In het debat over HOFA #1
In een reeks artikelen getiteld “In het debat over HOFA” deelt parlementslid Xiomara Maduro belangrijke informatie voor het publieke debat over de Rijkswet HOFA. In dit artikel staat de volgende vraag centraal: Was er werkelijk sprake van consensus in het Bestuurlijk Akkoord?
Consensus mag niet zomaar worden aangenomen
De HOFA is gebaseerd op het Bestuurlijk Akkoord tussen Aruba en Nederland. Deze overeenkomst werd het fundament voor de wet die, volgens de Raad van Advies van Aruba en de Raad van State van Nederland, de financiële autonomie van Aruba beperkt. Om deze reden moeten we ons afvragen: Hoe weten we of Aruba “vrijwillig” of in alle vrijheid heeft ingestemd met het Bestuurlijk Akkoord?
Tot op heden heeft geen enkele onafhankelijke instantie onderzocht of Aruba het Bestuurlijk Akkoord heeft getekend zonder financiële druk, zonder angst om financiële steun te verliezen, zonder afhankelijkheid voor de herfinanciering van schulden, en zonder de vrees dat Aruba zou worden afgeschilderd als een land dat zijn schulden niet betaalt. Zonder te kijken naar de context waarin het Bestuurlijk Akkoord is ondertekend, kan men niet louter aannemen dat er sprake was van consensus.
Een machtsbalans die scheef is
Daarnaast is het goed om uit te leggen dat Aruba en Nederland tijdens de onderhandelingen over de HOFA niet in dezelfde positie verkeerden. Aruba was tijdens en na de pandemie afhankelijk van financiële steun van Nederland, Nederland controleert de toegang tot goedkopere financiering en de toekomst van het financieel toezicht was onderdeel van de Nederlandse voorwaarden om de leningen terugbetaald te krijgen. Als we deze details in overweging nemen, moeten we ons afvragen: Wanneer het ene land sterker is dan het andere, hoe weten we dan of de consensus werkelijk in vrijheid is bereikt?
Geen onafhankelijke instantie
Omdat het Koninkrijk der Nederlanden geen constitutioneel hof of een ander onafhankelijk orgaan kent dat kan toetsen of de landen op basis van gelijkwaardigheid tot consensus zijn gekomen, en er evenmin een procedure bestaat om te bepalen of de machtsbalans de uitkomst heeft beïnvloed, blijft de twijfel bestaan of er wel sprake was van een wezenlijke consensus toen het Bestuurlijk Akkoord werd ondertekend.
Er is sprake van een democratisch deficit
Bovendien kent het Koninkrijk der Nederlanden een democratisch deficit (democratisch tekort). Belangrijke besluiten voor Aruba worden genomen binnen een systeem waarin de landen niet over evenveel macht beschikken. Hoewel deze tekortkoming bekend is, is er nog steeds geen onafhankelijk mechanisme—een geschillenregeling—om conflicten tussen de landen op te lossen wanneer er onenigheid bestaat over de autonomie of de interpretatie van het Statuut. Dit brengt het risico met zich mee dat, zelfs als Aruba in zijn recht staat, Nederland via zijn meerderheid in de Rijksministerraad of via Nederlandse instanties het Statuut zo interpreteert dat het Nederland uitkomt en niet Aruba.
De vraag blijft onbeantwoord
In het debat over de HOFA kan men er niet zomaar vanuit gaan dat, omdat Aruba het Bestuurlijk Akkoord heeft ondertekend, dit automatisch de benodigde consensus vormt om onze financiële autonomie te beperken. De vraag die nog altijd openstaat is: Was er werkelijk consensus? Tot nu toe heeft geen enkele onafhankelijke instantie antwoord gegeven op die vraag.
