Tijdens zijn officiële missie naar Den Haag maakte parlementslid Eduard Pieters van de gelegenheid gebruik om een duidelijke, vastberaden en ondubbelzinnige boodschap af te geven: Aruba gelooft sterk in samenwerking binnen het Koninkrijk, maar accepteert geen situatie waarin de autonomie stap voor stap wordt ingeperkt onder de noemer van “toezicht”, terwijl de essentie van de democratie wordt aangetast.
HOFA is geen technische wet, maar een machtsverschuiving In zijn ontmoetingen met sleutelfiguren van de Koninkrijksinstellingen presenteerde Pieters het standpunt van de PPA-fractie over de Rijkswet HOFA. Volgens hem heeft deze wet niet alleen technisch-financiële implicaties, maar kan deze leiden tot een structurele verschuiving in de machtsbalans tussen Aruba en Nederland. Dit zou langetermijngevolgen hebben voor de autonomie en zelfbeschikking van het land. Pieters benadrukte dat deze discussie niet gereduceerd kan worden tot een louter administratieve kwestie; het raakt aan het fundamentele recht van Aruba om eigen financiën te beheren en beslissingen te nemen voor het eigen volk, zonder disproportionele inmenging van buitenaf.
We hebben geen Rijkswet nodig: we hebben onze eigen oplossing Het standpunt van de PPA is definitief: Aruba is niet tegen toezicht, maar wel tegen oplegging zonder echte consensus en zonder respect voor het democratisch proces waar de huidige ministers zelf ooit voor hebben gestreden. Als concreet alternatief stelt Pieters opnieuw een begrotingskamer voor, verankerd in de eigen Staatsregeling van Aruba. Dit zou een serieus en structureel mechanisme zijn dat financiële controle garandeert binnen een kader waarin de verantwoordelijkheid bij Aruba zelf blijft, in plaats van deze over te dragen naar Koninkrijksniveau zonder voldoende lokale legitimatie.
Als Aruba aan de eisen voldoet, waarom ons dan straffen met meer controle? Dit argument wordt ondersteund door de huidige financiële realiteit van Aruba. Ondanks wereldwijde economische druk is het land erin geslaagd de schuldquote (schuld ten opzichte van het bbp) aanzienlijk te verlagen en wordt er met discipline gewerkt aan de overheidsfinanciën. “We laten zien dat we onze financiën verantwoordelijk kunnen beheren,” onderstreepte Pieters, “en toch worden we geconfronteerd met een voorstel dat onze handelingsvrijheid kan beperken. Dat moet ons tot zeer serieuze reflectie stemmen.” De centrale vraag is onvermijdelijk: als Aruba de regels naleeft en vooruitgang boekt, waarom is er dan behoefte aan meer extern toezicht?
Zonder de stem van Aruba beslissen anderen voor ons Tijdens de gesprekken werd duidelijk dat het wetgevingsproces nog niet is afgerond, aangezien de Raad van State nog advies moet uitbrengen en de Tweede Kamer uiteindelijk de definitieve beslissing neemt. Juist daarom benadrukte Pieters het belang van een actieve aanwezigheid van Aruba in Den Haag; zonder sterke en consistente deelname zal het narratief door anderen worden bepaald.
Nu is het moment om stand te houden of te verliezen wat we hebben gewonnen Voor de PPA-fractie is dit niet zomaar een dossier, maar een cruciaal punt dat zal bepalen hoe de autonomie van Aruba in de toekomst wordt beschermd. “We hebben niet gestreden voor de Status Aparte om deze vervolgens beetje bij beetje weer in te leveren,” concludeerde Pieters vastberaden. “Autonomie is niet onderhandelbaar en we hebben de verantwoordelijkheid om dit met overtuiging te verdedigen.”
