De coalitie en de eenheid als één blok tussen Aruba, Curaçao en Sint Maarten is in haar meest cruciale fase beland. Tijdens de tripartiete debatten in Nederland hebben de Caribische delegaties een verenigd front gevormd om ingrijpende wijzigingen te eisen in het concept van de Geschillenregeling. De eilanden blijven erbij dat het huidige document hun positie structureel verzwakt en hun autonomie aantast, in het bijzonder via drie cruciale artikelen.
Volgens het Curaçaose parlementslid Ramon Yung is het doel van de delegaties om te voorkomen dat deze regeling, waarover al jaren constitutioneel wordt gedebatteerd, een tandeloos instrument wordt. Om deze reden is een concreet voorstel geformuleerd om de structurele pijlers van de wettelijke tekst te wijzigen:
De Drie Betrokken Artikelen: Bescherming van Autonomie
“De centralisatie in handen van BZK tast de autonomie van de landen aan. Als autonoom land moet je, wanneer je een geschil hebt, het recht hebben om dit rechtstreeks ter beoordeling voor te leggen,” zo benadrukten de delegaties, hiermee het oorspronkelijke advies van de Raad van State ondersteunend dat door Nederland in het huidige concept is genegeerd.
Het inzetten van ditzelfde verenigde front dat eerder succesvolle resultaten opleverde in het debat over de Landspakketten—waarbij een onderlinge regeling werd bereikt in plaats van een COHO-rijkswet—is het beste visitekaartje van de eilanden. De stemming in de Tweede Kamer in Nederland schetst echter een tweeledig scenario:
De Uitdaging van het Nederlandse Centralisme: Traditioneel zijn er structureel conservatieve fracties in het Nederlandse parlement die de centralisatie van de macht bij BZK zien als een manier om “controle en toezicht” te houden op de Caribische publieke middelen en het bestuur. Voor deze partijen betekent het openbreken van Artikel 2 en 3 een verzwakking van de macht van Den Haag.
Het Argument van Succes (2023–2026): Aan de andere kant schuiven de Caribische delegaties aan tafel met een positief evaluatierapport van de Landspakketten. De eilanden hebben bewezen dat zij kunnen besturen, hervormingen kunnen doorvoeren en betrouwbaar blijven zonder de noodzaak van een opgelegde Rijkswet. Deze politieke en technische volwassenheid dwingt de meer gematigde en progressieve Nederlandse parlementariërs om te luisteren en waarde te hechten aan deze verzoeken.
De wind is gunstig voor de eilanden mits zij dit gesloten blok handhaven. Morgen, wanneer de formele debatten van het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) beginnen, zal de Nederlandse delegatie stuiten op drie landen die geen genoegen nemen met een zwakke regeling. De Caribische vastberadenheid is helder: de Geschillenregeling moet een instrument zijn voor gelijkwaardige rechtvaardigheid binnen het Koninkrijk, en niet het zoveelste instrument voor politieke dominantie.

