Terwijl het politieke landschap op Aruba blijft veranderen, ontstaan er ernstige zorgen binnen de gemeenschap over het gebrek aan richting van de huidige regering. De introductie van en de discussies rondom de Rijkswet HOFA en de Landsverordening LWHO hebben een golf van vragen opgeroepen. Een groot deel van het volk en de analisten bekritiseren het gebrek aan transparantie van de politieke leiders en bestempelen de huidige situatie als een van de zwakste periodes in de recente politieke geschiedenis van het eiland.
Onzekerheid rondom de financiële toekomst en autonomie
Een van de scherpste punten van kritiek is gericht op het gebrek aan concrete en reële informatie over de impact van de HOFA. De leiders van de regeringscoalitie bieden geen duidelijkheid over de eindfasen van de LWHO. Er zijn serieuze vraagtekens of deze wet, indien aangenomen door het Parlement, de capaciteit van het wetgevende orgaan om zich uit te spreken en te beslissen over de eigen begroting formeel zal beperken. Zodra de LWHO in werking treedt, creëert dit een structuur waarin structurele beslissingen gebonden blijven aan de voorwaarden van de Rijkswet. Hierdoor wordt de lokale bevoegdheid beperkt totdat dit wettelijk kader vervalt—een scenario waar men, gezien de huidige eisen, niet gemakkelijk uit lijkt te komen.
Er bestaat een terechte vrees binnen de economische sectoren dat de implementatie van deze wetten de openbare financiën en daarmee het welzijn van de gewone burger in gevaar kan brengen. Het ontbreken van een gestructureerde en daadkrachtige communicatie naar het volk toe laat veel te wensen over. Vandaag, 6 juni 2026, na meer dan een jaar van het AVP-FUTURO-bestuur, is er nog steeds geen Beleidsplan dat uitlegt wat de Rijkswet HOFA en de LWHO inhouden. Ook is het Landinrichtingsmanagement (LIM) formeel niet geofficialiseerd, wat juridische vragen oproept over de grondslag van verschillende genomen besluiten. Het ontbreken van een formeel plan wordt in de volksmond besproken als een staat van institutionele wanorde. Het Parlement wordt van zijn kant bekritiseerd vanwege een gebrek aan controlerend toezicht, waarbij het in veel gevallen louter fungeert als een goedkeuringsorgaan voor de Uitvoerende Macht.
Individueel optreden en ministeriële controverses
Het gebrek aan een uniforme koers komt naar voren in de manier waarop de ministers functioneren binnen hun respectieve portefeuilles, gekenmerkt door geïsoleerde beslissingen en publieke controverses:
• Minister Geoffrey Wever: Wordt bekritiseerd vanwege een actieve campagne om het HOFA-product te promoten, wat door verschillende sectoren als schadelijk wordt beschouwd voor de financiële stabiliteit van de Arubaan. Daarnaast krijgt het beleid rondom “Agri-enovation” kritiek omdat het naar verluidt lokale bedrijven en boeren aan de kant schuift om ruimte te maken voor externe investeerders. Ook is er kritiek op een reis naar Nederland over de raffinaderij, aangezien dit dossier onder minister Dowers valt.
• Minister Gerlien Croes: Wordt binnen politieke kringen streng bekritiseerd om haar gebrek aan ervaring en frisheid, en om haar antwoorden op formele vragen van het Parlement over de polemiek rond haar reizen in een privéjet. Haar slechte beslissingen omvatten het sluiten van een afdeling voor jeugd en kinderen zonder gegronde basis. Als minister van onderwijs is er, voor het eerst in de politieke geschiedenis van Aruba, naar verluidt een groot aantal docenten dat het onderwijsveld verlaat.
• Premier Mike Eman: Profileert zich in de wijken en wordt bekritiseerd vanwege het voeren van een puur populistisch beleid in de buurten, zonder een reëel alternatief of concreet plan te bieden om de HOFA en LWHO het hoofd te bieden, en zonder de wetgevende leidersrol op zich te nemen die het land op dit moment nodig heeft.
De grootste zwakte van het huidige bestuur is de interne dynamiek tussen de ministers. Het is overduidelijk dat er sprake is van een overlapping van functies (een “kriskras-situatie”) waarbij ministers ingrijpen in elkaars portefeuilles zonder centrale coördinatie vanuit het kabinet van de premier. Dit gebrek aan consistentie—waarbij de ene dag een standpunt wordt ingenomen en de volgende dag het tegenovergestelde wordt gedaan—verzwakt het institutionele vertrouwen. Voor velen wekt dit gebrek aan cohesie de indruk van een onstabiel kabinet, zonder een reële langetermijnvisie voor Aruba.
De vermeende schending van regels, het negeren van administratieve procedures en het gebrek aan respect voor nationale wetten leiden structureel tot de conclusie dat Aruba te maken heeft met een van de meest inefficiënte regeringen in haar democratische geschiedenis. Om het vertrouwen te herstellen, moeten de politieke spelletjes en het gebrek aan verantwoording stoppen, om zo de weg vrij te maken voor een serieus, transparant bestuur dat zich inzet voor zijn volk.
