zulke aangelegenheden kunnen de landen binnen het Koninkrijk samenwerken via onderlinge regelingen. (zie noot 2) Dat hebben Aruba en Nederland gedaan met het oog op het bereiken en behouden van houdbare overheidsfinanciën van Aruba.

De regeringen van Aruba en Nederland hebben in 2024 een bestuurlijk akkoord gesloten om tot het huidige voorstel te komen. Onderdeel van de daarin gemaakte afspraken is dat de rijkswet een normenkader bevat met begrotingsregels die bijdragen aan duurzaam houdbare overheidsfinanciën en daarmee aan een structureel gezonde sociaaleconomische ontwikkeling. Ook is afgesproken dat een deel van de buitenlandse leningen van Aruba zal worden geherfinancierd.

Bij het bestuurlijk akkoord hebben Aruba en Nederland verder afgesproken om het IMF om advies te vragen. De aanbevelingen van het IMF vormen een belangrijke basis voor het huidige voorstel. (zie noot 3) Ten slotte is afgesproken dat de kwantificering van de begrotingsnormen in de eigen regelgeving van Aruba wordt vastgelegd (Landsverordening waarborging houdbare overheidsfinanciën (Lwho)) en dat de Lwho slechts kan worden vastgesteld of gewijzigd met instemming van de raad van ministers van het Koninkrijk (rijksministerraad). (zie noot 4)

Het is daarbij van belang dat de houdbaarheid van de openbare financiën van Aruba de laatste jaren fors verbeterd is. De schuldquote van Aruba is inmiddels al weer beneden het niveau van vóór de economische crisis als het gevolg van de covid19-pandemie. Ook koerst Aruba in 2026 op de laagste schuldquote sinds 2011; (zie noot 5) eind maart 2026 bedroeg de schuldquote 61% van het bbp. (zie noot 6)

Naast de schuldquote heeft Aruba door aflossingen ook de nominale schuld weten te verlagen. (zie noot 7) Het is Aruba de laatste jaren ook gelukt om een begrotingsoverschot te realiseren. (zie noot 8) Tegelijkertijd blijven er uitdagingen bestaan voor de openbare financiën van Aruba. Zo merkt het College Aruba financieel toezicht (CAft) op dat de financiële verantwoording nog verbeterd kan worden en de publieke investeringen achterblijven, en is er nog onvoldoende zicht en sturing op de collectieve sector. (zie noot 9)

bInhoud van het voorstel
Met het wetsvoorstel wordt het tijdelijke financieel toezicht van het Koninkrijk op Aruba bij rijkswet geregeld. Het stelsel van het tijdelijke financieel toezicht komt in grote lijnen overeen met het toezicht dat sinds 2015 bestaat op grond van de Landsverordening Aruba Tijdelijk Financieel Toezicht (LAFT). (zie noot 10)

Het voorstel regelt de normen voor het bereiken en behouden van houdbare overheidsfinanciën door Aruba en tijdelijk financieel toezicht (CAft) vanuit de raad van ministers van het Koninkrijk (rijksministerraad). Het uitgangspunt is dat dat toezicht tijdelijk is en dat daaraan op termijn een einde zal komen, waarna het toezicht door een landsinstelling (Begrotingskamer) zal worden uitgeoefend. (zie noot 11)

In het voorstel wordt onderscheid gemaakt tussen (A) financiële normen (B) financieel beheernormen en (C) institutionele normen. De institutionele normen zijn alleen van toepassing voor het laten vervallen van de rijkswet.

De financiële normen voor de schuldquote van de collectieve sector, het primair saldo en de omvang van de risicoreserve zullen worden bepaald in de Landsverordening waarborging houdbare overheidsfinanciën (Lwho). (zie noot 12) Deze landsverordening moet door Aruba worden vastgesteld.

Afhankelijk van de mate waarin wordt voldaan aan de in het voorstel opgenomen normen, kan Aruba gebruik maken van het aantrekken van de in het voorstel besloten leenfaciliteit, (zie noot 13) en wordt een lichter toezichtregime van toepassing. (zie noot 14)

Indien gedurende een periode van tenminste drie achtereenvolgende jaren aan alle normen uit de rijkswet wordt voldaan, kan Aruba de rijksministerraad verzoeken de rijkswet te laten vervallen. (zie noot 15)

In de bijlage bij het voorstel is een zogenoemd toetsingskader opgenomen. Aan de hand van dit toetsingskader kan de ontwikkeling worden gevolgd van de mate waarin aan de normen wordt voldaan. Het toetsingskader werkt uit aan welke normen moet zijn voldaan om achtereenvolgens in aanmerking te komen voor de leenfaciliteit, het lichter toezichtregime of het indienen van een verzoek om de rijkswet te laten vervallen. Daarmee biedt het toetsingskader aan Aruba perspectief op drie gewenste situaties. Met het toetsingskader beogen Aruba en Nederland de normen te concretiseren en de toepassing ervan transparanter te maken. (zie noot 16)

Het voorstel regelt ook de taken van het College Aruba financieel toezicht (het CAft). Het CAft beoordeelt jaarlijks de begroting, de uitvoeringsrapportage, en het jaarverslag aan de hand van de normen in de rijkswet. (zie noot 17) Op basis van het bij de rijkswet behorende toetsingskader beoordeelt het CAft ook jaarlijks in hoeverre Aruba voldoet aan de normen uit het toetsingskader en in aanmerking komt voor toepassing van de leenfaciliteit, het lichter toezicht of een verzoek kan indienen om de rijkswet te laten vervallen. (zie noot 18)

Wanneer Aruba volgens het CAft niet voldoet aan de normen, kan de rijksministerraad een aanwijzing geven aan Aruba. (zie noot 19) Hiertegen staat voor de minister van Financiën van Aruba kroonberoep open. (zie noot 20)

2. Vormgeving van de onderlinge regeling

Op grond van artikel 38 Statuut kunnen de landen van het Koninkrijk samenwerken op terreinen waarop zij ingevolge het Statuut autonoom zijn, zoals financieel beheer. (zie noot 21) Juist omdat het een autonome aangelegenheid betreft is het noodzakelijk dat de betrokken landen de samenwerking uit vrije wil met elkaar aangaan.

In dit geval hebben Aruba en Nederland ervoor gekozen om de in het bestuursakkoord afgesproken samenwerking, gericht op het bereiken en behouden van houdbare overheidsfinanciën door Aruba, vorm te geven in een juridische constructie met twee pijlers: de eerste pijler is een rijkswet op grond van artikel 38, tweede lid, van het Statuut. Met deze ‘consensusrijkswet’ wordt de materie op het niveau van het Koninkrijk geregeld. Een dergelijke rijkswet prevaleert dan boven de landsregelgeving. (zie noot 22)

De voorgestelde rijkswet moet worden bezien in samenhang met de tweede pijler, de landsverordening. De rijkswet bevat een normenkader met begrotingsregels die bijdragen aan duurzaam houdbare overheidsfinanciën van Aruba. De landsverordening bevat uitwerkende bepalingen, waaronder kwantificering van de normen voor de schuldquote, het primair saldo en de omvang van de risicoreserve.

De toelichting geeft er blijk van dat de voorbereiding van het voorstel door Aruba en Nederland in nauwe samenwerking heeft plaatsgevonden. De Afdeling onderschrijft het belang daarvan. (zie noot 23) Zij heeft immers eerder benadrukt dat consensusrijkswetten een goede basis voor samenwerking zijn. (zie noot 24) Daarbij is het van belang dat er daadwerkelijke consensus bestaat. (zie noot 25)

Met de gekozen constructie van een rijkswet en een landsverordening wordt het belang van samenwerking bovendien ook inhoudelijk benadrukt. Hiermee wordt tevens verzekerd dat zowel de Arubaanse wetgever als de Nederlandse wetgever zijn betrokken. Beide regelingen zijn immers nodig om naar het beoogde doel van duurzaam houdbare overheidsfinanciën van Aruba toe te werken. De rijkswet kan niet zonder de landsverordening en vice versa.

De bevoegdheid om de landsverordening vast te stellen komt toe aan de regering en Staten van Aruba gezamenlijk. Bij de totstandkoming van de rijkswet ligt, gezien de vormgeving van het rijkswetgevingsproces in het Statuut, het zwaartepunt bij de Koninkrijksorganen. Daarin is, gelet op de samenstelling daarvan de Nederlandse inbreng dominant al zijn de Arubaanse vertegenwoordigers betrokken. Door de onderlinge afhankelijkheid van rijkswet en landsverordening is de betrokkenheid van niet alleen de regeringen van beide landen, maar ook hun parlementen, in dit geval nog eens extra versterkt. Dit past bij het karakter van een consensusrijkswet.

De rijkswet regelt dat de regering van Aruba geen ontwerp voor een landsverordening tot wijziging of intrekking van de Landsverordening waarborging houdbare overheidsfinanciën aan de Staten aanbiedt, noch een ontwerp voor een zodanige landsverordening bekrachtigt, zonder de voorafgaande instemming van de raad van ministers van het Koninkrijk. (zie noot 26) De Afdeling begrijpt dat het daarbij vooral gaat om de in de landsverordening vast te stellen kwantificering van de normen voor de schuldquote en het primair saldo (zie noot 27).

De toelichting wijst daarbij nadrukkelijk op de onderlinge afhankelijkheid tussen de rijkswet en de landsverordening. Het zou onwenselijk zijn als bijvoorbeeld de cijfermatige doelwaarde voor de schuldquote in de landsverordening zodanig zou worden verhoogd, dat de doelstelling van de rijkswet, het bereiken en behouden van houdbare overheidsfinanciën voor Aruba, niet langer zou kunnen worden bereikt. (zie noot 28) In dit licht bezien begrijpt de Afdeling de wens van de rijkswetgever om te verzekeren dat die normen in de Landsverordening niet worden gewijzigd, zonder instemming van de rijksministerraad.

De Raad van Advies van Aruba heeft er op gewezen dat de vaststelling van landsverordeningen geschiedt door de regering en de Staten gezamenlijk. (zie noot 29) De voorgestelde regeling levert een zekere beperking op voor de regering en Staten van Aruba om de landsverordening vast te stellen en te wijzigen.

Met de gekozen regeling wordt echter wel invulling gegeven aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid van Aruba en Nederland voor de kwantificering van de normen voor de schuldquote en het primair saldo. Bedoeld is om te regelen dat de toestemming alleen vereist is, voor zover het gaat om de voormelde kwantificering van normen.

Deze bepaling leidt ertoe dat regering en Staten van Aruba de afgesproken normen niet kunnen aanpassen zonder instemming van de rijksministerraad, net zoals de rijksministerraad de normen niet kan aanpassen, zonder medewerking van regering en Staten van Aruba. (zie noot 30) Bovendien is het voorgestelde vereiste van instemming met wijziging van de landsverordening in tijd beperkt tot het moment dat de rijkswet op verzoek van Aruba vervalt. De Afdeling kan daarom de keuze van Aruba en Nederland om in de rijkswet te regelen dat wijziging van de normen in de landsverordening toestemming van de rijksministerraad vereist, billijken.

Tegelijkertijd is het, gezien het statutaire uitgangspunt van autonomie van de landen en vooral de terughoudendheid die de Koninkrijksregering in acht moet nemen bij het beperken hiervan, belangrijk dat de beperking voor de regering en Staten van Aruba om de landsverordening vast te stellen of te wijzigen, niet groter is dan strikt noodzakelijk voor de uitvoering van de afspraken die Aruba en Nederland hebben gemaakt. (zie noot 31) In dit licht bezien, verdient het de voorkeur dat het in de rijkswet neergelegde vereiste van goedkeuring door de rijksministerraad voor wijzigingen in de landsverordening, zich toespitst op de in de landsverordening geregelde kwantificering van de normen. (zie noot 32)

De Afdeling adviseert de toelichting op het voorgestelde artikel 38 en zonodig het genoemde artikel dienovereenkomstig te verduidelijken.

3. Collectieve sector en publiek-private samenwerkingen

De financiële positie van de gehele collectieve sector van Aruba is op dit moment nog niet volledig in kaart gebracht. (zie noot 33) Dit heeft twee oorzaken. Allereerst is er onvoldoende zicht op welke entiteiten er naast het land Aruba nog meer onderdeel uit maken van de collectieve sector. Het IMF heeft zich hierdoor in zijn advies moeten beperken tot het land Aruba. (zie noot 34) Daarnaast heeft Aruba een aantal contracten afgesloten in het kader van publiek-private samenwerkingen. Deze contracten hebben een financieringscomponent die nog niet is verwerkt in de schuldcijfers van Aruba.

Onder de bestaande LAFT geldt de vastgestelde maximale schuldquote momenteel voor de gehele collectieve sector. Dit omvat dus ook de publiek-private samenwerkingen. Het is echter kennelijk nog niet gelukt hier een definitief beeld van te krijgen. In het voorstel zullen de begrotingsnormen de eerste drie begrotingsjaren alleen voor het land Aruba, zonder de publiek-private samenwerkingen, gaan gelden. Vanaf het vierde begrotingsjaar zullen de begrotingsnormen weer van toepassing worden op de gehele collectieve sector. (zie noot 35)

Uit de tekst van het voorstel en de toelichting daarbij wordt niet duidelijk welke projecten onder de aanduiding ‘publiek-private samenwerkingen’ vallen. Ook wordt uit de toelichting niet duidelijk wat de geschatte globale financiële omvang van deze contractuele verplichtingen is in termen van procentpunten van de totale schuldquote.

De Afdeling adviseert om de toelichting, en zo nodig het voorstel, op dit punt te verduidelijken.

4. Status van de jaarlijkse beoordelingen van het CAft

In het voorstel heeft de CAft de taak om jaarlijks te beoordelen of Aruba voldoet aan de normen uit de rijkswet en de landsverordening. (zie noot 36) Deze beoordeling zendt het CAft aan de raad van ministers van het Koninkrijk. (zie noot 37) De rijksministerraad besluit vervolgens aan de hand van de beoordeling van het CAft of Aruba toegang krijgt tot de leenfaciliteit, in aanmerking komt voor licht toezicht of een verzoek kan indienen om de rijkswet te laten vervallen. (zie noot 38)

Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat, als uit de beoordeling van het CAft volgt dat Aruba voldoet aan de in het toetsingskader gestelde normen voor toegang tot de leenfaciliteit en licht toezicht, toegang tot leenfaciliteiten wordt verleend en het licht toezicht toepassing krijgt. (zie noot 39)

De Afdeling adviseert in de toelichting eenduidig tot uitdrukking te brengen dat, indien uit het advies van het CAft volgt dat Aruba voldoet aan de toepasselijke normen uit het toetsingskader, toegang wordt verleend tot de leenfaciliteit, licht toezicht wordt toegepast, respectievelijk Aruba een verzoek tot intrekking van de rijkswet kan doen.

5. Herfinanciering van buitenlandse leningen

In het voorstel is voorzien in een verplichting voor Nederland om “een deel van” de aflopende buitenlandse leningen van Aruba te herfinancieren. Uit de toelichting kan echter niet worden opgemaakt welk deel geherfinancierd zal worden. Daarmee is voor Aruba onduidelijk wat het land op dit punt kan verwachten. Daarnaast betekent dit voor Nederland dat, mede gelet op de beperkte financiële paragraaf in de toelichting, onduidelijk blijft wat de financiële gevolgen zijn van de nieuwe rijkswet. (zie noot 40)

De Afdeling adviseert om in de toelichting te verduidelijken welke buitenlandse leningen van Aruba in aanmerking kunnen komen voor herfinanciering op grond van het voorstel.

6. Archieven van het CAft

Het voorstel verplicht het CAft om passende maatregelen te treffen om zijn documenten duurzaam toegankelijk te maken en te houden. (zie noot 41) De Afdeling onderschrijft het belang van duurzaam toegankelijke overheidsinformatie. (zie noot 42) Ook de archieven van het CAft moeten goed onderhouden en bewaard worden. Het is dan ook goed dat het voorstel voorziet in een overgangsregeling tussen het op het LAFT gebaseerde CAft naar het op de rijkswet gebaseerde CAft, en in een regeling bij het vervallen van de rijkswet. (zie noot 43)

De op dit moment geldende LAFT regelt dat het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het CAft in het bestuursreglement wordt geregeld. (zie noot 44)Op grond hiervan is in artikel 14 van het Bestuursreglement CAft geregeld dat alle bescheiden betreffende de werkzaamheden van het College door het college worden beheerd. In het bestuursreglement voor het Cft Curacao en Sint Maarten en voor het Cft Bes zijn gelijkluidende bepalingen opgenomen.

De Afdeling merkt op dat onvoldoende duidelijk is welke regelingen omtrent beheer en toegankelijkheid van documenten en andere informatie thans beoogd zijn.

De Afdeling adviseert dit in de toelichting en zo nodig in het wetsvoorstel te verduidelijken.

De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel van rijkswet en adviseert de regering om daarmee rekening te houden voordat zij het voorstel van rijkswet indient bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, die van Curaçao en aan die van Sint Maarten.

De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk

Voetnoten

(1) Art. 41 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.
(2) Art. 38 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.
(3) Memorie van toelichting, paragraaf 2, ‘IMF-advies’; IMF, ‘Technical Assistance Report, Kingdom of the Netherlands-Aruba, Options for a New Rules-Based Fiscal Framework’, maart 2025.
(4) Zie Memorie van toelichting, paragraaf 1, onder het kopje ‘Achtergrond en aanleiding’.
(5) Halfjaarrapportage CAft juli – december 2025; R. Gradus, Reflecties op zes jaar financieel toezicht, Colleges financieel toezicht, 2022, p. 38; Advies van 21 januari 2026 van het CAft bij de vastgestelde begroting 2026.
(6) Advies van 29 mei 2026 van het CAft in de reactie op de eerste uitvoeringsrapportage 2026, p. 3.
(7) CAft reactie op de vierde uitvoeringsrapportage 2025 van 3 maart 2026, CAft reactie op de vierde uitvoeringsrapportage 2024 van 5 maart 2025.
(8) Halfjaarrapportage CAft juli – december 2025.
(9) Advies van 21 januari van het CAft bij de vastgestelde begroting 2026; Halfjaarrapportage CAft juli – december 2025.
(10) Landsverordening van 31 augustus 2015 (Afkondigingsblad van Aruba, 2015, no. 39); gewijzigd bij landsverordening van 20 december 2023 (Afkondigingsblad van Aruba, 2023, no. 67).
(11) Memorie van toelichting, paragraaf 1, onder het kopje ‘Doelstelling en strekking’.
(12) Voorgesteld artikelen 3, lid 2, en 4, lid 3. De Afdeling heeft een conceptversie voor een voorstel voor de Lwho ontvangen als bijlage bij de adviesaanvraag.
(13) Voorgesteld artikel 10. Indien de begroting voldoet aan de voorwaarden, biedt Nederland op verzoek van Aruba kapitaalleningen aan. De leningen worden aangeboden tegen dezelfde rente als de Nederlandse Staat zelf zou moeten betalen. Hiermee ontvangt Aruba rentevoordeel dat bijdraagt aan het verlagen van de financieringslasten.
(14) Voorgesteld artikel 28, eerste lid.
(15) Voorgesteld artikel 42.
(16) Memorie van toelichting, paragraaf 2, ‘Toetsingskader’.
(17) Voorgesteld artikel 14, lid 1.
(18) Voorgesteld artikel 27, lid 1; Memorie van toelichting, paragraaf 2, ‘Toetsingskader’.
(19) Voorgesteld hoofdstuk 7.
(20) Voorgesteld hoofdstuk 8.
(21) Financieel beheer is geen koninkrijksaangelegenheid ingevolge artikel 3, eerste lid, van het Statuut. Ingevolge artikel 41, eerste lid, van het Statuut zijn de landen op dit terrein dus autonoom.
(22) De onderlinge verhouding tussen landswetgeving en rijkswetgeving vloeit voort uit de rechtsorde van het Koninkrijk. Zie in dit verband o.a. C. Borman, Het Statuut voor het Koninkrijk, Deventer: Kluwer 2012, p. 47 en 184 en H.G. Hoogers, De normenhiërarchie van het Koninkrijk der Nederlanden, Een bijdrage aan het constitutioneel koninkrijksrecht, Nijmegen: Wolf legal publishers 2009, p. 99.
(23) Zie in dit verband: Advies van de Afdeling van 2 oktober 2024 over 70 jaar Statuut voor het Koninkrijk, ‘Samenwerking op basis van wederzijds begrip’ (W04.24.00248/I/K), hoofdstuk 3 ‘Consensusrijkswetten en andere onderlinge regelingen’. Zie specifiek de suggestie die de Afdeling doet inzake de voorbereiding van consensusrijkswetten, p. 37.
(24) Zie aanbeveling 5 van de aanbevelingen die de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gaf in haar advies van 2 oktober 2024 over 70 jaar Statuut voor het Koninkrijk, ‘Samenwerking op basis van wederzijds begrip’ (W04.24.00248/I/K).
(25) Zie in dit verband: Advies van de Afdeling van 2 oktober 2024 over 70 jaar Statuut voor het Koninkrijk, ‘Samenwerking op basis van wederzijds begrip’ (W04.24.00248/I/K), p. 37-38.
(26) Voorgesteld artikel 38, eerste lid.
(27) Volgens de toelichting hebben Aruba en Nederland op basis van het advies van het IMF ervoor gekozen de norm van het primair saldo te stellen op 3,5% van het bbp en de norm voor de schuldquote op 50% van het bbp. De aldus gekozen waarden maken onderdeel uit van het bestuursakkoord en zijn nodig voor het kunnen bereiken en behouden van houdbare overheidsfinanciën voor Aruba.
(28) Artikelsgewijze toelichting bij voorgesteld artikel 38.
(29) Raad van Advies van Aruba. Advies over het voorstel wetsvoorstel Rijkswet houdbare overheidsfinanciën Aruba, 9 maart 2026, kenmerk RvA 13-26
(30) Het opnemen van de normen in de landsverordening maakt dat deze niet eenzijdig door de rijksministerraad kunnen worden gewijzigd.
(31) Zie ook het advies van de Afdeling over de Rijkswet COHO, waarin zij opmerkte dat de omstandigheid dat sprake is van een consensusrijkswet, niet afdoet aan de beginselen die aan de staatkundige structuur van het Koninkrijk ten grondslag liggen. Het uitgangspunt van de autonomie van de landen en terughoudendheid bij het beperken daarvan is daarbij een belangrijke factor. Kamerstukken II 2021/22, 36031 (R2161), nr. 4.
(32) Hoofdstuk 4 van de ontwerp-landsverordening.
(33) Memorie van toelichting, paragraaf 2, ‘Collectieve sector en publiek private samenwerking’ (sic).
(34) Memorie van toelichting, paragraaf 2, ‘Collectieve sector en publiek private samenwerking’ (sic).
(35) Voorgesteld artikel 37, lid 2.
(36) Voorgesteld artikel 27 lid 1.
(37) Voorgesteld artikel 27 lid 2.
(38) Voorgesteld artikel 27 lid 3.
(39) Zo volgt uit voorgesteld artikel 10 dat Aruba toegang krijgt tot de leenfaciliteit indien wordt voldaan aan de normen in kolom I van de bijlage. Uit de toelichting blijkt voorts dat, als wordt voldaan aan de normen uit kolom II, licht toezicht van toepassing wordt (Mvt paragraaf 2, ‘Licht toezicht’).
(40) Memorie van toelichting, paragraaf 4; Art. 3.1, sub c Comptabiliteitswet 2016.
(41) Voorgesteld artikel 23.
(42) Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 25 februari 2026 over het Archiefbesluit 20xx (W05.25.00302/I), punt 2; Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 17 maart 2021 over de Archiefwet 2021 (W05.20.0465/I, Kamerstukken II 2021/22, 35968, nr. 4), punt 1.
(43) Voorgesteld artikel 36.
(44) Artikel 26 van de LAFT.

W04.26.00076-I-K

Related posts

Tentoonstelling 45 jaar Matutino Diario

EA News Author

AZV uitvoerend orgaan lanceert logo voor 25 jaar AZV verzekering

EA News Author

Onderzoek door de Rijksrecherche zal duidelijkheid brengen naar de feiten van het incident op Saba

EA News Author

Leave a Comment

Whatsapp Message