Regionale bijeenkomst in Montevideo levert lessen op voor jongeren, vrouwenkansen en sociale cohesie
Hoe zorgt Curaçao ervoor dat jongeren, vrouwen en werkenden niet achterblijven in een regio waar kunstmatige intelligentie, migratie en ongelijkheid de arbeidsmarkt steeds sneller veranderen? Die vraag stond centraal tijdens de deelname van de Sociaal-Economische Raad (SER) van Curaçao aan een internationale bijeenkomst van sociaaleconomische raden en instellingen voor sociale dialoog, gehouden van 19 tot en met 21 mei 2026 in het Centro de Formación de la Cooperación Española in Montevideo, Uruguay. SER-Curaçao werd op ambtelijk niveau vertegenwoordigd door directeur/algemeen secretaris Raul Henriquez en senior-adviseur belast met internationale aangelegenheden Miloushka Sboui-Racamy.
De bijeenkomst bracht instellingen voor sociale dialoog uit onder meer Spanje, Guatemala, de Dominicaanse Republiek, Honduras, Portugal, Brazilië, Peru, Chili, Uruguay, Argentinië, Costa Rica, Panama en Curaçao samen. De gesprekken gingen over democratisch bestuur, migratie, discriminatie, ongelijkheid, vrouwenkansen, onderwijs en de maatschappelijke gevolgen van kunstmatige intelligentie.
De officiële opening werd verricht door Juan Castillo, minister van Arbeid en Sociale Zekerheid van Uruguay. Daarmee kreeg de bijeenkomst direct een duidelijke bestuurlijke lading: sociale dialoog werd niet besproken als een formeel overlegmechanisme, maar als een instrument om samenlevingen weerbaarder te maken in een periode van snelle sociale, technologische en economische verandering.
Tijdens de vergadering van CESISALC, het regionale netwerk van sociaaleconomische raden en vergelijkbare instellingen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, leverde SER-Curaçao bijdragen aan twee thema’s die direct raken aan de Curaçaose beleidsagenda: de toegang van vrouwen tot ontwikkelingskansen en de toekomst van het onderwijs in het tijdperk van kunstmatige intelligentie.
Volgens de SER komen deze onderwerpen samen in één centrale opgave: het beter verbinden van onderwijs, vaardigheden, arbeidsmarkt en sociale mobiliteit. Formele gelijkheid is noodzakelijk, maar niet voldoende. Vrouwenkansen vragen om daadwerkelijke toegang tot scholing, werk, ondernemerschap, leiderschap en besluitvorming. Onderwijs, beroepsvorming en levenslang leren zijn daarbij geen nevenonderwerpen, maar voorwaarden voor economische zelfstandigheid en maatschappelijke participatie.
Ook kunstmatige intelligentie werd nadrukkelijk niet benaderd als een louter technologische ontwikkeling. Voor een kleine, open en meertalige economie als Curaçao is AI vooral een beleidsvraagstuk. De manier waarop onderwijsinstellingen, werkgevers, werknemers en overheid omgaan met digitalisering zal mede bepalen of nieuwe technologie leidt tot nieuwe kansen of juist tot grotere verschillen op de arbeidsmarkt.
“Voor Curaçao is de centrale vraag niet of kunstmatige intelligentie de arbeidsmarkt zal veranderen, maar of ons onderwijs- en arbeidsmarktbeleid tijdig genoeg wordt aangepast om jongeren, vrouwen en werkenden daadwerkelijk mee te nemen in die transitie,” aldus Henriquez. “Geïnstitutionaliseerde sociale dialoog is daarbij geen bestuurlijke formaliteit, maar een noodzakelijk instrument om beleid uitvoerbaar, evenwichtig en maatschappelijk gedragen te maken.”
De Curaçaose urgentie is concreet. Volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) daalde de algemene werkloosheid van 13,1 procent in 2022 naar 7,8 procent in 2024. De jeugdwerkloosheid daalde in dezelfde periode van 29,8 procent naar 16,3 procent. Die verbetering is positief, maar het niveau van de jeugdwerkloosheid blijft een duidelijke waarschuwing: de aansluiting tussen onderwijs, beroepsvorming en arbeidsmarkt moet verder worden versterkt.
Daarmee kreeg het debat in Montevideo directe betekenis voor Curaçao. Wie inzet op inclusieve groei, kan onderwijs, digitale vaardigheden, vrouwenparticipatie, migratiebeleid en sociale bescherming niet langer als gescheiden beleidsterreinen behandelen. Zij vormen samen de basis voor bestaanszekerheid, productiviteit en maatschappelijke samenhang.
Naast onderwijs, gendergelijkheid en technologische transformatie stonden migratie en ongelijkheid hoog op de agenda. Ook die thema’s zijn voor Curaçao niet abstract. Arbeidsmigratie, demografische verandering en sociale cohesie raken direct aan de inrichting van de arbeidsmarkt, de druk op publieke voorzieningen en de kwaliteit van besluitvorming. Juist daarom acht de SER het van belang dat Curaçao actief deelneemt aan regionale netwerken waarin kennis, ervaringen en beleidspraktijken worden gedeeld.
Op 21 mei woonde de SER tevens de opening bij van de bijeenkomst van RICESIS, het Ibero-Amerikaanse netwerk van sociaaleconomische raden en vergelijkbare instellingen. Omdat Curaçao geen Ibero-Amerikaans land is, staat de betrokkenheid van de SER bij dit netwerk in het teken van waarnemersdeelname. Die positie biedt een aanvullende route om Curaçao te verbinden met Ibero-Amerikaanse netwerken voor sociale dialoog, beleidskennis en institutionele samenwerking.
Volgens de SER is internationale deelname geen doel op zich. De meerwaarde ligt in de vertaling van regionale inzichten naar betere, empirisch onderbouwde advisering voor Curaçao. De vraagstukken die in Montevideo aan de orde kwamen — migratie, ongelijkheid, vrouwenkansen, onderwijs en kunstmatige intelligentie — raken rechtstreeks aan de toekomst van werk, inkomen en sociale samenhang op het eiland.
Met haar deelname onderstreept SER haar inzet om Curaçao actief te verbinden met regionale en mondiale kennisnetwerken voor sociale dialoog. In een tijd waarin maatschappelijke vraagstukken steeds grensoverschrijdender worden, is die verbinding van belang om het Curaçaose sociaaleconomisch beleid te voeden met vergelijkende inzichten, praktijkervaringen en breed gedragen oplossingsrichtingen

