HOFA is niet tijdelijk, is in strijd met de grondwet en is niet voortgekomen uit een vrij consensus.
Na een gedetailleerde analyse van het laatste advies over het wetsvoorstel voor de Rijkswet HOFA heeft de fractievoorzitter van de MEP, mevrouw Evelyn Wever-Croes, haar diepe bezorgdheid geuit over de impact die deze wet zal hebben op de toekomst van Aruba. Volgens mevrouw Wever-Croes brengt de studie van twee Nederlandse hoogleraren staatsrecht drie fundamentele argumenten naar voren die de structuur van de wet zelf ter discussie stellen, waarmee wordt aangetoond dat dit voorstel breekt met de basisprincipes van onze autonomie en het constitutionele systeem van het Koninkrijk.
1. Het “t tijdelijke” karakter van HOFA is niet bij wet gegarandeerd
Mevrouw Wever-Croes benadrukte dat, volgens de analyse van de hoogleraren, het “tijdelijke” karakter van het HOFA-toezicht wettelijk niet is gewaarborgd. Hoewel de Rijkswet HOFA spreekt over financieel toezicht voor beperkte tijd, heeft Aruba geen enkele wettelijke garantie dat dit toezicht daadwerkelijk ten einde zal komen.
Het proces bepaalt dat Aruba enkel kan verzoeken om beëindiging van het toezicht, maar de Rijksministerraad neemt de uiteindelijke beslissing. Aangezien Aruba geen vetorecht heeft, geen recht van medebeslissing en geen eenzijdig uittredingsrecht, kan Nederland besluiten het toezicht voort te zetten, zelfs als Aruba meerdere jaren volledig aan alle normen voldoet.
Om deze reden onderstreepte de fractievoorzitter van de MEP dat het tijdelijke karakter van HOFA eerder politiek van aard is en geen solide juridische onderbouwing heeft, waardoor de inperking van onze autonomie een langetermijnkwestie kan worden. Mevrouw Wever-Croes legde uit dat dit punt raakt aan de hoofdjustificatie waarop de Raad van State haar positieve advies basaseerde: als het tijdelijke karakter wegvalt, verliest de reden om de autonomie van Aruba te beperken elke waarde.
2. Artikel 38 is in strijd met de grondwet
Als tweede punt waarschuwde de fractievoorzitter van de MEP voor een ernstige constitutionele fout in Artikel 38 van het voorstel. De hoogleraren concluderen dat dit artikel de Rijksministerraad een bevoegdheid geeft die niet thuishoort in ons staatsrechtelijk systeem.
Volgens de staatsrechtelijke structuur van het Koninkrijk is de Rijksministerraad een intern bestuursorgaan. Een intern orgaan kan geen directe goedkeuring verlenen tot wijziging van een landsverordening van Aruba; externe juridische gevolgen kunnen uitsluitend lopen via een Koninklijk Besluit (KB), een Rijkswet of een AMvRB. Artikel 38 doorbreekt dit constitutionele systeem zonder adequate wettelijke grondslag. Mevrouw Wever-Croes waarschuwde dat dit een gevaarlijk precedent schept dat de deur op een kier zet voor verdere inmenging in de autonome aangelegenheden van het land in de toekomst.
