Naast het gebrek aan transparantie bij de aanbesteding, maakte Eduard Pieters van de aanwezigheid van Minister Gerlien Croes in het Parlement gebruik om het ontbreken van een Landsverordening Beroepsonderwijs aan de kaak te stellen. Volgens Pieters is het “onacceptabel” dat in de 21ste eeuw scholen zoals EPB en EPI nog steeds onder oude wetten vallen die ontworpen zijn voor het mavo, havo en vwo.
“Algemeen vormend onderwijs kan niet worden vergeleken met beroepsonderwijs. Beroepsonderwijs heeft zijn eigen dynamiek en behoeft een eigen, afzonderlijk beheer en wetgeving,” legde Pieters uit. Hij benadrukte dat de afwezigheid van deze wet de Inspectie van het Onderwijs belemmert in het uitoefenen van behoorlijk toezicht op de kwaliteit van het onderwijs dat onze jongeren ontvangen.
Wetgevingsachterstand Houdt Aan na Meer Dan Een Jaar Regeren
Een punt dat de aandacht trok in het betoog van de PPA-leider was de tijdsduur van dit proces. Volgens Pieters zijn de werkzaamheden voor deze wet al in 2018 begonnen. Echter, acht jaar later heeft het concept de zaal van het Parlement nog steeds niet bereikt voor het nodige debat en de goedkeuring.
Pieters eiste een verklaring van de Minister over de reden waarom dit juridische proces vastloopt. Voor de PPA is deze wet niet zomaar een document, maar de basis of de “randvoorwaarden” om kwaliteitsonderwijs op Aruba te kunnen garanderen.
Gemiste Kansen voor Debat
De fractieleider betreurde ook dat het moeilijk is om Minister Croes in het Parlement te krijgen om verantwoording af te leggen over deze onderwerpen. Het bezoek van de bewindsvrouw naar aanleiding van de aanbestedingskwestie werd door de PPA aangegrepen als een kans om deze zorgen naar voren te brengen, aangezien de minister volgens het parlementslid niet vaak haar gezicht laat zien om cruciale vragen over de kwaliteit van ons onderwijssysteem te beantwoorden.
“Als je de wet niet hebt, heb je de instrumenten niet om de kwaliteit te controleren. En zonder kwaliteit spelen we met de toekomst van onze EPB- en EPI-studenten,” concludeerde Pieters.
