In een gezamenlijke verklaring stellen tien vakbonden dat het voorstel van staatssecretaris Eric van der Burg de unieke constitutionele positie van Aruba negeert en een “duidelijke achteruitgang” betekent voor de autonomie van het eiland.
De top van de Arubaanse vakbonden heeft zich krachtig en eensgezind uitgesproken tegen de recente verklaringen van de Nederlandse staatssecretaris van Koninkrijksrelaties, de heer Eric van der Burg. Deze afwijzing is gericht tegen het voorstel voor een Rijkswet houdende Houdbare Overheidsfinanciën Aruba (HOFA). Hoewel van de kant van Nederland wordt gesteld dat de intentie geen politieke achtergrond heeft, maar louter bedoeld is om Aruba “gelijke voorwaarden” te bieden als Curaçao en Sint Maarten, zijn de vakbonden het structureel oneens met deze interpretatie van de feiten.
Het argument van “gelijkheid” negeert de constitutionele geschiedenis
Volgens de gepresenteerde officiële documenten (verwijzend naar 1.jpg en 2.jpg) gaat de vergelijking die wordt gemaakt tussen Aruba enerzijds en Curaçao en Sint Maarten anderzijds voorbij aan een fundamenteel historisch en constitutioneel verschil.
Curaçao en Sint Maarten verkregen hun autonome status binnen het Koninkrijk in het jaar 2010. Voor hen maakte het financieel toezicht, gekoppeld aan een structurele Rijkswet, integraal deel uit van een breed pakket aan constitutionele hervormingen dat gepaard ging met hun staatkundige transitie. Daarom betekende die stap voor die eilanden juist een vooruitgang in hun autonomie.
Aruba bevindt zich echter in een totaal andere positie:
Aruba verkreeg zijn Status Aparte per 1 januari 1986, vierentwintig jaar vóór de hervormingen van 2010.
Destijds eiste het Koninkrijk niet van Aruba dat het financieel toezicht via een Rijkswet zou accepteren als voorwaarde voor zijn autonome status.
Het zelfstandig beheren van de overheidsfinanciën, zonder structureel toezicht van buitenaf, is een van de meest essentiële kenmerken van de aparte constitutionele positie van Aruba.
“Op het moment dat er wordt gezegd dat Aruba ‘op één lijn’ moet worden gebracht met Curaçao en Sint Maarten, betekent dit vanuit constitutioneel Arubaans perspectief geen vooruitgang, maar integendeel een duidelijke achteruitgang.”
Bewezen capaciteit tot zelfbestuur
De vakbonden benadrukken dat Aruba de afgelopen jaren duidelijk heeft bewezen dat het, zonder de noodzaak van structureel toezicht op basis van een Rijkswet, in staat was om betere sturing te geven en de nodige vooruitgang te boeken om de overheidsfinanciën op orde te krijgen.
Het nu opleggen van een structureel toezicht zou betekenen dat er wordt gebroken met de unieke juridische en structurele positie die Aruba sinds 1986 inneemt. Bovendien leggen de partijen uit dat de introductie hiervan zeer moeilijk te verenigen zou zijn met het autonomiebeginsel waarop het Statuut voor het Koninkrijk is gebaseerd.
Een solide vakbondsfront
Het communiqué, officieel gedateerd op 28 mei 2026, is voorzien van de handtekening en goedkeuring van het volledige vakbondsfront, dat zowel de publieke sector, de private sector, het onderwijs, de veiligheidssector, de telecommunicatie, de douane als de gezondheidszorg vertegenwoordigt.
De tien vakbonden die dit gezamenlijke standpunt hebben ondertekend zijn:
FTA (Federation of Workers of Aruba)
SEPPA (Sindicato di Empleadonan Publico y Priva di Aruba)
SIMAR (Sindicato di Maestro di Aruba)
TOPA (Trahadornan Organiza di Sector Publico di Aruba)
SINBA (Sindicato di Bomberonan di Aruba)
STT (Sindicato di Trahadornan den Telecomunicacion)
SADA (Sindicato Aduanero di Aruba)
STA (Sindicato di Trahadornan di Aruba)
SIWA (Sindicato Independiente WEB Aruba)
ABV (Arubaanse Bond van Werknemers in Verplegende Instellingen)
De vakbonden sluiten hun brief af met de eis voor wederzijds respect binnen het Koninkrijk, wat moet inhouden dat er structurele waarde en erkenning wordt gegeven aan de constitutionele ontwikkeling en de unieke positie die elk autonoom land bezit.


