De discussie rondom de structurele rijkswetontwerpen voor financieel toezicht is in een cruciale fase beland. Terwijl Aruba in de greep is van het voorstel voor de Rijkswet HOFA (Houdbare Overheidsfinanciën Aruba), heeft de echo van dit debat de politieke top van Curaçao bereikt. In een exclusief interview onderstreepte de voorzitter van het Parlement van Curaçao, Fergino Brownbill, de fundamentele verschillen tussen het financiële regime waaronder Curaçao leeft—de Rijkswet financieel toezicht (Rft)—en het zeer stringente wettelijke kader dat Nederland aan Aruba wil opleggen.
De analyse van Brownbill werpt een helder licht op de mate van autonomie die elk eiland organisch behoudt. Volgens de wetgevende leider van het zustereiland heeft de Rft op Curaçao hoofdzakelijk een regulerende functie en dient het als een algemeen kader om de overheidsfinanciën zo geordend en beheersbaar mogelijk te houden, zonder dat dit een directe inmenging in de dagelijkse politieke besluiten van het land betekent.
De beperking van de Rft: Alleen voor kapitaalleningen op Curaçao
Brownbill legde in detail uit wat het enige moment is waarop het structurele toezichtsmechanisme op Curaçao formele goedkeuring van het toezichthoudende orgaan vereist. “Bij ons is de Rft bedoeld om iets te kaderen. Het stelt een regeling vast zodat je je overheidsfinanciën zo geordend en beheersbaar mogelijk kunt houden,” aldus de bewindsman. Hij benadrukte dat de inmenging van Nederland of het toezichthoudende orgaan een zeer duidelijke en transparante beperking kent in de wet.
“Het enige moment waarop er zichtbaar een besluit moet worden genomen, of een goedkeuring—laat ik mezelf corrigeren, ‘goedkeuring’—en die goedkeuring is alleen nodig wanneer het land besluit een lening aan te gaan. En die lening mag je bovendien alleen aangaan voor de kapitaaldienst en niet voor de gewone dienst (lopende rekening).” — Fergino Brownbill, Voorzitter van het Parlement van Curaçao
Dit betekent een peilloos groot verschil met de pogingen tot controle waar Aruba mee te maken heeft. Onder de Rft van Curaçao blijven soevereine besluiten over interne projecten, overheidsinvesteringen en het regeringsbeleid volledig in handen van het land zelf, vallend onder het autonome bestuur. Nederland kan zich niet bemoeien met deze strategische beslissingen, zolang deze geen betrekking hebben op structurele buitenlandse leningen die de kapitaaldienst van Curaçao beïnvloeden.
Aruba in de schaduw van een strikter regime
Toen de parlementsvoorzitter van Curaçao werd geconfronteerd met de realiteit waar Aruba via de Rijkswet HOFA voor staat—een juridisch instrument dat door veel analisten wordt beschouwd als een nationale wet die is omgevormd tot een instrument voor volledige en absolute controle over de overheidsfinanciën—lette Brownbill op zijn woorden, maar was hij zeer direct in zijn definitie: “Bij jullie is dat een stuk stringenter. Binnen het kader van de ‘HOFA’, zoals het concept van de Raad/HOFA is opgesteld, is dat veel strenger.”
Hij benadrukte dat Curaçao dit soort constructies structureel niet kent. “Bij ons is het enige dat we kennen de Rft. En daaruit voortvloeiend heb je het college van financieel toezicht (Cft). Maar het is niet zo dat wij een nationale wet hebben om welke vorm van direct of eenzijdig wettelijk toezicht dan ook aan Nederland over te dragen,” verduidelijkte Brownbill. Daarmee liet hij de conclusie open dat het huidige voorstel van Aruba veel verder gaat in het inleveren van haar nationale financiële prerogatieven.
Een constitutionele waarschuwing voor Aruba
De Rijkswet HOFA is niet zomaar een kopie van de Rft van Curaçao, maar een structureel rigider instrument dat is ontworpen om de budgettaire beleidsruimte van de Arubaanse bestuurders aanzienlijk te verkleinen.
Terwijl Curaçao juridisch onder een toezichtsregime valt dat beperkt is tot de controle op leningen en kapitaal, wordt Aruba gepusht om toezicht te accepteren dat via de interne begrotingspolitiek (LAft/LWHO) doordringt tot in de haarvaten van haar beleid. Deze vergelijking, geschetst vanuit het perspectief van Curaçao zelf, biedt een kritische kijk en een duidelijke waarschuwing voor de constitutionele weg die Aruba momenteel bewandelt.
