Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie is maandag begonnen aan de behandeling in hoger beroep van de zaak Flamingo, een omvangrijk corruptiedossier waarin drie verdachten terechtstaan: voormalig minister en parlementariër O.E.O. en de voormalige ambtenaren E.F.E. en R.I.W. De zaak kreeg in 2022 brede aandacht na de aanhouding van O.E.O.
Corruptie betekent dat iemand zijn macht of positie misbruikt voor eigen voordeel, ten koste van het algemeen belang. Dat kan op allerlei manieren gebeuren: via steekpenningen, vriendjespolitiek tot fraude of machtsmisbruik. Het grootste gevaar van corruptie zit niet alleen in het geld dat verdwijnt, maar vooral in het verlies van vertrouwen. Als burgers het gevoel krijgen dat regels niet voor iedereen gelden, dan verbrokkelt hun geloof in een eerlijke overheid. Als een minister stukken grond op toplocaties gunt aan zijn vrienden, dan krijgen die vrienden een voorkeursbehandeling. Ondertussen vissen gewone burgers van Aruba achter het net, terwijl ook zij recht hebben op dat stuk grond. Dat is precies hoe corruptie werkt: het bevoordeelt enkelen en benadeelt de rest van de Arubaanse samenleving.
Op 22 januari 2025 veroordeelde het Gerecht O.E.O. voor medeplegen van oplichting, poging tot oplichting van het Land Aruba en misbruik van zijn ministeriële functie in de periode 2017–2020. Hij kreeg een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en de maximale werkstraf van 240 uur. Voor enkele andere feiten, waaronder passieve omkoping, werd hij vrijgesproken. Zowel het openbaar ministerie als de verdachte zijn in hoger beroep gegaan. E.F.E. werd door de rechter in eerste aanleg vrijgesproken en daartegen werd hoger beroep ingesteld door het openbaar ministerie. R.I.W. werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van 180 uur voor medeplegen van poging tot oplichting, medeplegen van valsheid en geschrifte en medeplegen van misbruik van functie. De verdachte is daartegen in hoger beroep gegaan.
Vandaag heeft het openbaar ministerie het Hof verzocht O.E.O. te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar, evenals tot ontzetting uit het recht om het ambt van ambtenaar te bekleden en ontzetting uit het passief kiesrecht voor de duur van zes jaren.
Daarnaast vroeg het openbaar ministerie om de verdachte E.F.E. te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden voor medeplegen van passieve omkoping en medeplegen van misbruik van functie.
Voor de verdachte R.I.W. verzocht het openbaar ministerie de beslissingen van de rechter in eerste aanleg te bevestigen.
De behandeling in hoger beroep duurt tot en met vrijdag. Donderdag is de verdediging aan zet voor de pleidooien. Aansluitend zal het Hof een datum bepalen voor de uitspraak.
