Woensdagmiddag heeft een delegatie van de Eerste en Tweede Kamer uit Nederland, die in Aruba is voor het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO), op uitnodiging van minister van Justitie en Energie mr. drs. Arthur Dowers, samen met RDA-directeur Robert Henriquez en financieel directeur Frederick Nuboer, een uitgebreide rondleiding gekregen over het terrein van de raffinaderij.
De recente aankondiging van de Nederlandse minister-president Dick Schoof en minister-president Mike Eman over de toekomst van de olie-industrie op Aruba trok de aandacht van de Nederlandse delegatie. Tijdens het bezoek konden zij persoonlijk de huidige staat van de faciliteit vaststellen: een installatie met zwaar verouderde stalen infrastructuur, ingestorte leidingen, constructies die door gebrek aan onderhoud zijn bezweken en grote gebieden die vervuild zijn met industrieel afval zoals pitch en zwavel.
De staat van de installaties is zodanig verslechterd dat inspectiewerkzaamheden zeer gevaarlijk zijn en eerst ontmanteling van verschillende torens en vaten vereist is, iets wat RDA financieel niet kan dragen. Modernisering van de raffinaderij zou extreem hoge investeringen vergen die economisch noch ecologisch te rechtvaardigen zijn.
Daarnaast maakt de aanwezigheid van restafval — de zwaarste fractie die overblijft na olieraffinage — en andere industriële vervuiling het gebied ongeschikt voor recreatief, hotel- of woongebruik. De huidige prioriteit is het saneren en vervolgens decontamineren van het hoofdterrein van de raffinaderij. Dit is een technisch complex proces dat meer dan vijf jaar kan duren voordat enige andere ontwikkeling kan starten.
Minister Dowers benadrukte dat besluiten over de toekomst van de raffinaderij gebaseerd moeten zijn op economisch realisme, milieuverantwoordelijkheid en duurzame doelstellingen voor Aruba. Het olietijdperk op Aruba behoort tot het verleden; nu moeten nieuwe, duurzame economische kansen voor toekomstige generaties worden gecreëerd.
De regering zet zich in voor een verantwoorde transitie, gericht op duurzaamheid, schonere energie en strategisch hergebruik van het industrieterrein, zonder de milieuveiligheid of de volksgezondheid in gevaar te brengen.
Transparantie, verantwoordelijkheid en duurzaamheid blijven de basis voor alle beslissingen met betrekking tot de toekomst van het raffinaderijterrein.
