Op een directe toon heeft het Curaçaose Statenlid voor de PAR-partij, Quincy Girigorie, tijdens het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) een structurele en zorgwekkende waarschuwing aan Aruba gericht. Girigorie ontleedde de intenties van Den Haag met de Rijkswet HOFA en trok een zeer duidelijke rode lijn: het pact dat Nederland aan Aruba wil opleggen is niet alleen een slechte financiële deal, maar een directe bedreiging voor het democratische systeem van het eiland.
Met de autoriteit van iemand die al in een land leeft dat onder financieel toezicht staat, maakte Girigorie een historische vergelijking en een structurele analyse om te bewijzen waarom Aruba voet bij stuk moet houden tegen de druk van Nederland. Hij benadrukte de Status Aparte van Aruba en het recht dat Aruba sinds 1986 heeft om zelf te regeren, eigen wettelijke beslissingen te nemen via het Parlement en over het eigen lot te beslissen. Hij waarschuwt dat de beslissingen die nu worden genomen deze eigen beslissingsbevoegdheid kunnen verzwakken en Nederland meer controle kunnen geven.
Het grote verschil: Curaçao kreeg 70% schuldsanering, Aruba niets
Girigorie legde uit dat financieel toezicht op zich normaal is, maar dat de voorwaarden die Nederland nu voor Aruba op tafel legt totaal buitenproportioneel zijn in vergelijking met wat Curaçao en Sint Maarten in het jaar 2010 ontvingen.
“Toen Curaçao en Sint Maarten het financieel toezicht accepteerden, sloten de eilanden een deal voor de sanering (kwijtschelding) van 70% van hun nationale schuld. Dat was een enorm structureel voordeel voor de bevolking. Het was een hoge prijs, maar er stond een reële compensatie tegenover,” verklaarde Girigorie.
De huidige realiteit van Aruba is volgens het Statenlid totaal anders en alarmerend. Nederland biedt geen schuldkwijtschelding aan, maar simpelweg een iets lagere rente op een lening. Voor Girigorie is dit een ondergewaardeerd pact waarvoor geen enkele rechtvaardiging bestaat.
Het sterkste punt van de waarschuwing van Girigorie gaat veel verder dan het economische aspect; het raakt de kern van de parlementaire soevereiniteit. Het Statenlid legde uit dat deze verdragen van de Rijkswet gevaarlijke “kleine lettertjes” bevatten die de handen van lokale bestuurders voor altijd binden.
“Het accepteren van de HOFA onder de huidige voorwaarden zal de democratie van Aruba structureel onderdrukken. Deze contracten verhinderen het Parlement om in de toekomst de noodzakelijke wetswijzigingen door te voeren die het land zelf nodig acht,” waarschuwde Girigorie.
Girigorie was categorisch in zijn eindconclusie en bestempelde het Nederlandse voorstel als een politieke valstrik waarbij Aruba een deel van zijn vrijheid verliest in ruil voor heel weinig.
“Voor een kleine renteverlaging op een hoge lening geloof ik oprecht dat het niet de moeite waard is om je autonomie in te leveren. Het is een veel te dure prijs om te betalen,” oordeelde hij.
