De rechter van het Gerecht in eerste aanleg heeft vandaag uitspraak gedaan in het kort geding dat M.E.De Meza had aangespannen. De Meza heeft volgens zijn eigen verklaring van de formateur gehoord dat hij door het openbaar ministerie als verdachte is aangemerkt. Hij heeft de rechter in het kort geding verzocht het openbaar ministerie op te dragen openheid te geven over de aard en de reden van de verdenking tegen hem.
Net als het openbaar ministerie is de rechter van oordeel dat burgers die verdacht worden van een
strafbaar feit normaalgesproken pas recht hebben op informatie op het moment dat zij bij een
arrestatie, verhoor of uitnodiging voor verhoor worden verteld dat zij verdachte zijn. Dat is hier niet gebeurd. Bovendien heeft het openbaar ministerie De Meza nooit verteld dat hij verdachte is.
De rechter heeft echter geoordeeld dat in het geval van De Meza sprake is van uitzonderlijke en
zwaarwegende omstandigheden, omdat hij kandidaat-minister is. Daarom heeft de rechter beslist dat
het openbaar minister in dit specifieke geval De Meza binnen 14 dagen moet vertellen of hij verdachte is in een lopend onderzoek en, zo ja, op welk wetsartikel de verdenking ziet. Het openbaar ministerie hoeft van de rechter De Meza niet te zeggen wat de precieze aard en reden van de verdenking zoals door De Meza is verzocht in kort geding.
